In ’t spoor van de wolf

Vorige week vrijdag stond er weer een fotokuier met Jetske op het programma. Op haar vraag of ik nog iets bepaalds in gedachten had, stelde ik voor om een kuier naar het wolvenmonument in de Lendevallei te gaan. Lachend antwoordde ze, dat ze daar al min of meer op had gerekend …


Mijn fotomaatje had er zelfs al een verkennende wandeling gemaakt om de afstand tussen de parkeerplaats en het monument in te schatten. Het moet gezegd, ze had weer een juiste schatting van de afstand gemaakt. Juist toen ik vroeg: “Hoe ver is het nog?” wees Jetske naar de eerste van een rijtje grote eiken een klein stukje verderop …


En jawel, daar lag het tweede deel van het monument ‘Wolvenroep’. De eerste roep heb ik hier enkele weken geleden al getoond in het logje ‘Een ode aan de wolf. Je zou kunnen zeggen dat op deze steen het antwoord op de eerste roep vanuit de parktuin van Huize Olterterp is weergegeven. Zo interpreteer ik het zelf in ieder geval. In tegenstelling tot de steen in Olterterp stond er hier een klein bordje bij …

Terwijl we enige tijd later met zicht op Wolvega terugliepen naar de auto, bespraken we hoe we de dag verder zouden invullen. We hadden nu twee van de drie delen van de ‘Wolvenroep’ van Anne Woudwijk kunnen lokaliseren en fotograferen. Nu wachtte nummer drie nog. Ik weet dat het derde beeld in het Ketliker Skar staat, want ik heb het al eens gefotografeerd …


Dat was echter voordat ik de diagnose MS kreeg. Toen kon ik dus aanzienlijk verder lopen dan nu. Het probleem is dat ik niet meer precies weet waar dat was, terwijl dat in mijn huidige situatie eigenlijk wel noodzakelijk is. Voor die dag was het als tweede kuier in ieder geval geen verstandige optie meer. Daarom stelde ik een alternatief voor, en dat viel in goede aarde …


Een wesp, wat vliegen en ’n hoornaar

Dat zul je altijd zien, zal ik eens een sappig peertje plukken, strooit een wesp weer roet in het eten …


Denkend aan het motto ‘leven en laten leven’ zag ik het beestje een holte van de peer in duiken. Hij mocht hem van mij hebben. Ik liep even naar een mooie volle peer aan de andere kant van het boompje. Daar greep ik echter ook mis, gelukkig wel in dit geval …

Aan de andere kant dook net een joekel van een hoornaar de al flink aangetaste peer in. Nou ben ik niet zo angstig aangelegd, ook niet als het om wespen en hoornaars gaat, maar je moet ze niet plagen of uitdagen, zeg ik altijd maar. Ik heb me dus maar beperkt tot het maken van een paar foto’s, waarna ik mijn weg vervolgd heb …

De boekensilo van It Utein

Tijdens een van mijn ritjes in de omgeving van Oudega heb ik ook de buurtschap It Utein rond half september weer eens in de route opgenomen …


Daar staat al een aantal jaren een boekensilo. Ik had er al eens wat foto’s van gemaakt, maar dat was in het vroege voorjaar, toen zag het er een stuk minder aantrekkelijk uit …

Behalve de Boekensilo waar je boeken kunt ‘lenen, ruilen, brengen en/of meenemen’ staan er nu ook een paar zitjes en een stalletje met verse biogroenten …


In groenten had ik op dat moment nog geen zin, maar er stonden ook een paar appel- en perenboompjes rond de silo. Ik had wel zin in een lekkere sappige peer …

  • wordt vervolgd

Grazers langs de Geasten

Een groepje koeien stond vredig te herkauwen in een weiland aan het eind van de doodlopende weg de Geasten (Google Maps) onder Oudega…


Het onderstaande duo, hierboven nog verborgen in de kleine kudde, wist me te verleiden tot het maken van een kleine serie dubbelportretten met een vleugje tegenlicht …

Best kans dat ze hier nu voor het laatst grazen, want dat wordt lastig in het nieuwe meer op een diepte van 2.50 m. En zeekoeien zullen hier wel niet gedijen …

Een nieuw meer

Het laatste stukje ‘oude natuur’ dat aan weerszijden van de Geasten ingeklemd ligt tussen grazige groene weilanden wordt straks opgenomen in een nieuw meer. Op dit punt verdwijnt de weg binnen twee jaar geleidelijk onder water, dat is althans de bedoeling …


Terwijl ik stond te fotograferen, kwam er net een blauwe reiger het beeld in stappen. Een cadeautje tijdens een dienstreis, zal ik maar zeggen …

Ik vervolgde mijn ritje naar het eind van de doodlopende weg. Daar staat opnieuw een informatiepaneel. Hier ligt de grond nu op 90 cm onder NAP. Het nieuwe meer krijgt hier straks een diepte van 2.50 m. Dat betekent dat ik hier over een jaar of twee echt koppie onder zal staan. Ik zie het er niet van komen …

