Een nieuwe wachtkamer

Vorige week donderdag heb ik weer eens een tijdje in een voor mij nieuwe wachtkamer gezeten. Het leek mijn nieuwe neuroloog in het kennismakingsgesprek begin september goed, dat ik na zes jaar de MRI-scanner weer eens van binnen zou bekijken. Dat zou haar (en mij) de kans geven om mijn hersenen en ruggenmerg van binnen te bekijken. En dus zat ik donderdagochtend rond 10 uur in de wachtkamer van de MRI naar een foto van de Waddenzee te kijken …


Met dank aan een fijne, strakke planning hadden we afgelopen dinsdagochtend al een gesprek met de neuroloog over de uitslag van de MRI en de algehele stand van zaken m.b.t. mijn MS. Ze liet ons op haar scherm zien, dat het beeld nauwelijks afwijkend was van de beelden die er in 2016 zijn gemaakt. Het bevestigt in feite beeld en diagnose, zoals die al in 2004 door mijn eerste neuroloog zijn gesteld. Ik heb nog steeds SPMS (de Secundair Progressieve vorm van Multiple Sclerose). Je zou kunnen zeggen, dat het een van de mildere vormen van MS is, waarbij de beperkingen heel gestaag groter worden. En dat is ook precies wat ik de afgelopen 17 jaar heb ervaren …

In het vervolg van het gesprek toonde de neuroloog zich met ons verheugd over het verloop van mijn looptesten bij de MS-verpleegkundige. Die looptesten waren noodzakelijk om in aanmerking te kunnen komen voor het medicijn waar ik in het eerste gesprek om had gevraagd. Na de eerste test (de 0-meting) mocht ik het medicijn 2 weken slikken. Na die 2 weken volgde de tweede looptest, die wees uit dat ik een progressie van 35% had met het medicijn. 20% is noodzakelijk om voor het medicijn in aanmerking te komen …


Bij MS wordt de isolatielaag rond de zenuwbanen van het centrale zenuwstelsel aangetast. Daardoor treedt een kaliumlekkage op in de zenuwbanen. Dat zorgt ervoor dat de elektrische prikkels zich minder snel langs de zenuwbanen kunnen verplaatsen. Fampyra voorkomt op de een of andere wonderlijke manier dat de kaliumlekkage wordt verminderd. Het is geen wondermiddel, want het heeft helaas geen genezende werking. Maar so what … zo lang ik er baat bij heb, kunnen die twee extra tabletten per dag er ook nog wel bij …


Na dit verheugende nieuws vertelde de neuroloog, dat dit medicijn (Fampyra) ook het laatste middel is wat ze momenteel nog in haar gereedschapskist heeft zitten voor mijn vorm van MS. Dat is natuurlijk een vervelende boodschap, maar daar heb ik al geruime tijd geleden mee leren leven. Ik leef min of meer bij de dag en ik zie wel wanneer het schip strandt …

We waren het er al snel over eens, dat ik maar het best door kan gaan zoals ik dat al in 2005 met mijn toenmalige neuroloog heb afgesproken: als het even kan dagelijks een fotokuiertje maken en blijven bloggen. En zeker tijdens de fotokuiers met mijn fotomaatje kan het nog steeds geen kwaad om mijn grens af en toe eens op te zoeken. Met die gezamenlijke conclusie waren we aan het eind van ons gesprek gekomen. Met een brede glimlach en een stevige ‘boks’ namen we afscheid. Tijd om de herfstkleuren op te zoeken …

Kleurrijk verval

Eind augustus verzuchtte ik hier dat er al vroeg in het jaar grote gaten in de bladeren van de hosta’s vielen. Ik vreesde, dat er in dat tempo inde herfst nog maar weinig van de bladeren over zou zijn. In dat geval zouden we de tijdelijke kleurenpracht van die bladeren misschien moeten missen …


Dat bleek gelukkig erg mee te vallen. Begin oktober begonnen ze ineens van groen naar geel en bruin te verkleuren. Ik blijf het een mooi en boeiend proces vinden. Intussen is het mooiste er wel af, zo verliep het ongeveer …

