Het was een kleine wereld toen ik vanmorgen wakker werd, Fryslân was in mist gehuld. Daarom ben ik na een eerste bakje koffie meteen maar in de auto gestapt om her en der wat mistige landschapjes vast te leggen …
Het glijbaantje bij het strandje van Smalle Ee werd strak weerspiegeld in het volkomen rimpelloze water. Het riet verdween verderop in het niet …
Een roodbonte koe stond wat afgezonderd van de rest van de kudde te grazen in de wei …
Een paar paardjes stonden lange tijd roerloos tegenover elkaar …
Een eenzame boom langs de flauwe bocht van een stille landweg bleef gelukkig staan waar hij stond …
Ook een boom langs de Boorn is in nevelen gehuld …
Rond het middaguur probeerde de zon voorzichtig door de mist heen te prikken, hoog tijd voor een tweede bakkie …
Terwijl ik gistermiddag een ritje over ’s heren B-wegen maakte, werd mijn aandacht op een bepaald moment getrokken door een klein kalfje dat wat wankel bij twee koeien door de wei strompelde …
Het was zo klaar als een klontje: het beestje was nog maar net geboren. Zodra ik was uitgestapt om wat foto’s te maken, hief de tante van het kleintje haar kop naar me op om te bekijken wat ik van plan was …
Vervolgens keerden beide koeien en het kalfje me eensgezind de rug toe …
Het kalfje ging intussen op zoek naar haar eerste voedzame maaltijd. Eerst maar eens kijken wat tante te bieden heeft …
Dat leek in eerste instantie nogal tegen te vallen, zou ze dan toch aan de andere kant moeten zijn …?
Nee, toch nog maar eens proberen bij tante …
Mama koe keek intussen gemoedelijk toe …
Nog eens even kijken hoe het daar gaat …
Mama besluit er maar even bij te gaan liggen …
Na een tijdje scharrelt het kalfje toch weer samen met tante naar de moederkoe …
Terwijl het kalfje nu op haar beurt in het gras gaat liggen, komt mama weer overeind …
Al snel spoort ze de kleine aan om weer overeind te komen …
Terwijl tante met haar opvallende neusring mij weer in de gaten houdt, gaat het kalfje opnieuw op zoek naar melk …
Ja … daar moet het toch ergens te halen zijn …
Uiteindelijk lijkt het allemaal goed te komen …
Hoewel het er allemaal goed en gezond uitzag, besloot ik toch maar even langs de dichtstbij zijnde boerderij te rijden om melding te maken van dit tafereel. Hoe goed ik daar ook rondkeek en hoe vaak ik ook “Folluk …” riep, er verscheen niemand en dus besloot ik mijn weg maar te vervolgen …
Nadat ik donderdagmiddag in de buurt van Terherne enige tijd lekker aan de waterkant had gezeten, ben ik via mij tot dusver deels onbekende binnenwegen huiswaarts gereden …
Ten zuiden van Grou stond een mooie roodbonte koe aan de slootkant te grazen, haar mooi gekuifde kop werd een tijdje fraai weerspiegeld in de sloot …
Zoals gebruikelijk duurde het ook nu weer niet lang, voordat ook de andere dames gestaag grazend naar de slootkant kwamen …
Maar voordat ze zich bij mijn model hadden gevoegd, had ik al een mooi pronkplaatje van haar gemaakt …
Donderdag heb ik samen met mijn fotomaatje weer eens een bezoek gebracht aan Hendrika en haar boer. Ondanks het koude en donkere weer werd het als vanouds weer een gezellige dag. Om te beginnen was het goed en gezellig om weer eens bij te praten met Hendrika en meneer de boer …
Natuurlijk mocht een rondje over de boerderij ook ditmaal niet ontbreken. Het opsnuiven van de geur in de stallen roept altijd meteen weer jeugdherinneringen op, dat was ook nu weer niet anders. Het vee stond er van jong tot oud weer blakend van gezondheid bij …
Maar de show werd halverwege de rondgang toch echt gestolen door de jongste boerderijpoes -een beestje van een week of vijf, zes- die me zonder al teveel schroom benaderde toen ik neerknielde om een foto van hem te maken …
Op zo’n moment merk ik, dat ik nog altijd een kattenmens ben. Bij zo’n jong en speels katje ga ik meteen voor de bijl. Het was dan ook maar goed, dat ik op dat moment nog niet wist dat ik hem tegen elk aannemelijk bod mee had kunnen krijgen …
“It ferstân moat foarop,” zeggen we in Fryslân op zo’n moment, oftewel: toch maar even het koppie erbij houden. Zo’n dartel beestje is nu wel mooi, maar na verloop van tijd moet je er toch een stuk vrijheid en flexibiliteit voor inleveren. En ik geloof eerlijk gezegd niet of we daar in Huize Afanja alweer aan toe zijn …
Ook in 2012 had ik weer een aantal aardige ontmoetingen, die in mijn geheugen zijn blijven hangen en die mede dankzij de foto’s waarschijnlijk nog lang herinneringen zullen blijven oproepen. Om te beginnen trof ik tijdens een tochtje, dat ik op 16 februari samen met mijn maat Johan maakte, langs het kruiende ijs bij het IJsselmeer een koe tussen de ijsbergen aan …
