Op weg van de kijkhut in de Jan Durkspolder naar huis werd ik na de onrust rond de plas verrast met de aanwezigheid van de eerste ooievaar in deze contreien dit jaar …
Enkele kilometers verderop zag ik ook dat één van de nesten langs de Kommisjewei in Opeinde weer bezet was …
Of het een zonnig en warm voorjaar wordt, valt nog af te wachten, maar alles wijst erop dat het in ieder geval weer voorjaar wordt …
Er viel niet veel te beleven in de Jan Durkspolder die dag. Het rad van de windmotor draaide heel rustig zijn rondjes en af en toe passeerden er een paar fietsers …
Aan de oostkant van de hut zat in de verte een aalscholver op een paaltje wat te poetsen en te pronken. En daar had hij ook alle recht toe met de sierlijke, bijna zilveren veren op zijn kop en de witte vlek bij zijn poten. Heel even ging er een tweede aalscholver op één van de paaltjes zitten …
Lang duurde dat niet. Het was duidelijk, de eerste aalscholver haalde alles uit de kast om zijn soortgenoten te imponeren. En dat lukte ook heel aardig. Een paar ijselijke kreten waren genoeg om de bezoeker te verjagen …
Via de Alle om Slachte en het Nonnepaed – meest gebruikelijke route – zette ik koers naar huis. Nog voordat ik aan de splitsing van beide wegen toe was, was er een witte vlek in de mist te zien …
Nadat ik rechtsaf geslagen was, kreeg ik de grote zilverreiger beter in beeld. Op één poot stond hij fier rechtop tussen hekkelafval langs de sloot en molshopen in de verte …
Een zuchtje wind liet zijn kuifje af en toe zachtjes heen en weer dansen, verder was er geen beweging waarneembaar …
Voordat ik de hut verliet, keek ik nog even door één van de vensters in oostelijke richting naar buiten. Slechts heel vaag was de glinstering van de windmotor aan de Geau door de mist te zien…
Terwijl ik over het met wilgen omgeven paadje richting auto liep, streek er vlakbij me een merel neer. Even leek er van mist geen sprake te zijn, zonovergoten bleef de merel geduldig voor me poseren …
Terug bij de weg besloot ik nog even een stukje in de richting van de windmotor te lopen. Daar vandaan heb ik een foto gemaakt van de vogelkijkhut in de mist …
Ik was niet de enige die volop genoot van de rust in het mistige en heerlijk rustige buitengebied van de Jan Durkspolder. Uit de mist doemden vriendelijk groetende wandelaars op …
Vijf dagen nadat mijn fotomaatje en ik een fotoserie hadden gemaakt van de honderden smienten in de Jan Durkspolder, ben ik er opnieuw naar toe gereden …
Het was die ochtend mistig en koud. De nacht ervoor was de temperatuur met -0,8°C voor het laatst in januari lichtjes onder het vriespunt gedoken. Het was oorverdovend stil op en rond de plas …
Ik bleek weer een goeie keuze te hebben gemaakt met het ritje deze kant op. Terwijl het in Drachten tot halverwege de middag mistig bleef, begon de zon hier steeds nadrukkelijker door de mist heen te prikken …
Net als bij de vorige gelegenheid dobberden de smienten in groten getale op redelijke afstand van de vogelkijkhut. Het was allemaal wat minder goed te zien, maar wat was het er mooi en stil …
Maar hoe fijn het er ook was, terwijl ik nog wat foto’s maakte van het laatste ijs van het seizoen in de luwte van de kijkhut, begon ik het na enige tijd toch koud te krijgen …
Die foto’s van dat ijs houdt u nog even tegoed. Het werd tijd om de benen wat op te warmen in de auto en dan op zoek te gaan naar meer mistprentjes …
Na de fotosessies met de reeën en het spel van zon, wind en wolken reden we naar het eind van de weg, waar fotomaatje Jetske de auto parkeerde. Daarna liepen we naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder…
Vooral wolken en water bepaalden in eerste instantie het beeld. In de verte dobberden enkele honderden smienten op het water. Meestal zitten ze helemaal aan de zuidkant van de plas, ver weg van gluurders in de kijkhut. De zuidwestelijke wind voerde ze die dag echter steeds verder in onze richting …
De smienten, die ook wel fluiteenden worden genoemd, brengen hier de winter door. In het vroege voorjaar trekken ze naar hun broedgebieden in Scandinavië en Siberië. Waarom ze ook wel fluiteenden worden genoemd, ontdekten we even later …
Op het moment dat we ze net wat beter konden bekijken, ging het hele spul luid fluitend op de wiek. Ze vlogen een klein stukje naar het zuiden en landden daar weer op het water. Zodra ze opnieuw te dicht bij ons dreigden te komen, vlogen ze weer op. Dat spel herhaalde zich een aantal keren, en dat leverde vooral tegen de achtergrond van de boerderij en de windmotor mooie beelden op …