Langs het Minneminnespaad

Nadat we in mei een dagje in het noordoosten van Fryslân hadden doorgebracht, hebben fotomaatje Jetske en ik begin juni een ritje gemaakt naar het zuidwesten van de provincie. Vooral de kliffenkust van Gaasterland verdient een regelmatig bezoek. Met het vlakke noordoosten nog vers in het geheugen, lijkt Gaasterland ineens nog wat heuvelachtiger dan het in werkelijkheid is. De eerste stop was ook ditmaal bij het Oudemirdumerklif. En zo gaan we van het ene huisje met een bijzondere geschiedenis naar het andere …

Onze kuier naar het Oudemirdumerklif (Google Maps) begon weer bij het huisje van Minne Minnes de Vries, de laatste Zuiderzeevisser van het Klif. Zeven jaar na de afsluiting van de Zuiderzee door de Afsluitdijk, hing Minne zijn netten in 1939 voorgoed aan de wilgen. Zijn levensverhaal kun je hier lezen, intussen liepen we in rustig tempo over Minneminnespaad in de richting van het IJsselmeer …

Vlak nadat we de strakke horizon van het IJsselmeer in beeld kregen, zagen we een bruine kiekendief over de kustlijn zweven. Al snel streek hij neer op een paal met een bordje. Toen we halverwege het paadje de blik wat meer naar het zuiden wendden, zagen we in de verte de windturbines van het windpark bij Urk boven de horizon uit torenen. Het is altijd weer even schrikken …

Na de korte eerste schrik, ben ik echter ook steeds weer snel gewend aan het beeld. Ik heb me nooit erg druk gemaakt over die windturbines trouwens. We zullen linksom of rechtsom naar een duurzame energievoorziening moeten, wind en zon zijn nu eenmaal voor de hand liggende opties waar snel resultaten mee worden gehaald. Ik weet dat niet iedereen het daar mee eens is, want ook aan zon en wind zitten nadelen. Genoeg stof om even wat over te mijmeren op de bankjes op het Oudemirdumerklif. …

wordt vervolgd

Feroaring fan lucht

Vrijdag heb ik met de iLark een ritje opnieuw gemaakt naar een plekje waar ik al vele jaren niet meer was geweest. Hier speelde zich het boek ‘Feroaring fan lucht’ (‘Verandering van lucht’) af, een boek van de Friese journalist/schrijver Rink van der Velde uit 1971. Het verhaal speelt zich af in en rond een arbeidershuisje bij de Lippenhuisterbrug (Google Maps) over het Koningsdiep ten zuiden van Beetsterzwaag. Toen ik er in oktober 1989 tijdens een fietstocht langs kwam, heb ik wat foto’s van het huisje gemaakt …

Durk Lugtigheid, alias Durk Snoad, is de vader van een huishouding met twaalf kinderen, die ergens diep in de Sweachster bossen in een oud arbeidershuisje woont. Een asociale huishouding, zo zal het zaakje tegenwoordig bestempeld worden. Durk Snoad leeft het meest van de steun vanwege niet te controleren rugklachten en van de stroperij. Hij is genetisch in opstand tegen het wettelijk gezag. Weldenkende en goedmenende mensen trachten er toch nog een fatsoenlijke huishouding van te maken en weten de familie in een huurwoning in Drachten te krijgen. Durk moet aan het werk tussen de vier muren van de Philipsfabriek aan de Oliemolenstraat. Dat kan natuurlijk alleen maar verkeerd aflopen …

Het boek ligt me na aan het hart, omdat de situatie van de verhuizing van het vrije platteland naar het kleinstedelijke Drachten in de jaren 60 heel herkenbaar is. Wij verhuisden rond die tijd vanuit het kleine gehucht Echten ook naar Drachten. En ook de boerefeint van weleer kwam bij Philips terecht. Ik heb daar in 2014 een blogje over geschreven: Echten – Commissiepolle (3)

Het huisje van Durk Snoad lijkt intussen een riante woning te zijn geworden. Jammer genoeg valt er weinig meer van het huis te zien. Tussen struiken en bomen schemert een rieten dak, en wie goed kijkt, kan zien dat de naam ‘Feroaring fan lucht’, die eerst boven de deur stond, nu een prominent plekje heeft gekregen boven de klopper op de voordeur …

De natuur is er nog steeds prachtig. Het Alddjip of Koningsdiep meandert hier prachtig door het beekdal. Het grootste verschil met de situatie in oktober 1989 is eigenlijk nog dat de koeien nu aan de oostkant van de brug liepen te grazen, terwijl ze toen aan de westkant stonden. Zo gaan die dingen hier in the middle of nowhere

Naast de brug over het Alddjip zat een libellenkenner. Hij was hier naar toe gekomen voor de metaalglanslibel, en hij had hem intussen al op de gevoelige plaat vastgelegd. Ook de weidebeekjuffer laat zich hier tegenwoordig regelmatig zien, vertelde hij. Ik kwam die dag niet verder dan een poepende en een paar parende korenbouten (denk ik). Het zou best eens kunnen dat ik daar binnenkort nog eens wat langer neerstrijk …

