Ik had aan het Tsjerkeplein in Wierum een fijn muurtje gevonden om de batterij van mijn camera te wisselen en even te kunnen zitten. Ik zat er nog niet eens zo lang, toen ik Jetske weer zag verschijnen bij het vissersmonument op de zeedijk …
De zon had het monument intussen in een ander licht gezet. De zigzag lijn was van de onderste trap verdwenen, maar nu was hij mooi te zien op de bredere tweede trap. Jetske maakte intussen een foto van het monument en/of de langharige grijsaard, die even later bij mij langs liep …
Ik maakte intussen nog wat foto’s van het grootste en meest statige pand aan het Tsjerkeplein. Het gebouw is waarschijnlijk in 1832 gebouwd in opdracht van schipper Andries Davids Vellema. Mogelijk is het later in gebruik geweest als herberg. In 1918 is het pand gekocht door het waterschap …
In de loop der tijd hebben er diverse verbouwingen plaatsgevonden. Tegenwoordig staat het huis op te boek als Rijksmonument. Na de kerk is het verreweg het grootste pand in het dorp, dat verder voornamelijk bestaat uit vissershuisjes. Het Waterschapshuis heeft een grote beeldbepalende waarde voor het Tsjerkeplein …
Behalve bij Heidehuizen ga ik in het najaar ook graag even het bos in bij de parkeerplaats aan de Poostweg bij Olterterp. Toen ik er vorige week dinsdag was, kleurden de beuken aan de Scherpschutterslaan nog vooral groen. De kruinen waren al goeddeels kaal, een teken van achteruitgang van de bomen …
Terwijl ik even later over een zijpad naar het Witte Meer liep, glinsterden de natte takjes en twijgen vrolijk tussen gekleurde herfstbladeren in het zonlicht …
Een etage lager lagen duizenden druppels in het tegenlicht op het mos te fonkelen als kleine diamantjes …
Al snel naderde ik de materiaalcontainer van de ijsclub op de oever van het Witte Meer. Deze prachtig gelegen plas in het bos fungeert namelijk in echte winters als de ijsbaan van Beetsterzwaag. Ik heb daar twee jaar geleden al eens wat over geschreven: ijsbaan de Wite Mar …
Ik heb een tijdlang lekker op het bankje op de eerste foto hieronder gezeten. Afgezien van een paar passanten die over het vlonderpad wandelden was ik er helemaal alleen …
We naderen stilaan het einde van deze rondgang door het voorste deel van de Ecokathedraal. Bij het pleintje met de gebroken zuilen maak ik nog een paar foto’s van de vrolijk gekleurde Kardinaalsmuts …
Daarna zetten we koers in de richting van de uitgang, op de eerste foto hieronder kun je het poortgebouw al door het gebladerte zien schemeren. Maar we nemen eerst nog een afslag naar rechts. Ik wil jullie namelijk een blik op en in het koepelgebouw niet onthouden. Dit is het enige bouwwerk in de Ecokathedraal waar je echt even naar binnen kunt lopen. Eenmaal binnen krijg je door het rookgat een mooi doorkijkje naar de kroon van een boom …
En dan is het echt tijd om de Ecokathedraal te verlaten. We passeren ‘Funny Face’ aan de rechterkant en staan dan voor het massieve en majestueuze poortgebouw ‘Porta Celi’ …
Eenmaal onder poort doorgelopen staan we weer in het voorportaal van de Ecokathedraal. Het zitje heeft een update gekregen met een paar nieuwe latjes op de bankjes en een nieuw rugloos zitmeubel. Met een tevreden gevoel heb ik daar nog even lekker in een flets zonnetje gezeten …
Ik had me al enige tijd voorgenomen om eens een ritje naar de Merskenheide te maken op de iLark. Het wisselvallige weer gooide echter steeds roet in het eten. Maandagmiddag besloot ik het erop te wagen. Er koerste weliswaar nog een enkel klein buitje in onze richting, maar dat leek me geen probleem te zijn …
Hoewel de iLark er niet echt op is gebouwd, besloot ik toch stapvoets de heide op te rijden. Ik had me ten doel gesteld om voor het eerst sinds 2015 weer eens het bankje in de verre noordoosthoek van de heide te bereiken. En dat zou me lopend zeker niet lukken. Rustig voort hobbelend met af en toe een stop om wat foto’s te maken, kwam ik uiteindelijk bij het bankje aan. Daar kreeg ik nog net de kans om even te zitten en een paar sprinkhaantjes en een pantserjuffer te fotograferen, voordat dat ene buitje toch nog de Merskenheide bereikte …
Nadat ik nog een foto had gemaakt van het beeld van de heide vanaf het bankje, heb ik me eerst maar even teruggetrokken tot onder de bomen in de zuidoosthoek van de heide. Lang duurde de bui gelukkig niet, zodat ik al snel wat verder rond kon kijken. Aan de westkant van het gebied kleurt de heide mooi, vermoedelijk heeft daar tijdelijk een schaapskudde gegraasd. Hier aan de oostkant is van een paarse glans over de heide geen sprake. Pijpenstrootje en andere grassen floreren hier door een overtollige stikstofdepositie …
Dit was voorlopig even het laatste ‘verhalende’ logje. Vanaf morgen ga ik me eens een tijdje bezighouden met macro’s die ik de afgelopen maanden in de tuin of ergens in de natuur heb gemaakt.
