Schaatsers op dun ijs

Gisteren was hier te lezen dat fotomaatje Jetske en ik twee keer ergens te laat waren om iets te kunnen zien en fotograferen. Gistermorgen was ik gelukkig wel op tijd om een mooi winters gebeuren vast te kunnen leggen. Er werd geschaatst op het ondergelopen land aan de Wolwarren tussen Oudega en de Hooidammen. Hier kan vrijwel elke winter na twee nachten met matige vorst geschaatst worden, omdat er het amper 30 cm diep is …

Toegegeven, het ijs was nog niet echt dik en er lag aan de andere kant een fors windwak, maar wie daar wat uit de buurt bleef, kon er prima een paar rondjes schaatsen. Daar komt bij het prachtig winterweer was, een paar graden vorst en een oostenwindje. In Fryslân spreken en we in zo’n situatie van ‘sierlik winterwaar soarget foar iiswille’

    Twee keer te laat

    Nadat we bij Earnewâld tevergeefs op zoek waren geweest naar rietsnijders aan het werk, besloten we dat ter afsluiting van de dag ook nog even te proberen bij De Leien …

    We waren net uitgestapt, toen er een fotograaf aan kwam lopen vanuit de vogelkijkhut. Op onze vraag of er nog wat bijzonders te zien was, vertelde hij dat er een tijdlang twee zeearenden op het boomeilandje hadden gezeten. Omdat te bewijzen liet hij een serie prachtige foto’s zien van de zeearenden in de bekende boom. Hoewel de vogels net vertrokken waren, besloten we toch even door te lopen in de richting van de vogelkijkhut …

    In de verte zagen we nog een paar roofvogels cirkelen. Toen ze wat dichterbij kwamen, zagen we echter dat het om buizerds ging. Toch een tegenvallertje in dit geval …

    Bij het rietland aangekomen, zagen we dat we te laat waren om de rietsnijders hier aan het werk te zien. Een groot deel van het riet was al gemaaid en lag in bossen samengebonden op het dijkje rond het meer. Omdat het paadje naar de vogelkijkhut erg nat en drassig was, zijn we toch maar niet verder gelopen …

    Twee keer te laat op één middag, eerst voor de zeearenden en dan ook nog voor de rietsnijders. Maar toch was het een weer mooie dag.

    Ganzen in tegenlicht

    Nadat Jetskes’ schoenen weer schoon genoeg waren om ermee verder te kunnen reizen, reden we een klein stukje verder. Daar namen we een kijkje aan de andere kant van de weg, waar we zicht hadden op de noordelijke plas van de Jan Durkspolder. Terwijl ik naar het hek liep, ging Jetske net terug om haar andere camera te halen …

    Ik houd vooral ’s winters van dit plekje, al was het maar vanwege het dan vaak mooie grijsblauwe beeld van de silhouetten van de twee windmotoren verderop in de polder. Steunend op het hek, hebben we een tijdlang genoten van de drukte op het wateroppervlak. Toen de wind even wegviel, leek het bijna voorjaar …

    Jetske bij de Shetlandpony’s

    Na de lunch stelde Jetske voor om een stukje het natuurgebied de ‘Pettebosk’ aan de rechterkant van de weg in te lopen. Ze wilde even bij de Shetlandpony’s kijken. Ik besloot nog even in de auto te blijven zitten, de fotokuier bij de haven zat nog in mijn benen. Terwijl Jetske die kant op liep, richtte ik mijn camera op een blauwe reiger, die in de verte op de leuning van een bruggetje zat …

    Jetske was intussen aangekomen bij de Shetlandpony’s die in de verte stonden te grazen. Toen ze er al enige tijd stond, ontdekten de pony’s haar. In een linie liepen ze zij aan zij op Jetske af, terwijl die er een groepsportret van probeerde te maken. Dat viel nog lang niet mee, want de pony’s bleven op haar af komen. Uiteindelijk bleef er weinig anders over dan de camera maar even te vergeten en de pony’s wat te kroelen …

