Een visarend bij de Leijen

De gids van It Fryske Gea sprak tijdens zijn openingswoordje van de rondvaart met de zonneboot ‘Blaustirns’ de hoop uit, dat we met een beetje geluk behalve de zeearend misschien ook wel een visarend te zien zouden krijgen. De visarend wordt in april/mei en augustus/september tijdens de vogeltrek van Scandinavië naar Afrika v.v. regelmatig in de Alde Feanen gezien …

Maar de visarend doet ook de Leijen wel eens aan. Dat ontdekten fotomaatje Jetske en ik al in september 2023. Tijdens de vaarexcursie kregen we hem niet te zien. Maar toen ik enkele dagen later een kuiertje maakte naar de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ bij de Leijen, bleek hij daar wel te zitten. Bovenin de laatste boom van het boomeilandje zat hij fier om zich heen te kijken …

Geen merels, wel koolmezen?

Voor het eerst sinds jaren lijken we dit voorjaar geen jonge merels in de tuin te krijgen. Ons paartje had er dit jaar voor gekozen om nu eens geen gebruik te maken van een nest in de pergola boven de vijver. Ze maakten in plaats daarvan een nieuw nest in de klimop langs de vijver. Dat vond ik meteen al geen goed plan, omdat het een kwetsbaar plekje is.

Die vrees bleek onlangs uit te komen, toen ik op een ochtend een nog kaal jong mereltje op het terras vond. Waarschijnlijk is hij slachtoffer geworden van een van de buurtkatten. Bij het nest was het stil. En dat is het sindsdien gebleven … 😢

Ik heb mijn hoop nu gevestigd op de koolmezen. Zaterdagmiddag leek er weer een koppeltje serieus belangstelling te hebben voor het nestkastje aan de hazelaar. Zou mooi zijn als het wat wordt …

Langs molens en een reebok

Er werd nog enthousiast nagepraat over het beeld van de zeearend tussen de ganzen. Wat was dat een bijzonder gezicht! ik bleef intussen mijn ogen wel de kost geven, ook deze groep overvliegende brandganzen waren de moeite waard …

Aan het eind van de Folkertssleat kwamen we voor de tweede keer die dag langs een oeverzwaluwenwand. Het was er rustig en de meeste holletjes zaten ook nog dicht.. Bij de eerste, veel mooiere oeverzwaluwenwand was het een stuk drukker. ik kom daar begin mei nog op terug …

Terwijl ‘de Blaustirns’ geruisloos door het water bleef glijden, voeren we langs een weiland waar een mooie reebok fier om zich heen stond te kijken …

Intussen waren we ongeveer op het verste punt van onze rondvaart. We passeerden o.a. een spinnenkopmolen en een poldermolen in de verte. De zendmast op de laatste foto, moet die van Irnsum zijn, bedacht ik onderweg. Dan zou de kerktoren die van Grou moeten zijn …

– wordt vervolgd

De zeearend en de ganzen

Op de achtergrond was de skyline van Leeuwarden zichtbaar, terwijl we op een afstand van ca. 600 meter nog een laatste blik op het nest van de zeearend konden werpen …

Enkele minuten later voeren we langs eens stuk plasdras-land in de verte. Een flinke groep grauwe ganzen leek het er prima naar de zin te hebben …

Een klein stukje verderop werden we op een prachtige manier verrast. Daar stond heel rustig een nog niet volgroeide zeearend – de gids schatte hem twee jaar oud – bij de ganzen in het water …

Alsof dat nog niet gek genoeg was, schuifelde hij rustig verder naar voren. En ganzen, die deden of ze gek waren en bleven verrassend lang staan waar ze stonden …

Totdat om wat voor reden dan ook de hele groep op een bepaald moment de vleugels spreidde en de hele club de lucht in ging. De zeearend leek gezellig een stukje mee te vliegen …

Het hele spul vloog met een bocht om een groepje bomen heen, ons verbaasd achterlatend …

– wordt vervolgd

Wat een snavel!

Nadat we de zeearend hadden gespot, verlegde de excursieboot zijn koers een paar maal. Ik was het gevoel voor richting en locatie al lang kwijt. Ik weet alleen dat we weer enige tijd tussen rietvelden, petgaten en open water voeren …

Na een minuut of tien kregen we de zeearend opnieuw te zien. We waren om zijn uitkijkpost heen gevaren, zodat we hem nu van wat dichterbij konden zien. Hij zat mooi in het zonlicht, waardoor zijn grote gele snavel niet te missen viel …

Eigenlijk had de boot daar moeten blijven liggen, tot de vogel van zijn uitkijkpost op zou vliegen. Dat zat er echter niet in. Na enige tijd verlieten we de rietlanden, waarna we tijdelijk terechtkwamen in de ‘bewoonde wereld’ van de Alde Feanen …

– wordt vervolgd

Eerste zicht op de zeearend

De oude legakkers waar we langs voeren, zijn nog steeds van historisch belang. Maar de actualiteit bevond zich in de bomenrij verderop. Het geoefende oog van onze gids had daar de gestalte van een zeearend herkend …

En warempel, in de meest linkse van een groepje bomen zat een zeearend. Door wat verder in te zoomen werd de machtige vogel met die enorme snavel beter zichtbaar.

Hoewel hij nog op de rode lijst staat, gaat het goed met de zeearend in ons land. Sinds 2017 broedt hij hier met succes in de Alde Feanen, en sindsdien heeft de zeearend zich op verschillende andere plaatsen in ons land gevestigd …

Hiermee was de excursie wat mij betreft al geslaagd, we gingen op zoek naar de zeearend en we vonden hem. En daar zou het niet bij blijven. In de loop van de dag zouden we hem steeds wat beter te zien krijgen. We vervolgden onze tocht en passeerden o.a. een aalscholverkolonie. De huisvesting van de aalscholvers is goed herkenbaar aan de takken die van onder tot boven wit uitgeslagen zijn van de vogelpoep …

En voort ging de tocht. Nu eens tussen de beschutting gevende bomen van een stuk moerasbos, dan weer over open water, waar de straffe noordoostenwind het nog steeds niet aangenaam maakte. Dat was goed te zien aan de kleding van de passagiers ook. Behalve het zekerheidshalve toch maar van Aafje geleende vest, had Jetske ook de capuchon van haar eigen vest maar opgedaan …

– wordt vervolgd

Dieper de Alde Feanen in

Het was rustig op en rond het nest van de zeearend. Man of vrouw hield op dat moment de drie eieren waarschijnlijk lekker warm, terwijl de ander op jacht was. Met een beetje geluk zouden we onze kans om één van beide imposante vogels onderweg nog te zien nog wel krijgen, volgens onze excursieleider …

Langzaam zagen we het nest uit zicht verdwijnen, terwijl we onze route vervolgden. Nu eens over een stukje open water, dan weer door een smalle sloot. Van een saai landschap was absoluut geen sprake. In de verte zagen we de Achmeatoren, het hoogste gebouw van Leeuwarden, op 10 km afstand fier omhoog rijzen. Verder werden de rietkragen hier en daar onderbroken door een molentje of een oude boerderij. We drongen steeds dieper door tot de Alde Feanen. Op een bepaald moment zag ik alle opvarenden naar rechts omhoog kijken. Al snel zag ik dat het een om een groepje overvliegende brandganzen ging …

Veel interessanter vond ik het dat onze gids Andries juist de andere kant op keek. We naderden aan de bakboord kant een gebied met smalle oude legakkers, een restant van de vervening. Niet veel later waren alle ogen op aanwijzing van Andries gericht op een paar bomen in de verte achter die legakkers …

– wordt vervolgd