Een meeuw, een reiger en een dode gans

Nadat we eerst een kijkje hadden genomen bij de Leijen, hebben Jetske ik op de laatste vrijdag van oktober nog enige tijd in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder gezeten …


Aan de oostkant van de hut stond een blauwe reiger in de plas. Hij leek helemaal in beslag te worden genomen door de aanblik van een meeuw, die een stukje verderop ergens aan stond te rukken …

Hij leek er echt het zijne van te moeten weten, want heel stiekem kwam hij steeds een stapje dichterbij. De meeuw leek er niet van onder de indruk te zijn, want hij ging rustig door met zijn bezigheden …

Enige tijd later had hij datgene waaraan hij stond te plukken en te rukken op het droge gesleept. Daarmee leek de lol er ook meteen af te zijn. Maar nu was wel goed te zien wat hij daar had, het karkas van een gans. Nu maar hopen dat er geen vogelgriep in het spel is …

De meeuw stapte weg liet zijn buit achter. Even later schreed de blauwe reiger eraan voorbij zonder op of om te kijken. Vanaf dat moment lag de polder er weer stil en leeg bij …

Vakwerk in het rietland

Erg lang duurde de lunchpauze niet. Daar gunden zowel Klaas Jan als Jetske en ik ons de tijd niet voor, de omstandigheden waren te mooi om zo maar door onze vingers te laten glippen …

Klaas Jan nam zijn snit weer ter hand om zijn werk te hervatten. Dat ‘snit’ is het gereedschap op de foto hierboven. Aan een korte steel is een krom mes bevestigd. Hiermee snijdt de rietsnijder het touwtje door waarmee het gemaaide riet tot bosjes bijeen is gebonden. Daarna worden de bosjes één voor één m.b.v. een machine gekamd om het afval, de zogenaamde ‘ruigte’ uit het riet te kammen …

De laatste restjes ruigte worden er vervolgens met behulp van het snit zorgvuldig uit gehaald. Daarna kan het riet tot grote transportbossen bijeen worden gebonden, zodat de rietsnijder de oogst later thuis verder kan verwerken …

Voordat de mechanisering zijn intrede deed in de rietteelt, werd het riet met de hand gesneden, en ook dat werd toen gedaan met het snit. In het kader van een ca. 45 minuten durende documentairevideo heb ik in 2011 van rietsnijder Klaas en mijn fotomaatje Jetske een demonstratie gekregen van dat voor de rug funeste werk …

Onrust rond de plas

Het was een winderige en donkere dag in de aanloop naar Dudley, Eunice en Franklin

In de luwte van de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder stonden een paar ganzen te dutten in ondiep water …

Plotseling ging er verder naar het oosten aan de andere kant van de plas een grote groep ganzen de lucht in …

Een paar andere ganzen kwamen vanuit noordoostelijke richting vlak langs de hut vliegen …

Intussen was er ook onrust ontstaan aan de zuidkant van de plas, daar kwamen de smienten massaal omhoog …

Even hoopte ik dat een zeearend de veroorzaker van de onrust was, maar dat viel tegen …

Het was een buizerd die laag over kwam vliegen. Daarna keerde de rust weer …

Het was ondanks de kille wind toch weer een fijn halfuurtje in de polder.

Aalscholver met haantjesgedrag

Er viel niet veel te beleven in de Jan Durkspolder die dag. Het rad van de windmotor draaide heel rustig zijn rondjes en af en toe passeerden er een paar fietsers …

Aan de oostkant van de hut zat in de verte een aalscholver op een paaltje wat te poetsen en te pronken. En daar had hij ook alle recht toe met de sierlijke, bijna zilveren veren op zijn kop en de witte vlek bij zijn poten. Heel even ging er een tweede aalscholver op één van de paaltjes zitten …

Lang duurde dat niet. Het was duidelijk, de eerste aalscholver haalde alles uit de kast om zijn soortgenoten te imponeren. En dat lukte ook heel aardig. Een paar ijselijke kreten waren genoeg om de bezoeker te verjagen …

Honderden smienten

Na de fotosessies met de reeën en het spel van zon, wind en wolken reden we naar het eind van de weg, waar fotomaatje Jetske de auto parkeerde. Daarna liepen we naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder…

Vooral wolken en water bepaalden in eerste instantie het beeld. In de verte dobberden enkele honderden smienten op het water. Meestal zitten ze helemaal aan de zuidkant van de plas, ver weg van gluurders in de kijkhut. De zuidwestelijke wind voerde ze die dag echter steeds verder in onze richting …

De smienten, die ook wel fluiteenden worden genoemd, brengen hier de winter door. In het vroege voorjaar trekken ze naar hun broedgebieden in Scandinavië en Siberië. Waarom ze ook wel fluiteenden worden genoemd, ontdekten we even later …

Op het moment dat we ze net wat beter konden bekijken, ging het hele spul luid fluitend op de wiek. Ze vlogen een klein stukje naar het zuiden en landden daar weer op het water. Zodra ze opnieuw te dicht bij ons dreigden te komen, vlogen ze weer op. Dat spel herhaalde zich een aantal keren, en dat leverde vooral tegen de achtergrond van de boerderij en de windmotor mooie beelden op …

Blik op het noorden

Terug bij de auto besloot ik donderdagmiddag nog even een paar foto’s van de vierde windstreek te maken: het noorden …

Nadat de lucht de eerste helft van de middag voornamelijk lichtblauw was geweest, begonnen aan de andere kant van de Lytse Mar (Google Maps) steeds meer donkere wolken zich samen te pakken …

Zoveel reuring als zich tegen de noordelijke horizon in de lucht aftekende, zo rustig stond de windmotor aan de Westersânning er nog bij …

Terwijl ik via Earnewâld met ommelandse wegen huiswaarts reed, heb ik de auto nog een paar maal in de berm gezet om wat foto’s te maken …

Ik had zelfs nog het geluk om een zwakke regenboog in beeld te vangen …

Het duurde niet veel langer dan een uur, maar het was weer een aangenaam ritje over de Friese dreven.

Zwaluwen rond de kijkhut

Op één van de vele donkere augustusdagen ben ik nog maar eens naar de Jan Durkspolder gereden …

Rondom bepaalden dreigende wolkenformaties het beeld …

Veel vogels waren er niet te zien, maar met veel geduld en nog meer mislukkingen, kreeg ik uiteindelijk toch een aantal keren een voorbij vliegende zwaluw in beeld …

Maar lekker droog zittend, heb ik vanuit de vogelkijkhut toch vooral ook genoten van de wolkenmassa om me heen …

Toen ik terugkwam bij de auto leek de stier, waarmee ik anderhalve week geleden bij het hek had gestaan, in de luwte van de boom weer op me te wachten. Omdat de volgende bui zich in de verte alweer aandiende, heb ik hem maar mooi laten staan …