In de Ecokathedraal (5)

We laten het kleine spul even achter ons en we verlaten ‘het Hoofdpad’ van de Ecokathedraal om rechtsaf een trap op te gaan …

De top van het bouwwerk op de foto hieronder, dat op een kunstmatige heuvel is gebouwd, is mogelijk het hoogste punt van de Ecokathedraal. Maar het zal wel om die titel moeten wedijveren met de oudste bouwwerken helemaal achter in de Ecokathedraal …

Dit is momenteel niet het meest interessante deel van de Ecokathedraal, daarom dalen we meteen weer af naar ‘straatniveau’. Via een overwoekerde ‘Inca-tempel’ en een bemoste muur gaan we op zoek naar zonniger en kleurrijker plekjes. Morgen richten we de blik hier in het kader van Skywatch Friday even wat meer omhoog …

– wordt vervolgd –

In de Ecokathedraal (4)

Sjoerd schreef gisteren in een reactie dat hij eigenlijk nog ergens een huisje met dak verwacht.
Nou Sjoerd, wie weet … de dakpannen liggen in elk geval alvast klaar …

We vervolgen onze weg verder de Ecokathedraal in. Daarbij komen we o.a. langs een verbouwde rioleringsbuis die een andere functie heeft gekregen …

Voordat we weer bij een groter bouwwerk komen, passeren we wat ‘klein grut’. De grotere bouwwerken worden met zorg opgestapeld door de vaste bouwgroep van de Ecokathedraal. Tussen de grotere bouwwerken is her en der ruimte voor een kleine ‘vrijplaats’ waar bouwers en bezoekers hun fantasie de vrije loop kunnen laten met de materie. Op een paar van de foto’s is mooi te zien welke planten op diverse plaatsen als eerste op of tussen het gesteente verschijnen: mossen en robertskruid …

– wordt vervolgd –

P.S. Een gezellig Sinterklaasfeest voor allen die het feest vandaag vieren!

In de Ecokathedraal (3)

Zodra we door de Porta Celi zijn, gaan we naar links. Daar wordt al ’n paar jaar gewerkt aan een rond bouwwerk …

Het is intussen wel zo ver klaar dat we even binnen kunnen kijken …

De buitenkant ziet er vrij eenvormig uit, maar binnen is enige variatie aangebracht …

Aan de vele spinnenwebben is duidelijk te zien dat insecten en vooral spinnen zich er wel thuis voelen …

Een blik door het open dak geeft zicht op de geelbruine herfsttinten van 2018 …

Door de deuropening gaan we weer naar buiten in de richting van de Porta Celi …

– wordt vervolgd –

In de Ecokathedraal (2)

Het hek met de niet te missen waarschuwing “BETREDEN OP EIGEN RISICO” aan het begin van de Ecokathedraal zoals dat in het logje van gisteren nog te zien was, is verdwenen. Vanaf de weg betreden we nu meteen het voorportaal van de Ecokathedraal. Hier is de laatste tijd hard gewerkt …

En dan worden we middels een nieuw bord – helaas met een vervelend spelfoutje – toch nog gewaarschuwd voor mogelijke gevaren die op de loer liggen …

Langs een nog niet zo lang geleden gestapelde muur gaan we in de richting van een imposante poort met een driehoekige doorgang …

De Porta Celi – de Hemelpoort – is na vele uren noeste arbeid en volhardend stapelen in 2014 gereed gekomen …

We passeren de Porta Celi en stappen dan eigenlijk pas echt de Ecokathedraal binnen …

– wordt vervolgd –

In de Ecokathedraal (1)

De eerste echte Ecokathedraal ligt in een klein bosperceel even ten noorden van Mildam (gemeente Heerenveen). De Ecokathedraal is bedoeld als een werkplaats waar langdurige processen tussen mens en natuur worden bestudeerd. Door stoeptegels en ander overtollig bouwmateriaal op bijzondere wijze opeen te stapelen kunnen flora en fauna er hun natuurlijke gang gaan. Het project is in de jaren zeventig gestart door filosoof/landschapsarchitect Louis Le Roy (1924-2012) …