Nadat we in mei een dagje in het noordoosten van Fryslân hadden doorgebracht, hebben fotomaatje Jetske en ik begin juni een ritje gemaakt naar het zuidwesten van de provincie. Vooral de kliffenkust van Gaasterland verdient een regelmatig bezoek. Met het vlakke noordoosten nog vers in het geheugen, lijkt Gaasterland ineens nog wat heuvelachtiger dan het in werkelijkheid is. De eerste stop was ook ditmaal bij het Oudemirdumerklif. En zo gaan we van het ene huisje met een bijzondere geschiedenis naar het andere …
Onze kuier naar het Oudemirdumerklif (Google Maps) begon weer bij het huisje van Minne Minnes de Vries, de laatste Zuiderzeevisser van het Klif. Zeven jaar na de afsluiting van de Zuiderzee door de Afsluitdijk, hing Minne zijn netten in 1939 voorgoed aan de wilgen. Zijn levensverhaal kun je hier lezen, intussen liepen we in rustig tempo over Minneminnespaad in de richting van het IJsselmeer …
Vlak nadat we de strakke horizon van het IJsselmeer in beeld kregen, zagen we een bruine kiekendief over de kustlijn zweven. Al snel streek hij neer op een paal met een bordje. Toen we halverwege het paadje de blik wat meer naar het zuiden wendden, zagen we in de verte de windturbines van het windpark bij Urk boven de horizon uit torenen. Het is altijd weer even schrikken …
Na de korte eerste schrik, ben ik echter ook steeds weer snel gewend aan het beeld. Ik heb me nooit erg druk gemaakt over die windturbines trouwens. We zullen linksom of rechtsom naar een duurzame energievoorziening moeten, wind en zon zijn nu eenmaal voor de hand liggende opties waar snel resultaten mee worden gehaald. Ik weet dat niet iedereen het daar mee eens is, want ook aan zon en wind zitten nadelen. Genoeg stof om even wat over te mijmeren op de bankjes op het Oudemirdumerklif. …
Zoals ik gisteren al vertelde, had ik gehoopt even lekker in de zon op één van de vele bankjes langs de ijsbaan te kunnen zitten, maar dat viel even lelijk tegen. Alle bankjes stonden met hun pootjes in het water. Het eerste bankje viel meteen al af …
Er was overigens ook wat nieuws te zien: er lag een vlonderpad langs de rechteroever van het Witte Meer. Hoe lang het er ligt, weet ik niet, want zo vaak kom ik hier tegenwoordig niet meer …
Terwijl ik mijn zoektocht naar een rustpuntje voortzette, liet Jetske met haar opwaaiende blonde kuif mooi zien, dat we hier voor de luwte niet naar toe hadden hoeven gaan …
Gelukkig had ik mijn hoge wandelschoenen aangetrokken ’s ochtends. Stapje voor stapje waadde ik na enige tijd toch maar voorzichtig naar een bankje. Daar kon ik, met het hoofd lekker in de zon en mijn voeten in het koele water, vooral mijn bovenbenen even tot rust laten komen …
Nadat ik voor mezelf een notitie had vastgelegd om in de loop van voorjaar of zomer nog eens terug te komen om het vlonderpad te verkennen, maakten we ons op voor de kuier terug naar de auto.