Een plas vol smienten

Na een ritje door de omgeving heb ik gisteren aan het eind van de ochtend een fotokuiertje gemaakt over het onverharde deel van de Geau in de Jan Durkspolder. Toen dat niks opleverde, heb ik me maar even teruggetrokken in de grote vogelkijkhut om mijn boterhammen op te eten …

De plas rond de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder lag net als voorgaande jaren weer vol smienten. Ze maakten weer goed duidelijk waarom ze ook wel fluiteenden worden genoemd. Het gefluit was bijna geen moment van de lucht met zoveel smienten bij elkaar …

Ze lieten zich vanuit de zuidwestelijke kant van de plas voortdurend met de wind meedrijven in noordoostelijke. Zodra ze in de buurt van de vogelkijkhut kwamen, vlogen ze vaak in koppeltjes of in kleine groepjes terug naar het zuidwesten, waar ze zich weer tussen de rest nestelden. Door hun drang om vroegtijdig terug te vliegen kon ik ze niet dichterbij krijgen dan op de laatste foto van vandaag …

’t Stille vuurwerk van 2024

Kijkend naar alle ontwikkelingen in binnen- en buitenland vond ik 2024 een naar deprimerend jaar. En het weer maakte het er vaak ook niet beter op. Maar er waren ook lichtpuntjes. Wat zeg ik, er waren zeeën van licht in de lucht. De zonnecyclus bereikte dit jaar zijn maximum, en dat was goed te merken aan de vele keren dat er vanuit ons land poollicht zichtbaar was …

Dat begon al op vrijdag 10 mei. Nadat ik de hele dag met fotomaatje Jetske op pad was geweest langs het Wad, troffen we bij thuiskomst een alarmmelding aan van de poollichtjagers. Een dag vroeger dan verwacht, werd er die avond op grote schaal poollicht verwacht. Hoewel ik doodmoe was na het dagje aan het Wad, heb ik mezelf aan het eind van de avond toch maar even naar de auto gesleept om een ritje naar De Veenhoop te maken. Daar heb ik o.a. de eerste foto en de onderstaande serie gemaakt …

Zondag 23 juni zag ik vanuit huis aan het eind van de avond lichtende nachtwolken aan de noordelijke hemel verschijnen. Ik heb het die avond beperkt tot een aantal foto’s, die ik in onze straat heb gemaakt …

Drie dagen later, we schrijven dan 26 juni, was het in onze tuin met 29,1°C net niet tropisch warm. Overdag was het me te warm, maar ’s avonds was het lekker weer. Daarom heb ik die avond een ritje naar de Jan Durkspolder gemaakt. Ik hoopte er lichtende nachtwolken of poollicht achter het silhouet van de windmotor te kunnen fotograferen. Ik nestelde me lekker mijn klapstoeltje in de polder. Het was er mooi, maar poollicht of lichtende nachtwolken kreeg ik die avond niet te zien …

Op maandag 12 augustus was ’t met een maximumtemperatuur 28,9°C opnieuw warm. Omdat er die avond wel kans op poollicht was, heb ik het me nogmaals gemakkelijk gemaakt bij de windmotor in de Jan Durkspolder. Ook ditmaal heb ik er weer heerlijk gezeten, maar het duurde lang voordat er wat gebeurde. Toen er uiteindelijk een mooie paarse goed verscheen, ging bij mij het lichtje uit en was het tijd om op huis aan te gaan …

Op donderdag 10 oktober was er opnieuw kans op poollicht. Ditmaal besloot ik naar It Eilân te rijden om weer eens een andere setting te hebben. Het was een waardeloze avond met veel bewolking en het was kil. Nadat ik een tijdlang aan de waterkant had staan posten, verscheen er toch nog een gaatje in de bewolking en kreeg ik een laatste kans op wat poollichtfoto’s in 2024 …

Hiermee kon ik 2024 toch nog enigszins kleurig afsluiten. En wie weet, misschien krijgen we in de oudjaarsnacht tussen de wolken en het vuurwerk door ook nog wat poollicht te zien. Behalve harde wind wordt er namelijk komende nacht ook een flinke zonnestorm verwacht!

Tot slot

Dank aan alle lezers, likers en reageerders. Zonder jullie bijdragen zou het hier een saaie boel zijn. Mede namens Aafje wens ik jullie allen een rustige & veilige jaarwisseling en een gelukkig & gezond 2025.

’t Laatste ritje van 2024

Tenzij het morgen mooi weer is, heb ik vanmorgen waarschijnlijk het laatste ritje van het jaar gemaakt. Het werd een ritje naar de Jan Durkspolder waar het kil en winderig was. Vanuit de vogelkijkhut waren alleen op grote afstand wat groepjes ganzen en eenden te zien. Daar was ik dan ook al snel weer weg …

Toen ik terug reed in de richting van Oudega, stond er in het weiland waar ik regelmatig een sprong reeën heb gefotografeerd, een grote zilverreiger. Nadat ik het autoraampje had laten zakken, leek hij net een lekker hapje weg te slikken …

Daarna vond hij het ook meteen welletjes, hij dook even ineen om af te zetten en spreidde daarna zijn grote witte vleugels om naar elders te vertrekken. Ik besloot nog even langs de Leijen te rijden, ook daar viel echter weinig te beleven. Maar met die smetteloos witte zilverreiger op de laatste in 2024 gemaakte foto kan ik best leven …

Morgen sluit ik het jaar hier op kleurrijke wijze af.