De bedoeling is dat het project tot het jaar 3000 blijft duren. Deze tijd is namelijk nodig om de processen te kunnen bestuderen die eindeloos doorgaan. Om de continuïteit te waarborgen is in 2001 de Stichting Tijd opgericht, die ook als doel heeft om vergelijkbare processen te starten in binnen- en buitenland. In 2008 is voor het terrein waarop de eerste Ecokathedraal gebouwd wordt een officieel bestemmingsplan “Ecokathedraal proces” goedgekeurd door Provinciale Staten van Fryslân, wat de weg vrij maakt voor vergelijkbare projecten elders in Nederland. De familie Le Roy heeft de Ecokathedraal onlangs formeel overgedragen aan de Stichting Tijd …

Hoewel ik er al vaak wat over had gelezen, heb ik de Ecokathedraal pas voor het eerst bezocht in november 2002. De gestapelde stenen bouwwerken – variërend van kleine pas gevormde bouwwerkjes tot enorme gestapelde steenformaties die deden denken aan overwoekerde Inca-tempels – maakten meteen een onvergetelijke indruk op me …

Als ik november 2002 en nu naast elkaar zet, dan zijn zowel de hoofdstructuren als sommige details van toen nog steeds duidelijk herkenbaar. Maar er zijn her en der in de Ecokathedraal ook plekken waar de natuur de bouwwerken intussen goeddeels heeft ingekapseld. Waar Louis Le Roy in de eerste jaren iedere steen zelf door zijn handen liet gaan, werkt tegenwoordig een groep vrijwilligers wekelijks aan de verdere uitbreiding en invulling van de Ecokathedraal …

Wat mijn eerste bezoek in 2002 extra bijzonder maakte, was dat ik halverwege mijn tocht door de kathedraal gezelschap kreeg van een prachtig muisgrijze poes. Het dier liep gezellig met me mee en kwam na afloop van de wandeling gezellig bij me op schoot zitten. Sindsdien probeer ik ieder geval één keer per jaar naar de Ecokathedraal te gaan …

De komende tijd publiceer ik hier dagelijks een paar foto’s van mijn laatste zwerftocht langs de gestapelde bouwwerken. Zonder verder veel commentaar, want veel valt er niet te zeggen over al dat stapelwerk. Wil je daaraan voorafgaand meer weten over de filosofie van Louis Le Roy en over de manier waarop hij is begonnen met de bouw van de Ecokatheraal, dan kan ik je de documentaire “Geef Le Roy de tijd”  van Omrop Fryslân aanbevelen. Laat je daarbij niet afschrikken door de Friese commentaarstem, Le Roy doet vooral zelf in onvervalst Hollands het woord.

Klik op de titel om naar de video te gaan:

Geef Le Roy de tijd

– wordt vervolgd –

Skywatch Friday 441

Vorige week liet ik in Skywatch Friday foto’s zien die ik gemaakt had vanaf een uitkijktoren in de Jan Durkspolder. Sindsdien werd ik opnieuw uitgedaagd door een uitkijktoren. Vorige week woensdag ben ik samen met mijn fotomaatje de strijd aangegaan om hem te beklimmen…

Last week I showed pictures in Skywatch Friday that I had made from a watchtower. Since then, I was challenged by another watchtower. Last Wednesday, I went into battle with a friend to climb it …

Voordat we de toren konden beklimmen moesten we eerst de heuvel beklimmen waar deze toren op gebouwd is, nieuwsgierige koeien begroetten ons onderweg …

Before we could climb the tower we first had to climb the hill where this tower is built, curious cows greeted us on the way …

Daar staat hij dan: de uitkijktoren op de Woldberg (Google Maps)

Beton: 115.000 kg
Betonstaal: 4700 kg
Staalconstructie: 32.000 kg
Hoogste platform: 24,05 meter
Hoogste punt: 29,30 meter
Aantal treden: 131 stuks

There he is: the watchtower on the Woldberg (Google Maps)

Concrete: 115,000 kg
Reinforcing steel: 4700 kg
Steel construction: 32,000 kg
Highest platform: 24.05 meters
Highest point: 29.30 meters
Number of steps: 131 pieces

Het was een flinke klim naar de top, en mijn hoogtevrees en de MS maakte het er niet gemakkelijker op …

It was a steep climb to the top, and my fear of heights and the MS did not make it any easier …

Eenmaal op het bovenste platform aangekomen, bleek ’t echt de moeite waard te zijn. Het uitzicht was prachtig …

Once we arrived on the top platform, it turned out to be worthwhile. The view was beautiful …

Wanna see more Skywatch photos? Just click the logo …

Skywatch Friday

Prettig weekend! … – … Enjoy your weekend!

