Zomerse perikelen

Hoewel we hier de afgelopen twee weken geen extreem hoge temperaturen hebben gehad, willen mijn onderdanen nog steeds niet lekker meewerken. Mijn voeten en onderbenen voelen voortdurend ongebruikelijk zwaar aan. Een beetje alsof ze tot halverwege de knie zijn volgelopen met lood, en dat maakt het lopen er niet makkelijker op …

Zoals bekend, ben ik In warme zomerse perioden nooit topfit. Vaak was ik dan langere tijd erg moe, dat is geen nieuws. Maar deze aanhoudend zware benen, terwijl ik verder aardig fit ben, vormen weer een geheel nieuwe sensatie. En zo stelt MS je steeds weer voor verrassingen …

Toch denk ik, dat deze (tijdelijke) terugval met het weer te maken heeft. Het is weliswaar niet extreem warm geweest, de gemiddelde temperatuur kwam hier in juli wel uit op 18°C en dat is aan de hoge kant. Voorlopig lijkt het zomerse weer nog wel even aan te houden. Zo lang kijk ik het gewoon nog even aan. Er zullen vast weer betere tijden komen …

Maar geen zorgen, met een wat aangepast dagprogramma vermaak ik me nog steeds prima. Om het bewegingsapparaat gaande te houden, maak ik een paar maal per dag een ritje op de hometrainer. Daarnaast loop ik regelmatig de tuin even in om te zien of er nog wat te fotograferen valt. En verder vermaak ik me uitstekend met verslaggeving van de Olympische Spelen, vooral op de radio. En vanaf zaterdag komt daar het skûtsjesilen nog bij. Dus ik verveel me nog niet …

Visdiefjes boven de Leijen

Terwijl we door de kijkgaten het komen en gaan van de vogels voor de hut in de gaten hielden, was er ook achter de wand naast het vlonderpad iets gaande. Verschillende keren hoorde we daar kort en duidelijk een vogel zingen of roepen. Hoe we ook zochten, hij bleef verborgen in het dichte bladerdek van de struiken achter de wand …

Op en boven het meertje bleef het donker. De grote bladeren van de waterlelie en de gele plomp deinden zacht op en neer op de lange golfslag rond de vogelkijkhut. Een paar futen leken een late balts voor ons te willen opvoeren, maar daar bleek al snel niets van terecht te komen …

De zwarte stern en het visdiefje vlogen zo ongeveer om de beurt voor de vogelkijkhut langs. Tot eind vorig jaar was ik al blij, wanneer ik met de Canon SX70 HS af en toe eens een scherpe foto maakte van zo’n snelle passant. Met de Sony RX10 gaat dat allemaal een stuk beter. Vooral met de laatse foto ben ik erg blij …

Een paar zweefvliegen

Zweefvliegen zijn er in allerlei soorten en maten. In ons land komen ruim 300 zweefvliegsoorten voor. Het zijn mooie en onschuldige insecten. De snorzweefvlieg is daar een mooi en veel voorkomend voorbeeld van …

Veel zweefvliegen hebben de pech dat ze vaak worden aangezien voor wespen. Sommige mensen beginnen al heftig te molenwieken, wanneer ze op een meter afstand een vermeende wesp spotten. Dat zou best ook wel eens het geval kunnen zijn bij de onderstaande gewone pendelzweefvlieg, die ik half augustus op de klimop fotografeerde. Hij ziet er misschien gevaarlijk uit, maar hij doet geen vlieg kwaad. Een angel om eens flink mee te steken heeft hij niet en bijten doen ze ook niet …

Zweefvliegen danken hun naam aan de manier waarop ze zich door de lucht bewegen. Ze vliegen korte stukjes om dan plotseling te stoppen en ter plaatse in de lucht te blijven zweven. Als je dan een plotselinge beweging maakt, schieten ze ineens weg. In tegenstelling tot wespen hebben zweefvliegen korte en onbeweeglijke antennes. Zweefvliegen leven vooral van nectar en stuifmeel. Ze zijn dan ook vaak op bloemen terug te vinden en zijn niet geïnteresseerd in limonade.