Het meer moet ca. 800 meter lang en 500 breed worden. Daarvoor moet er zo’n 680.000 ton grond verzet worden. Met vrachtwagens zouden er naar schatting 23.000 bewegingen nodig zijn. Dat laatste zagen ze in het pittoreske Oudega met zijn Sint-Agathakerk uit de 12e eeuw niet zo zitten. Daarom is ervoor gekozen de klus te klaren met 600 scheepsladingen van schepen van 85 meter. …

Het meer moet uiteindelijk een oppervlakte van 50 hectare krijgen. Het nieuwe meer is echt bestemd voor de recreatievaart. Grote vrachtschepen en tankers van en naar de Drachtster industriehaven blijven via de Hooidammen en de Hooidamsloot varen. Daarnaast biedt het nieuwe meer extra opvangcapaciteit in tijden van zware regenbuien.

Waterliefde zit er voor de meeste mensen hier diep in, daar zal het nieuwe meer ook geen verandering in brengen. Alleen dat schelpenpad …, daar zal een andere plek voor gezocht moeten worden …

Aldegea oan it wetter

Onlangs liet ik al wat zien van de werkzaamheden rond de haven van Oudega. Vandaag neem ik jullie mee naar de Geasten, een doodlopend landweggetje ten zuiden van Oudega (Google Maps). Ik was er al jarenlang niet meer geweest, maar ik had er ook niets te zoeken …


Dat zou over een paar jaar best eens anders kunnen zijn, want ook rond de Geasten zijn grootschalige werken gaande. Daarom werd het nu toch wel tijd werd om er weer eens een kijkje te nemen. Het kon nu tenslotte nog …

Waar de weg een ruime bocht maakt, staat een groot bord van het waterschap dat wijst op de verbetering van de waterkering iets verderop. Die klus is intussen bijna geklaard. Naast het grote bord staat een bankje met daarnaast een klein bordje met een Friestalig gedicht. Ik heb er maar even een vrije vertaling mijnerzijds bij gezet …

Een stukje verderop wordt het weidelandschap doorsneden door een oude waterloop, de Zetsloot. Dit was van oudsher één van de vaarwegen die Oudega toegang gaf tot open water. Deze sloot verloor zijn functie na de inpoldering van de Eastersanning in 1921 …

Wat nog rest is dit mooie litteken te midden van de omringende weilanden … nog wel …

  • wordt vervolgd

Watersnippen en een sperwer

Het was weer een bijzonder uurtje in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Het was er druk, maar wel gezellig druk. De sfeer werd voor een belangrijk deel bepaald door een (echt)paar vogelaars, die ieder vogeltje zagen vliegen of lopen. En dat niet alleen, ze konden ze ook allemaal op naam brengen …


Zo zagen ze op een bepaald moment aan de westkant van de hut een aantal vogels zitten, waar ik alleen maar groen zag. Ik heb geruime tijd moeten zoeken en turen, pas toen ze wat meer uit het groen tevoorschijn kwamen, zag ik drie watersnippen zitten. Want dat bleken het te zijn, watersnippen en geen grutto’s. Maar eerlijk is eerlijk, die fout zou ik mogelijk ook gemaakt hebben zonder de deskundigen aan mijn zijde …

Want deskundig was dit stel zeker, en ze werkten perfect samen. Wanneer de één op grote afstand iets zag, wist de ander op basis van enkele simpele aanwijzingen de vogel vaak al heel snel te lokaliseren en te herkennen. En niet alleen dat, ze deelden hun waarnemingen ook steeds met de andere aanwezigen in de hut. Zij wezen ons ook op de goed gecamoufleerde watersnippen dicht bij de hut. Een van de watersnippen die zo mooi bij de stronken zaten, maakte na verloop van tijd een klein uitstapje om een stukje verderop te gaan foerageren …

De finale van de vogelshow werd die dag verzorgd door een sperwer, die neerstreek aan de westkant van de hut waar eerder de drie watersnippen zaten. Ik kan het me verbeelden, maar ik kreeg sterk de indruk dat hij wat beteuterd om zich heen keek, alsof hij zich afvroeg waar zijn lunch was gebleven. Sneu of niet, ik was er wel blij mee, want mijn eerste en laatste foto’s van een sperwer dateerden van maart 2012. Dat waren overigens wel bijzondere foto’s, want die sperwer zat in de hazelaar in onze tuin …

Ik sluit dit hoofdstuk af met een waarneming, die ik die middag helemaal zelf heb gedaan: een sprinkhaan – waarschijnlijk een boomsprinkhaan – die op één van de neerklapbare luikjes zat. Misschien wat minder spectaculair dan de watersnippen en de sperwer, maar daarom niet minder mooi. En bedenk hierbij ook: ‘wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd …’