“Waar waren we ook weer gebleven …?” Met die vraag begon Geert Mak vrijwel alle afleveringen van de tv-serie “In Europa“.
Tijdens mijn kuier door De Deelen was ik maandagmiddag bij het derde bankje op mijn route aangekomen. Omdat dit ook meteen het laatste bankje was, ben ik wat langer blijven zitten dan op het eerste bankje. Het zat er nog goed in de zon met uitzicht op het molentje …
Vriendelijk groetend liep er na enige tijd een groepje van vier mensen voorbij. Omdat ik geen zin had om meteen achter hen aan te lopen, liet ik er nog even wat tijd overheen gaan, voordat ik mijn weg weer vervolgde …
Kort nadat ik weer op pad was, kwam ik op het eilandje tussen de twee bruggetjes tot de ontdekking dat ik in een onnadenkende bui blijkbaar mijn stoute schoenen had aangetrokken …
Er was geen houden aan, of ik wilde of niet, ik moest en zou even door de bosschage naar de waterkant om even een paar plaatjes te schieten van het tweede bruggetje in tegenlicht …
Daarna was het tijd om het bruggetje over te steken, zodat ik mijn weg kon vervolgen over de legakker, die zich tussen twee petgaten voor me uitstrekte …
Intussen bleef ik de lucht goed in de gaten houden, want er pakten zich steeds meer donkere wolken samen. De wolken in zuidelijke richting vóór me vormden geen probleem, maar vanuit het noordwesten kwam weinig goeds naderbij …
Zodra ik de beschutting van de bomen achter me had gelaten en het laatste stukje over de verharde weg in westelijke richting liep, werd duidelijk dat niet alleen de bewolking was toegenomen, maar ook de wind. Op het kanaal naast me verschenen de eerste kleine schuimkopjes …
De wandeling was langer geworden dan ik me had voorgenomen, maar gelukkig, daar was de parkeerplaats. Blijkbaar waren er intussen meer mensen op het idee gekomen om hier even uit te waaien, ik telde wel 12 auto’s op de parkeerplaats. Volgens mij is dat een record …
Ik zat net in de auto uit te blazen, toen de eerste regendruppels op het raam uiteen spatten. Wat een timing. 🙂
Er was weinig te beleven op en rond De Leijen gistermiddag. Er zaten een paar aalscholvers op een strekdammetje in de richting van het paviljoen bij Rottevalle en er vloog af en toe een meeuw langs. Meer vogels waren er niet te zien …
Mijn gedachten dwaalden terug naar de vlaggen in het rietland achter me. Waar zouden die toch voor dienen? Voor zover ik weet, zie ik die vlaggen elk jaar eigenlijk alleen hier bij Doktersheide in het riet verschijnen …
Het leek me niet erg waarschijnlijk dat ze dienen als routemarkering voor de rietsnijders, dat ze om de bomen heen moeten rijden, zal ook zonder die vlaggen duidelijk zijn …
Even om het hoekje van het prieeltje gluren … Kijk, daar kwamen de mannen net weer aan. De bak zat nog niet helemaal vol, daarom reden de rietsnijders de zon nogmaals tegemoet …
Omdat het nooit lang meer zou kunnen duren voordat de bak vol was, besloot ik alvast terug te lopen naar de weg. Voetje voor voetje schuifelde ik over het vlonderpad, dat hier en daar nog bedekt was met een verraderlijk laagje ijs …
Toen ik weer vaste, maar nog steeds glibberige grond onder mijn voeten had, maakte ik onderweg nog even een tegenlichtopname van een boom en de steeds donkerder wordende bewolking …
Even later kwam de rupsmaaier me zacht ronkend voorbij. De bak was vol, de 100 bossen riet werden -in afwachting van verder vervoer- in de achteruit naar de weg gebracht …
Bij de weg werden de losse bossen riet bijeengebonden tot een grote rol, die daarna uit de bak werd gekiept. Toen de mannen de bak hadden geleegd, knoopten we even een praatje aan …
Al snel kwam het gesprek op de film over de rietcultuur waar ik aan werk. De interesse van de beide mannen was meteen gewekt, en er ontspon zich een aardig gesprek. Na enige tijd kwamen ook de vlaggen in het rietland ter sprake …
Die vlaggen dienen -zoals Wieneke al vermoedde- als vogelverschrikkers. Om nog wat preciezer te zijn: ze worden -zoals Klaas al dacht- gebruikt om te voorkomen dat grote groepen (kolonies) spreeuwen het riet als rustplaats gebruiken. Hier en daar een vogeltje als de rietzanger of de kleine karekiet in het riet kan geen kwaad, maar als er een grote groep spreeuwen in het rietland neerstrijkt, dan knakt en breekt het riet, dat daarmee zijn waarde verliest …
Zo lang het om niet al te grote groepen spreeuwen gaat, zal er best een afschrikwekkende functie van die vlaggen uit gaan. Maar als honderdduizenden spreeuwen hun avonddans opvoeren en vervolgens een plekje voor de nacht zoeken -zoals dat in het voorjaar van 1994 het geval was bij Jubbega- dan is er geen houden aan … Dan helpen nog geen honderd vlaggen …
Tot slot nog even dit: het spreekt voor zich, dat Klaas als geboren rietsnijder buiten mededinging deelnam. De hoofdprijs -een gratis voettocht rond De Leijen- gaat dan ook naar Wieneke. 🙂
“Goh … hé … tsjee … zon …,” was mijn eerste reactie, toen ik vanmorgen de gordijnen opende.
Lang duurde die vreugde niet, want terwijl ik aan mijn eerste bakkie koffie zat, trok de lucht al weer dicht en begon het te regenen. Gelukkig leerde een blik op de buienradar dat het slechts om een bui ging, zodat ik tegen het middaguur toch op pad kon gaan om even een ommetje te maken …
Nadat ik gisteren mijn zuidwestelijke route had gereden, heb ik vandaag weer eens een noordwestelijk rondje gemaakt. Een torenvalkje was me ook nu weer te snel af, en een buizerd bleef weliswaar voorbeeldig lang stil zitten, maar dat deed hij buiten het bereik van mijn camera. Ze kunnen wat mij betreft het heen en weer krijgen, die vogels …
Daarom heb ik in de buurt van Oudega maar een tijdje staan spelen met het licht rondom een boom. Die was een stuk minder beweeglijk dan de vogels. En omdat ook zon, wind en wolken wel even mee wilden werken, hoefde ik slechts enkele meters heen en weer te lopen om toch een paar aardige plaatjes te kunnen schieten …