Zwarte sterns bij de Leijen

Maandag liet ik hier al een aantal foto’s zien van de zwarte sterns bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen. Dat was nog maar een tipje van de sluier, daarom vandaag nog een fotoserie van deze bijzondere vogel …

Er zijn nogal wat dagen geweest, waarop ik blij was om op dit plekje af en toe eens een zwarte stern te kunnen fotograferen. Maandag leek er geen eind te komen aan de vele vliegbewegingen vlak voor de kijkhut …

Boshyacinten in de tuin

In het late voorjaar heb ik het vooral in reacties op andere blogs verschillende keren gehad over de boshyacinten in onze tuin. Hoe wel ze intussen al lang en breed zijn uitgebloeid, ben ik er nu pas aan toe om daar eens wat foto’s van te tonen. De eerste foto is gemaakt in de voortuin, daar heeft een tijdlang een kleine zee aan blauwe, witte en roze boshyacinten staan pronken. …


De resterende foto’s heb ik de achtertuin gemaakt. Daar staan hier en daar wat boshyacinten, zodat er wat meer ruimte is om enkele exemplaren eruit te lichten. Intussen zijn zowel de voortuin als de achtertuin voorlopig over hun hoogtepunt heen. De droogte zal de rest wel doen …

On the road met de iLark

Vorige week had ik de accu van de iLark al eens leeg gereden met wat kortere ritjes in de buurt. Maandagochtend heb ik voor het eerst een geplande langere rit gemaakt om de accu nog eens helemaal leeg te trekken. Het doel was de uitkijktoren ‘Skarrekiker’ in natuurgebied Hemrikkerscharren tussen Beetsterzwaag en Hemrik (Google Maps)


Vanwege de aanhoudende koude noordenwind heb ik bewust gekozen voor deze plek waar ik nog nooit eerder was geweest. De route voerde vooral door de beboste omgeving rond Beetsterzwaag waar de wind geen spelbreker was. Ik passeerde o.a. het Koningsdiep of Alddjip, ik kwam langs een weerstation midden in het bos en ik reed over diverse bruggetjes. Na het bezoek aan de uitkijktoren heb ik op de terugweg o.a. een tussenstop gemaakt bij de luid kwakende kikkers in het Witte Meer (Google Maps)

Het was een mooi ritje, dat vooral over asfalt- en schelpenpaden voerde. Met de camera aan de draagband rond mijn nek heb ik onderweg een aantal korte video-opnamen gemaakt, zodat jullie een idee krijgen van de lommerrijke route …

Grutto’s met een kuiken

Nadat ik donderdagochtend in de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ aan de Leijen een tijdlang had zitten genieten van de zwarte sterns, ben ik zoals ik wel vaker even doorgereden naar de Jan Durkspolder …

Daar kon ik echter niet komen, omdat de brug afgesloten was. Waarschijnlijk is de gammele polderbrug eindelijk vervangen. Dat hoop ik deze of volgende week te ontdekken. Omdat ik in de Jan Durkspolder niet terecht kon, heb ik een ommetje gemaakt naar de hooilanden ten noorden van Earnewâld. En daar kreeg ik geen spijt van …

Ik was het doodlopende weggetje nog maar nauwelijks honderd meter in gereden of er vloog al een grutto op, die meteen een paar maal luid roepend laag over de auto dook. Ik wist genoeg en zette de auto meteen in de berm. De grutto landde eerst pal naast me op een dampaal. Daarna dook hij het lange gras in. Even later kwam hij tevoorschijn met zijn partner en hun kuiken. Is het niet prachtig!?

Ieder aan een kant van hun kuiken hielden de ouders de omgeving scherp in de gaten. Lang duurde de show niet, al snel leidden pa en ma hun kuiken weer naar het lange gras. Hopelijk redt dit kuiken het om volwassen te worden, want de kuikenoverleving van grutto’s moet omhoog


Mijn dag kon al na het zien van de zwarte sterns bij de Leijen al niet meer stuk, het treffen met dit prachtige drietal dat ook op de Rode Lijst staat, maakte het helemaal af! 🙂

Zwarte sterns by de Blaustirns

Onder een vrijwel wolkenloze hemel heb ik donderdagochtend weer eens een kijkje genomen bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ (Google Maps) aan de westkant van de Leijen. Het waaide niet hard, maar de wind die er stond, kwam nog steeds uit noord tot noordoostelijke richting en blies kil de hut in. Half voor het tweede kijkluikje zittend, kon ik net genoeg luwte vinden, om een tijdje tamelijk gerieflijk in de hut te kunnen zitten …

Bij wijze van uitzondering was het nu eens gezellig druk rond de hut, die zijn naam ‘Blaustirns’ meer dan ooit waarmaakte. Het wemelde voor de hut namelijk van de zwarte sterns. En de zwarte stern is in het Fries een blaustirns.

De zwarte stern was ooit een talrijke broedvogel in de laagveengebieden, langs de grote rivieren en op vennetjes van de zandgronden. In de jaren ’50 waren er naar schatting ten minste 10.000-15.000 broedparen. De trend was daarna steeds dalend. Op dit moment staat de zwarte stern met 1300-1400 broedparen als bedreigd op de Nederlandse Rode Lijst

Er ligt nog een tweede serie op de plank.