Nadat ik het veld met de orchissen achter me had gelaten, kwam ik enkele honderden meters verderop aan de zuidkant van het Weinterper Skar langs een weiland met rollen hooi. Waar de boer aan het werk is (geweest), daar valt wat te smikkelen. En dus was er een groepje ooievaars aan het foerageren …
Ze lieten zich niet hinderen of storen door passerende fietsers en voorbij razende tractoren. Deftig voortstappend en zorgvuldig om zich heen spiedend, werden vooral de laagste stroken van het weiland gescand op kikkers en ander lekkers …
Twee jaar geleden schreef ik in het logje ‘Orchissen in beweging’ al, dat de orchissen in het Weinterper Skar in hun drang om zich elders te vestigen een pad waren overgestoken. Daarmee hadden ze nieuw terrein veroverd in het noordoostelijke deel van het natuurgebied …
Toen ik vorige week tijdens een ritje over de parallelweg van de Opperhaudmare/N381 reed, zag ik tot mijn niet geringe verbazing dat de orchideeën hun opmars inmiddels in zuidoostelijke richting hadden voortgezet. Het veld in de zuidoostelijke hoek staat zo ver het oog reikt ineens vol met kleine, maar vooral ook veel grote orchissen …
Aan de andere kant van de autoweg N381 ligt een klein natuurgebiedje, genaamd it Skjer. Bij de verbreding van de weg in 2015 is tussen de beide terreinen een wildtunnel aangelegd. Nu vermoed ik, dat de orchideeën hun weg in oostelijk richting voort zullen zetten door die tunnel, en dat ik ze volgend jaar vast terug kan vinden in it Skjer … 😉
De grote papavers zijn in de loop der jaren uit de achtertuin verdwenen. Omdat we er dierbare herinneringen aan bewaren, heeft Aafje onlangs een deel van de papavers uit de voortuin opnieuw geïntroduceerd in de achtertuin. Dat heeft intussen geresulteerd in een eerste bloem …
Tijdens de regen begon de knop gistermiddag voorzichtig open te gaan. Vanmorgen was hij helemaal geopend en wapperde hij fier in de wind …
Het was druk in en rond de digitalis oftewel het vingerhoedskruid vorige week. Voor de één is de bloem een levensmiddelenwinkel, voor de ander is ’t een nette arbeiderswoning …
Hommels waren er zoemend op zoek naar lekkernijen. Diverse kleine spinnetjes waren er – kennelijk met voorkennis over het weer – gaan wonen …
Als regen en wind de bloemen hard heen en weer slingeren, zijn veiligheidsgordels van harte aanbevolen. Als het spinnetje op de onderstaande foto dat advies ter harte had genomen, had ’t nu misschien nog droog gezeten …
Het zijn helaas druppels die momenteel het beeld bepalen, en daar was ik persoonlijk eerlijk gezegd nog niet aan …
Nadat ik het voorjaar de kievit, de grutto, de tureluur en de scholekster al had kunnen fotograferen, kreeg ik vorige week zondag onderweg van Wirdum naar huis ineens een wulp voor de lens. Hij gaf me maar één kans om een foto te maken, meteen daarna ging hij op de wiek.
Maar ik ben er blij mee, want met die ene foto van de wulp heb ik dit jaar de ‘grutte fiif fan de Fryske greiden’, oftwel de ‘big five van de Friese weilanden’, compleet. En dat overkomt me niet zo vaak, want de wulp laat zich in mijn rayon maar weinig zien …
Toen ik vorige week wat foto’s wilde maken van de eerste uitgebloeide blauwe iris, dacht ik door de camera kijkend eerst even dat er een klein groen blaadje of iets dergelijke op de bloem lag …
Zodra ik wat dichterbij kwam, zag ik dat het de nimf van een struiksprinkhaan was. Nu hebben we die vrijwel elk jaar wel ergens op de bloemen van de blauwe iris of de gele lis, maar zó klein had ik er nog niet eerder eentje gezien …
Het beestje begon aan een verkenningstocht, die hem van ene kant van de bloem naar de andere voerde. Hij was dan wel nietig klein, maar het was wel een doorzetter, want er moest onderweg heel wat geklauterd worden …
Af en toe voorzichtig een andere achtergrond kiezend, ben ik hem blijven volgen, tot hij me uiteindelijk zijn bevallige kontje toekeerde en aan de andere kant van het bloemblad afdaalde …
Tijdens een van mijn dagelijks rondjes door de tuin richtte ik mijn camera onlangs op een paar korenbloemen bij het vogelbad op het heuveltje …
Al snel werd mijn aandacht afgeleid van de bloemen door kleine rimpelingen op het wateroppervlak van het badje achter de bloemen …
Na een paar stappen stond ik aan de andere kant van het badje, zodat ik beter kon zien wat daar gaande was. Kijkend naar de langwerpige gedaante was meteen duidelijk dat er een kniptor te water was geraakt. Hoe het mijn zijn schoolslag gesteld was, weet ik niet, maar met de rugslag wist hij zich aardig te redden …
Omdat ik het na een paar foto’s wel genoeg vond, besloot ik hem de helpende hand te bieden om op het droge te komen. Ik had hem natuurlijk simpelweg uit het water kunnen scheppen, maar ik vond dat hij er wel wat voor moest doen. Daarom pakte ik een takje van de grond en hield dat vlak naast hem in het water. Hij klampte zich er meteen daadkrachtig aan vast …
Zodra ik het takje op een van de terrastafeltjes had gelegd, liet de kever het takje los. Even bleef hij versuft liggen, maar hij was nog maar nauwelijks opgedroogd, of hij krabbelde op en ging aan de wandel als er niets was gebeurd …