    Hier kun je zien hoe Jetske het heeft ervaren en deze foto’s heeft ze ervan gemaakt: Shetlandpony’s bij Earnewâld

    Terug in de auto ontdekte Jetske na het instappen dat er het nodige aan onwelriekende fecaliën aan haar schoenen plakte. Vrijwel meteen stond ze weer buiten, schrapend over de weg en poetsend in de berm. Ik liet de auto intussen even flink doorwaaien …

    Tussen voorjaar en winter

    Er waren nog wat foto’s blijven liggen van de laatste kuier met mijn fotomaatje. Ik was gebleven bij de jachthaven van Earnewâld. Daar staat aan de andere kant van It Wiid een beeldengroep gemaakt door Hans Jouta in het water. Wie goed kijkt, kan er misschien drie oud-winnaars van schaatsmarathon ‘De 100 van Earnewâld’ in herkennen: Jeen Wester, Hilbert van der Duim en Jos Niesten. Het beeld heeft een plekje gekregen op de plaats van de start en finish van de natuurijsklassieker …

    Het is een beeldengroep van cortenstaal, die een drijvend ponton is geplaatst, zodat het ongeacht de waterstand altijd lijkt of er echt een paar mannen aan het schaatsen zijn. Maar eerlijk is eerlijk, in januari 2017 (foto linksonder) leek het net wat realistischer dan in januari 2025 (foto rechtsonder) …

    Aan de ander kant van de haven staat het beeld ‘de Fisker’ van David van Kampen. Earnewâld was vroeger voornamelijk een dorp van vissers, schippers, boeren en rietsnijders. Het beeld van de ielfisker herinnert aan de Earnewâldster voorouders. ‘Ielfisker’ is Fries voor palingvisser. Het beeld is gemaakt uit lavasteen en is te vinden aan de noordkant passantenhaven. Het was een wereld van verschil, de visser in januari 2017 (linksonder) en in januari 2025 …

    Nadat we uitgekeken waren bij de haven, gingen we op zoek naar een goed plekje om even te lunchen. Daarvoor wees ik Jetske de weg naar de Manjepetswei ten zuiden van Earnewâld. Daar had ik nogmaals een kans om het weerbeeld van januari 2017 en januari 2025 te vergelijken met een paar foto’s van het huis, dat uitkijkt over de Jan Durkspolder in de verte …

    Nadat we onze broodjes op hadden, zag Jetske ter plekke een nieuwe kans om een fotoserie te maken. Dat is voor morgen …

    Een paartje grote zaagbekken

    Begin februari heb ik weer eens een kijkje genomen bij It Krûme Gat tussen Smalle Ee en De Veenhoop. Ik hoopte daar een paar close-ups te kunnen maken van smienten in de luwte …

    Die waren er ook wel, en ik heb er ook wel wat foto’s van kunnen maken, maar een paar andere gasten vond ik nog net wat interessanter. Mag ik u voorstellen … de heer en mevrouw Grote Zaagbek.

    De grote zaagbekken zijn hier wintergasten, die zich met hun smalle spitse snavel helemaal op de vangst van vis, ongewervelden en soms een amfibie, een jong zoogdier of een vogeltje richten. Het vrouwtje (linksonder) is hier net weer tevoorschijn gekomen, nadat ze op de foto’s van gisteren even was ondergedoken om een visje of zo te verschalken …

    Het enige juiste antwoord kwam van C., de enige echte vogelaar in ons midden gisteren.

    Ploep … weg …

    Het was een bijzondere, maar achteraf bekeken vooral ook een vermoeiende week. Nu alles achter de rug is, is de vermoeidheid in extreme mate neergedaald in mijn benen. Zelfs de sneeuw kan me niet echt naar buiten lokken.

    Kortom: ploep … ik duik onder en ben weer even weg

    Iemand trouwens enig idee wat hierboven onder water duikt …?