Kunst achter de wringe

De ‘wringe’, het hek dat ik hier gisteren liet zien, is in het Nederlands een wringhek. In het Drents is het volgens boerin Hendrika ook een wring(e) of draaihek. Op de site van ‘De Hekkerij‘ staat over het wringhek:

“De Hekkerij ontwerpt, maakt en plaatst eikenhouten wringhekken. De hekken worden op maat gemaakt en hebben een landelijke uitstraling. Elk hek is uniek. Dit karakteristieke hek stond van oudsher op plaatsen die niet dagelijks geopend werden, zoals bij de ingang van weilanden en percelen. Het wringhek of boerenhek heeft als kenmerk dat de bovenligger bestaat uit een bezaagde en gedisselde inlands eikenhouten boomstam met een natuurlijke vorm. Deze bovenligger steekt aan beide zijden over. Aan de ene kant als contragewicht en aan de andere kant als handvat en sluiting. De zwaarste kant rust op een eiken draaipaal die aan de bovenzijde is voorzien van een rond draaipunt. Deze draaipaal bestaat uit één geheel, dus geen ingeslagen houten pen of ijzeren pen waar de paal uiteindelijk zwakker van wordt. De dunne kant rust in de gaffelpaal die een natuurlijke en karakteristieke Y-vorm heeft …”

170522-1101x

Achter deze wringe bij het Drentse Dalen gaat een project schuil van Natuurkunst Drenthe – een kunstwerk op het platteland – GreenArtSpot Driftplein. Het betreft een aantal rechtlijnige ontwerpen van het Rotterdamse kunstenaarscollectief Observatorium

170522-1121x

Van het intussen flink toegetakelde informatiepaneel werd ik niet veel wijzer. Wat ik wel weet, is dat het geheel tot stand is gekomen in overleg met omwonenden. Toevallig ken ik één van die omwonenden: boerin Hendrika. Zij heeft van 17 maart tot 19 juni 2014 op haar weblog uitgebreid verslag gedaan van de totstandkoming van ‘GreenArtSpot Driftplein‘, zoals het project uiteindelijk is gaan heten. In deel 1 van haar reeks over de geboorte van het kunstwerk schrijft boerin Hendrika: …

“GreenArtSpots zijn kunstprojecten die zich laten inspireren door de locatie en omgeving en/of er een dialoog mee aangaan. Dat kan een ingreep in het landschap zijn, een toevoeging of verwijdering van onderdelen. Het doet iets met de cultuurwaarden van de locatie (van het heden, de toekomst of de historie), versterkt dit of staat er juist mee in contrast. De kunstenaar is vrij om zijn of haar eigen invalshoeken te kiezen waarbij ook de sociale, culturele, economische of politieke context van de locatie mee kunnen spelen. GreenArtSpots laat je door de kunstprojecten anders naar de omgeving kijken. Je kunt het van afstand aanschouwen, maar je er ook in of bij verplaatsen. Beleving ter plekke is essentieel. Daarnaast is de fysieke houdbaarheid van het kunstproject van minimaal tien jaar een voorwaarde.”

170522-1106x

De drie driehoeken stellen drie gebouwen uit de directe omgeving voor. Het hoogste gebouw stelt een grote amusementshal voor (Plopsaland Indoor Coevorden), de laagste een vakantiewoning op een bungalowpark (Center Parcs de Huttenheugte) en de middelste een van de boerderijen in het aangrenzende beekdal. Er zijn drie materiaalsoorten gebruikt: hout, staal en beton. Afijn, wandel maar even wat rond …

Mijn oordeel: het heeft wel wat. De robuuste materialen passen wel in de omgeving en de bouwwerken zijn voor mij wel herkenbaar. Ik vind het alleen jammer dat het geheel dicht bij de omringende bomen staat. Dat gaat ten koste van het strakke lijnenspel en vooral het stalen bouwwerk valt goeddeels weg tegen de bomen.