De kruisspin en de zweefvlieg

Begin oktober liep ik met het mooie weer ’s ochtends in de tuin een paar keer vol in een spinnenweb. Dat verveelde al snel, daarom begon ik me op dag drie eigen te maken om eerst vanuit de deuropening eens goed om me heen te kijken, voordat ik naar buiten liep …


Zo kwam het, dat ik die dag meteen actie zag in een web bij de pergola en de klimop. De eigenaar/bouwer van het web deed verwoede pogingen om een in ’t web hangende zweefvlieg in te pakken. Dat viel duidelijk niet mee …

De zweefvlieg verzette zich uit alle macht. Heftig spartelend wist hij de kruisspin uit zijn buurt te houden. Er restte de spin weinig anders dan zich maar terug te trekken in het centrum van zijn web. Waarschijnlijk hoopte hij, dat de zweefvlieg zich vast zou draaien in het met zoveel zorg en aandacht gesponnen web …


De zweefvlieg bleef intussen spartelen en draaien. Ik kon op een bepaald moment nog net een foto maken, terwijl hij aan een laatste draadje bungelde. Een moment later had hij zich losgerukt …

Biskopsgrêven bij de Drait

Er is in de gemeente Smallingerland nog een herinnering aan de oorlog van 1672-1674 te vinden. Nadat de plunderende bende van Bernhard von Galen – de bisschop van Münster, alias Bommen Berend – in juli 1672 tussen Nijega en Oudega bij ‘de Blauwe stien‘ werd tegengehouden, trokken die manschappen in verschillende groepen plunderend door de omgeving …


Een tweede treffen vond plaats bij Bûtenstfallaat (Google Maps) tussen Drachten en Smalle Ee. Bij de Poalsbrêge over het riviertje de Drait werden de plunderaars opnieuw opgewacht door Friese verdedigers onder leiding van de grietman. Ook hier was de weg opgebroken en gebarricadeerd …

Drie veldgraven uit 1672 herinneren nog aan deze lokale slag. In de volksmond worden ze de Biskopsgrêven (Bisschopsgraven) genoemd. Er liggen echter geen bisschoppen, maar drie van de plunderende Munsterse soldaten uit het leger van Bernhard van Galen, de bisschop van Münster. De graven werden in 1880 omheind met een hekwerk …

De Blauwe steen

Nadat de afgelopen week natuurfoto’s hier centraal stonden, is het nu weer tijd voor wat anders. Het is dit jaar 350 jaar geleden dat de jonge Republiek der Nederlanden in het rampjaar 1672 van drie kanten werd aangevallen door de Engelsen, de Fransen en de bisdommen van Münster en Keulen. In Drachten en omgeving was daar weinig van te merken, toch zijn er ook hier een paar herinneringen aan die tijd te vinden.

Al sinds mensenheugenis ligt er in de berm van de Aldegeasterdyk tussen Oudega en Nijega een zwerfsteen (Google Maps). ‘De Blauwe stien’ valt niet op door zijn formaat, maar vooral door de diepe krassen en inkervingen die in alle richtingen in de steen zitten en door de wat afwijkende kleur van de steen …


Er gaan een paar legendes rond over ‘de Blauwe stien‘. Volgens sommigen zou het te maken kunnen hebben met heidense riten die zich eeuwen eerder afgespeeld zouden hebben op de plek waar nu in Oudega de Sint Agathakerk staat. Ook werd beweerd dat de krassen in de steen ‘merkteekens waren die geplaatst waren door dienaaren van zon- en maanvereering’. Bijzonder is dat ‘de Blauwe stien’ al op een kaart in de Schotanus Atlas uit1664 staat ingetekend ten noordoosten van Oldegae

Volgens een ander verhaal deden troepen van Bernhard von Galen – de bisschop van Münster, beter bekend als Bommen Berend – op 26 juli 1672 via de Suderheide uitvallen richting Drachten. Het hoofdleger van Bommen Berend trok richting Suameer, maar stuitte daar op de legers van generaal Van Aylva en trok zich terug. Vanaf het hoofdleger scheidden zich groepen plunderaars af richting west en oost …


