Sans Gêne

– Virtueel naar Frankrijk 8 –

We verlaten het strand en gaan het dorp in. Al snel rijst de Chapelle Notre-Dame d’Onival uit de 15e of 16e eeuw voor ons op. Gelukkig hoeven wij niet helemaal naar boven, wij volgen de weg die parallel aan de krijtrotsen ‘huiswaarts’ leidt …

Ault schijnt zijn oude aantrekkingskracht en glans als mondaine badplaats uit het begin van de 20e eeuw in de loop der jaren verloren te hebben aan plaatsen als Saint Valery sur Somme en LeCrotoy aan de monding van de Somme. Veel horeca, en dus terrassen en leven, was er niet meer te vinden. Veel van de gebouwen waar we langs liepen, konden wel een opknapbeurt en een kwastje verf gebruiken …

Toch is de oude rijkdom van het dorp op veel plaatsen nog goed voelbaar. Wat bijzonder is, is dat veel van de huizen een naam hebben. Elders in het dorp staan nog veel art deco huizen die de sfeer van weleer ademen. Een aantal van die juweeltjes uit het verleden komt later in deze serie aan bod. Intussen zijn we nu bijna ‘thuis’ aangekomen, tijd om even lekker de benen strekken …
– Wordt vervolgd –

De gang van de blauwe iris

De fotokuiertjes in de natuur vallen me zwaar met het warme en vaak benauwde weer van de laatste tijd. Omdat het volgende week opnieuw warmer lijkt te worden, richt ik me voorlopig vooral op de tuin …

In tijden van warmte speelt de vermoeidheid door MS altijd weer extra op. Met een gevoel van elastiek in de benen en lood in de voeten is de tuin eigenlijk al jaren de beste plek om te vertoeven …

Gelukkig valt er zeker in het voorjaar en het begin van de zomer genoeg te fotograferen in ons tuintje. Kijk bijvoorbeeld eens naar de gang van de blauwe iris, die in een oude zinken tobbe naast de vijver staat …

En als die iris eenmaal zijn grootste pracht heeft verloren, dan komt mijn zo geliefde heksenbol aan de andere kant van de vijver weer wat beter tot zijn recht …   🙂

Uitgelicht verval

Door een noodlottige samenloop van omstandigheden zit ik sinds enkele dagen met het rechter pootje omhoog om een gekneusde enkel en een steriele ontsteking op mijn scheenbeen tot rust te brengen.
Hoe dat precies is gekomen …? Uit vrees dat haar schuldgevoelens dan nog groter worden, heeft Aafje liever dat ik daar niets over vertel …

Deze week ben ik dus nog wat meer aan huis en tuin gekluisterd dan ik sinds het begin van het coronatijdperk toch al was. Maar gelukkig kan ik in noodgevallen altijd terugvallen op mijn rijk gevulde archief. Op die manier lukt het in dit geval ook prima om mijn korte serie over licht en schaduw voort te zetten. Vandaag doe ik dat onder de titel ‘Uitgelicht verval’, want dat gaat in feite zowel op voor mijn voet als voor deze oude boerderij …

Zaaddoosjes in verval

Misschien kunt u zich de zaaddoosjes nog herinneren die ik half januari lekker in het zonnetje fotografeerde? Het leek wel voorjaar toen … wat lijkt dat alweer lang geleden. De laatste tijd heb ik meer het idee dat het herfst is …

Maar terug naar de zaaddoosjes. Die heb ik sindsdien nog een paar keer onder de loep genomen. Eerst een paar opnamen van 5 februari, toen scheen de zon nog wel eens …

Intussen hebben ze Ciara overleefd, maar ze zijn er niet mooier op geworden. De onderstaande foto’s heb ik gisteren gemaakt, nadat het urenlang had geregend …

Hoe en wat 2019 – 4

Na de nattigheid van maart barstte het voorjaar in april echt los. De eerste drie weken verliepen droog, zonnig en warm, alleen de tweede week van de maand was qua temperatuur ondermaats. De relatief hoge temperaturen maakten het voor mij weer wat meer mogelijk om er licht gekleed op uit te gaan, en daar heb ik dan ook volop geprofiteerd …

Voorjaar optima forma, met aan het begin van de maand meteen al lammetjes en de eerste grutto in de wei. In de tuin werden tussen al het frisse groen ook de eerste tekenen van verval alweer zichtbaar …

Het koudst was het op 13 april, de maximumtemperatuur lag die dag op 5,8 ºC. De nacht ervoor had het licht gevroren en er trokken die dag lokaal wat lichte sneeuwbuitjes over. De hoogste temperatuur werd op 24 april bereikt met ruim 25 graden, daarmee was het meteen de eerste zomerse dag van het jaar. De gemiddelde temperatuur lag met 11,0 ºC ruim 3 graden boven het langjarig gemiddelde over de periode 1971-2000. Met alleen in de laatste week van april regen van betekenis was het met 34 mm iets droger dan normaal.