Buien boven de polder

Bijna terug bij de auto heb ik nog even een kort rustmomentje gepakt op de grote rood met witte paddenstoel, die scheef tegenover de boerderij ‘Heydhuysen’ staat. Ik zat te twijfelen of ik nog even door zou rijden naar Bakkeveen of dat ik huiswaarts zou gaan. Ik besloot het laatste te kiezen, want mijn benen zaten aan hun taks na twee fotokuiers …

Nog maar net onderweg stelde ik mijn plan bij. Zodra ik buiten het bos meer zicht kreeg op de lucht en de horizon, zag ik dat de lucht betrokken was geraakt en dat er vanuit het noorden donkere wolken opdoemden. Daarom besloot ik de openheid van het polderland bij Oudega en Earnewâld nog maar even op te zoeken. Enige tijd later stond ik in de Jan Durkspolder …

Terwijl ik me bezighield met het jongvee op de voorgrond en de ontwikkelingen in de lucht op de achtergrond, slikte ik mijn medicijnen, dronk ik wat water en nuttigde ik een stuk koek …

Na ongeveer een kwartier gingen plotseling de hemelsluizen open en verdween het jongvee in een gordijn van water. Zodra het enkele minuten later weer droog was, startte ik de auto om een stukje in de richting van Earnewâld te rijden …

– wordt vervolgd

Wat vogels en een vrijwilliger

De reeën waren een mooie onderbreking geweest tijdens ons ritje naar de Jan Durkspolder. Terwijl we in rustig tempo voort hobbelden over het heuvelachtige wegdek van de laatste 400 van de Geau, zag ik in de verte al een grote zilverreiger bij de vogelkijkhut staan. “Wedden dat hij straks weg is,” zei ik tegen Jetske, toen we uitstapten …

En zo was het ook. Terwijl wij de vogelkijkhut betraden, ging de zilverreiger er vandoor. Door een kijkopening aan de oostkant van de hut zag ik aan het kleine stipje in de verte, dat hij nu plekje langs de weg had opgezocht. Gelukkig stond er aan de weestkant van de hut ook een grote zilverreiger. En meer nog, er stond ook een blauwe reiger aan de waterkant …

De vogels zaten ver weg, maar we deden het ermee. Intussen was er een man binnen gekomen die ik herkende als een vrijwillig medewerker van It Fryske Gea. Hij was op ronde om te checken of zijn wildcamera’s er nog staan. Toen ik een praat je had aangeknoopt, bleek het een smakelijke verteller te zijn, die een aantal interessante zaken wist te vertellen over de otters in het gebied. Aan het eind van ons gesprek vroeg hij of we de blauwe kiekendief, die sinds kort terug is nog hadden gezien. Hij had hem vanuit zijn positie verderop in het veld in de buurt van de hut rond zien vliegen …

Wij hadden hem helaas niet gezien, maar ik heb nu in ieder geval weer iets om de komende tijd af en toe eens naar uit te kijken. De laatste vogels die we die dag zegen, waren een paar aalscholvers die aan ons voorbij zwommen. Kennelijk waren we ze wat te enthousiast aan het portretteren, want het duurde maar even voordat ze op de wiek gingen …

In de warme auto kwamen we onderweg naar huis weer op temperatuur. Het was een kille en grijze dag geweest, maar we kwamen weer niet met lege handen thuis. Het komt regelmatig voor. dat ik na onze gezamenlijke fotoritjes een week of twee vooruit kan, met dit grijze tochtje ben ik na drie blogjes wel klaar …

Drie reeën in de polder

We vervolgden onze weg naar de Jan Durkspolder. Op het laatste stuk let ik altijd even extra op, omdat ik hier regelmatig een sprong reeën in het land zie staan …

Ook vrijdag zag ik de eerste schim van een ree al staan, ruim voordat hij binnen het bereik van onze camera’s was. Ik vertelde Jetske dat ze nog wel even wat verder konden rijden, zodat we ze voorbij een bosschage beter in beeld konden krijgen …

Eenmaal daar bleken er meerdere kleine groepjes reeën te lopen. Wij richtten onze camera’s op het groepje van drie dat zich het dichtst bij ons bevond. Eén van de reeën bleef ons voortdurend in de gaten houden. Omdat we rustig bij de auto bleven staan, gaven de reeën ons alle gelegenheid om een mooie fotoserie te maken …

– wordt vervolgd

Torenvalk aan de maaltijd

De laatste keer dat ik een tijdlang in de berm had gestaan bij de windmotor in de Jan Durkspolder, was op 12 augustus. Toen stond ik er te wachten op poollicht. Vorige week dinsdag stopte ik er, omdat ik hoopte dat één van de jagende torenvalken weer op de windmotor zou landen. Het werd echter nog mooier …

Ik stond er nog maar net, toen één van de torenvalken op het hek bij de windmotor neerstreek met een prooi in zijn snavel. Gelukkig voor de tere zieltjes onder ons, is de prooi op de meeste foto’s nauwelijks te zien, omdat er heel subtiel twee rietstengels langs de paal heen en weer wuifden …

De torenvalk leek weinig moeite te hebben om zijn hapje weg te werken. Nadat hij nog eens grondig had gecheckt of er niets was blijven liggen, zat hij een moment ontspannen in de zon. Precies 2:48 minuten, nadat ik de eerste foto had gemaakt, vloog de torenvalk op …

Hij ging weer op het hekwerk van de windmotor zitten, waar ik hem eerder ook al had gezien. Alsof hij me nu pas in gaten kreeg, keek hij me voorafgaand aan het afscheid enige tijd recht in de ogen …