Tot 15:00 uur zitten we hier in Fryslân nog in Code Rood als gevolg van de ijzel. Maar het eind is nu toch echt in zicht, want rond het middaguur kwam de temperatuur voor het eerst sinds maandagochtend weer boven het vriespunt …
Om toch nog even wat ijzelplaatjes te maken, heb ik ook vandaag aan het eind van de ochtend weer een rondje door de tuin gemaakt …
Ditmaal heb ik ervoor gekozen om wat prille knoppen te kieken, die nog netjes zaten ingepakt in een laagje ijs …
Voorlopig zullen dit wel de laatste winters aandoende foto’s zijn, maar de winter is nog niet voorbij …
Aan het eind van deze koudste maart in een kwart eeuw was er op deze eerste Paasdag voor het eerst sinds enige tijd weer water in onze vijver te zien, de ijsvloer vertoont duidelijk tekenen van slijtage …
Terwijl ik bij de vijver stond, zag ik dat meneer merel achter in de tuin met een snavel vol wormen in de prunus neerstreek. We hadden al enige tijd het idee dat de merels ergens in de klimop tussen onze tuin en die van de buren een nest hadden gebouwd, maar waar het precies zat was nog een raadsel. Nadat ik een paar foto’s had gemaakt van pa merel, heb ik me strategisch terug getrokken om rustig af te wachten waar hij naar toe zou gaan. Geduld werd hier op prijs gesteld, want de merel dook pas de pergola in nadat hij ervan overtuigd was dat er geen enkel gevaar meer dreigde …
Eerlijk gezegd had ik verwacht dat de wormen wellicht bestemd waren voor het broedende vrouwtje, maar zodra pa merel in de buurt van het nest kwam, hoorde ik een welluidend gepiep tussen het gebladerte. Moeizaam balancerend op het smalle randje met allerminst stabiel liggende stenen aan de achterzijde van de vijver, wist ik even later het vrouwtje op het nest te lokaliseren. Meer dan de staart en het wakend oog van ma merel is er niet te zien, maar met wat geluk krijg ik de komende week op een zonnig moment wel een kansje om de jongen te kunnen fotograferen …
Kortom: voor ons geen eieren, maar jonge merels met Pasen. 🙂
In deel 17 van de serie “De lange witte winter” treedt na een laatste portie stuifsneeuw uiteindelijk toch rond 10 maart 2010 het voorjaar in. Zo ver is het op dit moment nog niet, de winter van 2012-2013 is de lange witte winter van 2009-2010 qua lengte intussen voorbij gestreefd, maar dat geldt nog niet voor de gemiddelde temperatuur en de hoeveelheid sneeuw …
Half februari 2010 legde stuifsneeuw nogmaals een fotogenieke witte deken over het land, ook werd er op dat moment nog geschaatst op het landijs bij De Veenhoop. Maar uiteindelijk werd het in maart toch voorjaar.
Gemiddeld werden er over het land 42 dagen met een sneeuwdek geteld. Het langjarig gemiddelde bedraagt 13 sneeuwdekdagen. In het noordoosten van het land lag er plaatselijk zelfs op 55 dagen sneeuw. Een dergelijk groot aantal sneeuwdekdagen was in meer dan 30 jaar, sinds de barre winter van 1979, niet meer voorgekomen. In ons tuintje was het laatste restje sneeuw pas na 69 dagen verdwenen.
In ons tuintje heb ik 68 vorstdagen (minimumtemperatuur lager dan 0,0 °C) kunnen noteren, tegen normaal ca. 40. Zeven maal kwam het tot strenge vorst (normaal 4) en ik heb 31 ijsdagen (maximumtemperatuur lager dan 0,0 °C) geteld, normaal zijn dat er ca. 11.
Landelijk waren de verschillen weer groot in ons kleine landje in de winter van 2009-2010. Van noordoost naar zuidwest liepen de gemiddelde temperaturen op de KNMI-stations uiteen van – 0,2 °C in Eelde tot 2,4 °C in Vlissingen. In ons tuintje is de gemiddelde temperatuur in ons tuintje in de winter van 2009-2010 uitgekomen op -0,4 °C tegen normaal 2,6 °C over de periode 1971-2000. Bij het KNMI in de Bilt was de gemiddelde temperatuur 1,1 °C tegen normaal ca. 3,3 °C.
Resumerend kan worden gesteld dat de winter van 2009-2010 de koudste was in 14 jaar. En daar komt ook de winter van 2012-2013 niet overheen, maar daar kom ik de komende week nog wel op terug …
De winter van 2012-2013 gaat de lange witte winter van 2009-2010 aardig achterna. Terwijl we vandaag voor de zoveelste keer een winterse periode in gaan, zijn we in deel 16 van de serie “De lange witte winter” toe aan een afgeslagen dooiaanval …
Begin februari 2010 deed de dooi een poging om een eind te maken aan de lange witte winter. Even leek dat ook te lukken. een groot deel van sneeuw en ijs verdwenen uit het landschap, maar lang duurde dat niet. Omstreeks tien februari kleurde ons tuintje weer wit, en een dag later werd er in de Jan Durkspolder weer geschaatst. De winter leek zich nog lang niet gewonnen te willen geven …
Voordat de invallende dooi de kou gisteren verdreef, heb ik achter in ons tuintje nog wat foto’s gemaakt van een ijsdruppel. Het voordeel van ijsdruppels is dat ze wat langer en zeker stabieler aan takjes en twijgjes hangen dan waterdruppels. Dat gaf mij de kans om er even wat mee te spelen, zonder dat ik uiterst behoedzaam te werk moest gaan om de druppels niet vroegtijdig ter aarde te laten storten …
Door wat te spelen met de focus kun je een druppel op verschillende manieren in beeld brengen. Op de eerste foto ligt de focus op de achterkant van de druppel, daardoor vormt de druppel een kraakheldere lens, die een mooi blik biedt op takken en de wolken erboven. Op de tweede foto ligt de focus aan de voorzijde van de druppel, hierdoor is mooi te zien dat er vele kleine luchtbelletjes in het ijsdruppeltje zitten …
Voor wie er oog voor heeft, spreidt de winter niet alleen mooie landschappen over de wereld uit, maar herbergt hij ook prachtige kleinoodjes.