Eind april had ik in de Surhuzumer Mieden nog een mooie primeur, daar kon ik voor het eerst kemphanen op foto vastleggen …

Waterlopen in ’t bos

Het Waterloopbos wordt doorsneden door verschillende waterlopen. Die zijn in de jaren vijftig aangelegd om vanuit het Vollenhovermeer (Google Maps) de bassins voor de schaalmodellen van het Waterloopkundig Laboratorium te kunnen vullen met water …

Omdat de bodem van het bos ca. 5 meter lager ligt dan het peil van het Vollenhovermeer kon de aanvoer van water op een eenvoudige manier met behulp van schuiven worden geregeld …

Hier en daar ligt een boom in stilte gebroken te rusten in het water. Zo lijkt de natuur hieronder weer bezit te nemen van een betonnen model dat misschien ooit de bocht van een rivier heeft voorgesteld …

De Ecokathedraal laat mooi zien hoe hoe steen en beton samen kunnen gaan met de natuur, hier in het Waterloopbos kapselt de natuur daarnaast ook oude, vaak roestige onderdelen op een mooie manier in …

 – wordt vervolgd –

Verval in het Waterloopbos

Tja, dat rare torentje van gisteren … Ik had natuurlijk kunnen weten dat dat vragen op zou roepen. En jawel, het zijn dezelfde vragen die ik ook heb. Ik heb werkelijk geen flauw idee wat het is of waar het precies voor gebruikt is. Maar dat is ook van minder belang. Laat ik eerst wat meer vertellen over het Waterloopbos (Google Maps)

Zoals bekend wordt er in ons land al eeuwenlang met en tegen het water gestreden. Met kennis en doorzettingsvermogen heeft ons land in de loop der geschiedenis zijn huidige vorm gekregen. Van terpen en drooggemalen polders tot de Afsluitdijk en de Deltawerken, altijd en overal is er die relatie met het water. Ook in de huidige tijd van zeespiegelstijging staat ons land internationaal bekend als het laboratorium van de wereld als het gaat om waterbeheersing …

Alle kennis op dit vlak is niet uit de lucht komen vallen. Daartoe werd na de Tweede Wereldoorlog het Waterloopkundig Laboratorium in de Noordoostpolder gevestigd. In het Waterloopbos werden in de loop der tijd schaalmodellen van zo’n dertig grote waterwerken uit de hele wereld gebouwd. Omdat het gebied een stuk lager ligt dan het aangrenzende IJsselmeer kon er zonder te pompen water in en uit grote schaalmodellen worden gelaten. In betonnen bassins kon er m.b.v. zogenaamde golfmachines onderzoek worden gedaan naar de effecten van golfbewegingen en waterstroming. Er werden sluizen, stuwen, havens en stukken rivier nagebouwd …

Er zijn tientallen schaalmodellen van waterwerken uit de hele wereld gebouwd. Daarmee kon kennis worden opgedaan voor de aanleg van bijvoorbeeld de Maasvlakte, de Deltawerken en de havens van Rotterdam. Maar er is ook veel onderzoek gedaan voor grote internationale projecten, zoals b.v. in Lagos, Istanbul en Bangkok …

Met de opkomst van de computer heeft het Waterloopbos in het eind van de vorige eeuw zijn oorspronkelijke functie verloren. Het Waterloopkundig Laboratorium heeft ervoor gekozen om zich volledig in Delft vestigen. Gelukkig is het bos bewaard gebleven en heeft Natuurmonumenten het in 2002 in beheer gekregen. In 2016 is het bos zelfs benoemd tot Rijksmonument, omdat het grote cultuurhistorische waarde heeft. De restanten van de waterkundige schaalmodellen zijn nog in steeds in het bos te vinden, maar de natuur heeft zijn werk gedaan. Mossen, planten en bomen overwoekeren de ooit zo waardevolle plaatsen. Omdat de foto’s van dit schaalmodel intussen bijna 9 jaar oud zijn, zal het er hier intussen ongetwijfeld ook heel anders uitzien …

– wordt vervolgd –