    Voor de laatste foto van vandaag keren we terug naar de vijver. Daar zat een andere snorzweefvlieg op één van de bloeiende waterlelies …

    Voedertijd bij de zwarte sterns

    Nadat we tweemaal een stuw met zelfbediening waren gepasseerd, kwamen we vanaf de Vaartsloot uiteindelijk uit op de Kleine Beulakerwijde (Google Maps). “Heb je zin om even bij de zwarte sterns te kijken?” vroeg Jetske. Of ik zin had om even bij de zwarte sterns te kijken …? De vraag stellen was hem beantwoorden …

    Jetske zette over open water koers in de richting van Sint Jansklooster. Daar gingen we met behulp van de vaarboom en een lijntje voor anker. Ik herkende het plekje aan het kijkplatform bij het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, dat net boven het riet in de verte te zien was (Google Maps). Vanaf dat platform heeft Jetske me in april 2009 kennis laten maken met de zwarte stern. Door de groei van de vegetatie zou er nu vanaf het kijkplatform weinig meer te zien zijn van de zwarte sterns, maar Jetske had me naar een prachtig plekje gebracht van waar we een perfect zicht hadden op de nestvlotjes met jongen …

    De zwarte stern staat op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten. Van nature broeden zwarte sterns op drijvende planten zoals krabbenscheer. Vanwege de afname van natuurlijke nestmateriaal worden er hier elk voorjaar nestvlotjes voor de zwarte sterns in het water gelegd. Die broedvlotjes worden bekleed met krabbenscheerplanten en worden beschermd door een net, dat voor de kleine inham in het water is gespannen. Het net en de palen worden regelmatig gebruikt als rustplaats. De kolonie bij Sint Jansklooster is één van de grootste populaties van zwarte sterns in ons land …

    Het was een feest om te zien hoe de al grote jongen werden gevoerd door de ouders. Maar aan alle feestjes komt een eind. Het werd tijd om de terugreis langzamerhand te aanvaarden. Langs de rietkraag van een van eilandjes in het meer varend, passeerden we in rustig tempo een zwanenfamilie met zeven meer of minder grijze jongen …

    Een verrassing bij de Leijen

    Vorige week mocht ik weer een streepje bijschrijven. Een groot feest om dat heuglijke feit te vieren was niet aan de orde. Verdeeld over het weekend hebben we het in kleine kring gehouden. Zaterdagochtend kwam Jetske even langs. Nadat we gedrieën van koffie en gebak hadden genoten en later een paar boterhammen hadden gegeten, leek het Aafje een goed plan dat Jetske en ik maar even een blokje om gingen, zodat zij de handen nog even vrij had voor andere zaken …

    Om even wat uit te waaien, besloten we weer even een kijkje te nemen bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen. Misschien hadden we ditmaal wat meer geluk dan de vorige keer, toen het vooral grijs en winderig was. Het was er opnieuw rustig, er waren alleen veel muggen of vliegjes in de lucht, die met graagte werden gevangen door laag over het water scherende zwaluwen. Zelfs op het uiteengevallen boomeilandje was verder geen vogel te zien …

    Maar het uitzicht over de Leijen was mooi en ook een aantal voor de hut op het water drijvende waterlelies waren het aanzien nog alleszins waard …

    Dat geldt overigens ook voor Jetske, die er buitengewoon netjes op stond. Zonder haar gebruikelijke bepakking en de kniebeschermers die ze regelmatig draagt tijdens onze gezamenlijke fotokuiertjes, was ze nauwelijks herkenbaar als mijn fotomaatje. Omdat we geen van beiden op deze gelegenheid hadden gerekend, was Jetske ’s ochtends zonder haar foto-uitrusting van huis gegaan. Al snel zou blijken, dat ze niet minder spiedend om zich heen keek dan normaal ook het geval was …

    Van plomp naar waterlelie

    Een dag of tien geleden heb ik hier al wat foto’s getoond van de gele plomp op zijn mooist


    Toen die enkele dagen later zijn kop boog om opnieuw onder te duiken, was de eerste waterlelie net open gegaan. Intussen staan er twee waterlelies in bloei …


    Je zult begrijpen dat ’t met de huidige weersomstandigheden ’s avonds laat weer goed toeven is op ons terrasje bij de vijver. Maar eerst nestel ik me vanmiddag lekker in de verduisterde, nog relatief koele kamer bij de Tour de France. Zo kom ik deze warme dagen in ieder geval nog wel goed door …