Later hoorde ik van boerin Hendrika dat de vermaarde (koeien)fotograaf Harrie van Leeuwen daar bezig was met het maken van een reportage voor het vakblad Veeteelt over de kampioenskoe Caudumer Hinke 97. Hinke leek er in het begin niet veel zin in te hebben, maar het leverde absoluut unieke plaatjes op …
Half maart trof ik tijdens één van mijn ritjes door de omgeving in een officieel tot ganzenopvanggebied verklaard weiland bij Aldeboarn een stel opvallende grazende gasten aan. Voor deze soepganzen is het opvanggebied vast niet bedoeld, maar dat maakt die beesten natuurlijk niets uit zo lang het gras maar smaakt …
Terwijl drie van de ganzen strak in het gelid naast elkaar liepen te grazen, liep een vierde exemplaar er in zijn eentje achteraan. Vooral dat drietal leverde bijzonder plaatjes op …
Op een warme en benauwde donderdag 5 juli maakte ik een ritje in de buurt van Earnewâld om wat foto’s te maken voor Skywatch Friday. Nadat ik wat foto’s van een naderende buienlucht had gemaakt, reed ik naar de eerste vogelkijkhut in de Jan Durkspolder om even pauze te houden …
Nog voordat ik de auto tot stilstand had gebracht, zag ik op het pad naar de vogelkijkhut een vreemde vogel zitten. Nadat ik eerst vanuit de auto een paar foto’s had gemaakt, liep ik stilletjes een eindje in de richting van de vreemde vogel. Steeds knielde ik na een paar stappen even neer om een foto te maken. In eerste instantie had ik het idee dat het wellicht een zieke ooievaar was, maar toen ik dichterbij kwam, begon mijn hart toch wat sneller te slaan. Het leek me om een heilige ibis te gaan …
De heilige ibis komt voor in Afrika, Zuid-Irak en (vroeger) in Egypte. In het oude Egypte werd dit dier vereerd als symbool van de god Thoth, daaraan dankt hij zijn naam. Als exoot komt de heilige ibis ook voor in West-Europa. Een grootschalige introductie heeft plaatsgevonden in Frankrijk. Avifauna in Alphen aan den Rijn heeft een grote groep dieren vrij rondvliegen waarbij enkele wilde exemplaren zijn aangesloten die waarschijnlijk van Franse dieren afstammen. Hetzelfde geldt voor de meeste andere groepen heilige ibissen in de Benelux, al komen ook ontsnappingen bij particulieren voor. Waar dit exemplaar vandaan kwam, weet ik niet, maar om zijn linkerpoot draagt hij in elk geval een ring. En wat belangrijker is: het leverde mij behalve wat foto’s ook nog een aardig stukje video op …
Twee dagen later zat ik op zaterdagmiddag rond 14:00 uur lekker in het zonnetje op het bankje bij de vennetjes aan de zuidkant van het Weinterper Skar. Ineens hoorde ik gehamer en getik achter me …
Lang hoefde ik niet te zoeken naar de bron van het geluid. In een van de bomen vlak bij het bankje zat een grote bonte specht te timmeren. Ik heb in het verleden al verschillende keren geprobeerd om een grote bonte specht op de foto te krijgen, maar elke keer weer bleef het onderwerp zich verstoppen achter stam of takken van een boom …
Die zaterdagmiddag had ik eindelijk eens te maken met een gewillig model. Hij liet zich niet door mij storen en gaf me tien minuten lang de kans om foto’s van hem te maken, terwijl hij mooi afgetekend tegen de strakblauwe lucht prachtig in het zonlicht zat …
Het waren stuk voor stuk aardige ontmoetingen waar ik echt van heb genoten. Het zijn de kleine dingen die het doen …
In de vroege uren van de dag was het met af en toe een verkoelend zuchtje wind goed toeven in de schaduw van de hazelaar. Sindsdien is de temperatuur opgelopen tot 28,3 ºC, en het verkoelende briesje heeft de gedaante van een warme föhn aangenomen. Tijd voor wat virtuele koelte …
Daartoe neem ik jullie even mee terug naar 16 februari van dit jaar. De doorzettende dooi en een westelijke wind stuwden het ijs langs de IJsselmeerkust van Fryslân en Flevoland op tot metershoge ijsbergen. Toen het zonnetje voorzichtig door het wolkendek prikte, sloegen de dampen van het ijs af. Als ik daar nu toch eens een uurtje naar terug kon gaan met mijn defecte inwendige thermostaat …
Als de verkoeling na een tijdje zijn werk heeft gedaan en de spieren in mijn lijf de neiging krijgen om weer te gaan samenkrampen … Dan is het tijd om weer op te warmen met een partijtje koeknuffelen met Caudumer Hinke 97, een vier jaar jonge koe van de maatschap Haytema-Haitsma uit Koudum, die op 16 februari in volle glorie stond te pronken tussen de ijsbergen …
Terug naar de realiteit … De eerstkomende uren blijf ik maar lekker in de nog relatief koele woonkamer. In de loop van de avond wordt het weer steeds aangenamer in de tuin, en daar geniet ik tegen die tijd dan weer volop van op ons terrasje bij de vijver. Tot die tijd droom ik lekker wat weg naar het bijzondere beeld van Caudumer Hinke 97 tussen de verkoelende ijsbergen…