Bij Nijega ging een gedeelte naar het westen over de afsplitsing van de Hogeweg naar Oudega. Oudega was als residentie van de grietman interessanter om te plunderen dan het armlastige Drachten. De inwoners van Oudega hadden onder leiding van grietman Haersma van Oudega ter hoogte van ‘de Blauwe Stien’ de weg doorgraven. Doordat de vele regen van die zomer de omliggende landerijen zo doordrenkt had met water, was er voor de Munsterse plunderaars geen doorkomen aan. Volgens de legende waren de troepen zo verbolgen over hun verlies dat zij hun woede en frustratie koelden op ‘de Blauwe Steen. Vandaar de krassen in de steen …

Of was het maar gewoon een grenspaal, een markeringsplek om de dorpsgrenzen aan te geven tussen Oudega en Nijega? Dit laatste lijkt het geval te zijn. Onderzoek heeft in 1987 uitgewezen dat de krassen in de steen ‘gewone’ gletsjerkrassen zijn. Hoe diep die sporen ook zijn, sporen van menselijke bewerking met zwaarden, beitels of wat dan ook zijn niet op de steen aangetroffen …


  • dit verhaal krijgt morgen nog een staartje

De kikker en de heidelibel

Om maar te beginnen waar ik gisteren was gebleven: nee, ik zat niet helemaal alleen bij de Witte Mar. Maar van het zwarte monster dat de wal op probeerde te kruipen, had ik niets te vrezen. En verder was ik omringd door ‘goed volk’. Om te beginnen hield ’n kikker in het voorbij gaan even halt vlak voor het bankje waar ik lekker in de zon zat …


Terwijl de kikker zijn weg langs het water vervolgde, werd het gezelschap zowaar nog wat mooier. Een minuut of wat later streek er een zwarte heidelibel bij me op het bankje neer. Nadat ik hem even aan mijn aanwezigheid had laten wennen, kon ik voorzichtig bewegend een paar foto’s van hem maken …

Het was toch weer een kleine overwinning om in mijn eentje naar de Wite Mar te lopen. Om dat te vieren, kan de laatste foto van de zwarte heidelibel worden vergroot tot 1920×1200 pixels door erop te klikken …


Fijne zondag verder!

IJsbaan de Wite Mar

Nog zo’n plekje waar ik al enige tijd niet meer in mijn uppie naar toe gewandeld ben, is de Wite Mar (Google Maps) tussen Olterterp en Beetsterzwaag. Het Witte Meer, zoals de naam in het Nederlands luidt, is een bosmeertje dat zijn naam te denken heeft aan de witte zandlaag die de bodem bedekt …


Het grootste deel van het jaar is het er lekker rustig. Als je er in voorjaar of zomer op een bankje gaat zitten, hoor je rondom vooral het gekwinkelier van vogels en het gekwaak van de vele kikkers die zich in en rond het water ophouden. Ook komen er ca 20 verschillende soorten libellen en waterjuffers voor rond het meertje. Maar de Wite Mar is veel meer, het is vooral ook de mooiste ijsbaan van Fryslân


De Wite Mar is bij hoog water amper een meter diep en heeft een lengte van ongeveer 250 m en een breedte van 150 m. De bomen die aan alle kant rondom het ven staan, maakt er in echte winters een prachtige ijsbaan van, waar je als schaatser maar zelden last hebt van tegenwind. En ik kan het weten, want ik heb er meerdere rondjes geschaatst …

‘IJsclub iisnocht’ uit Beetsterzwaag werd al in 1875 opgericht. Bij de oprichting telde de vereniging 47 leden die ieder één gulden en zestig cent contributie afdroegen. Nu, bijna 150 jaar later, telt de vereniging ruim 700 leden …


In 2019 heeft de ijsclub het initiatief genomen om een 160 m lang vlonderpad aan te leggen langs de westelijke over. Dat maakt het voor de schaatsers makkelijker om op het ijs te komen, zonder dat het ijs langs de kant wordt vertrapt. Voor wandelaars is er daarmee een mooie nieuwe wandelroute ontstaan …

Terwijl ik er vorige week lekker op een zonnig bankje wat zat te mijmeren, trok er op enig moment een rilling over mijn rug. Het hondje en de wandelaars waren al lang weer uit zicht verdwenen. Ik was weer helemaal alleen bij de Wite Mar. Maar was ik wel alleen …?