In de tuin

De kruitdampen zijn weer opgetrokken en de zon scheen vrolijk vanmorgen, tijd om voor het eerst dit jaar eens een rondje door de tuin te maken. Er is voorlopig nog niets dat op winter wijst …

Integendeel, hoewel ’t nog maar 3 januari is, kondigt het naderende voorjaar zich alweer aan. Achter in de tuin worstelen de eerste voorjaarsbloeiers zich al door het beschermende bladerdek heen …

Wat meer in het zicht staan op enkele plaatsen de campanula en de maagdenpalm (Frisselgrien in het Fries) alweer (of nog steeds, dat weet je nooit bij deze planten) te pronken met hun paarse bloemetjes. Volgens Wikipedia wordt de maagdenpalm gerekend tot de zogenaamde afweerkruiden. Het zou afweer bieden tegen hekserij …

Voorlopig lijkt nog niets te wijzen op echt winterweer, maar de geschiedenis heeft geleerd dat dat snel kan veranderen.

Villa Vijversburg

Voordat we verder gaan met onze rondgang door Park Vijversburg nog even dit …

Villa Vijversburg vormt van oudsher het hart van park Vijversburg. Dokter Nicolaas Ypey liet hier in 1844 samen met zijn vrouw Baudina Looxma de neoclassicistische Villa Vijversburg bouwen als buitenverblijf. In de tweede helft van de 19e eeuw is de Villa meerdere keren verbouwd en deels weer afgebroken. Sinds 1892 is de Villa eigendom van de ‘Stichting op Toutenburg’ …

Rond de villa werd een park aangelegd, dat officieel Groot Vijversburg heet. In de volksmond werd het park al snel het ‘bos van Ypey’. Wanneer er in dit deel van Fryslân meer dan honderd bomen bij elkaar staan, dan is er in deze contreien al snel sprake van een bos. Dat was zeker het geval in de negentiende eeuw, toen men nog niet snel even de auto kon pakken om ergens in het zuidoosten van Fryslân of in Drenthe een boswandeling te maken …

Groot Vijversburg was dus eigenlijk een bos om de hoek. In het park waren vernuftige slingerpaden en kronkelende vijverpartijen aangelegd, zodat er lange wandelingen gemaakt konden worden zonder dat de wandelaars in de gaten hadden dat ze verschillende keren (bijna) langs dezelfde plek liepen. En dat werkt nog steeds zo, hebben we later op die middag ondervonden. Want hoewel het park en de Villa in de afgelopen jaren een enorme remake en een naamsverandering hebben ondergaan, zijn de slingerende paden in het oude deel van het park gebleven …

Een bijzonder element van de villa wil ik er even uit lichten. Aan de achterzijde staat op het dak van ‘Villa Vijversburg’ een klokkenstoel. Dat heb ik bij mijn weten niet eerder op een dergelijke manier op een villa of landhuis gezien …

– wordt vervolgd –

Ooievaarsnest Vijversburg

Park Vijversburg is een historisch landgoed uit de 19e eeuw bij het Friese dorp Tytsjerk. Het bestaat uit een publiek toegankelijk park – vroeger ook wel bekend als het Bos van Ypey – rondom de villa Vijversburg en een aan de noordzijde van de rijksweg N355 gelegen Overtuin …

Omdat we al snel waren uitgekeken bij de golfbaan ten zuiden van het park, maakten we na enige tijd de oversteek naar het ooievaarsnest aan de noordkant van het park. Dat ooievaarsnest staat op de plek waar op de bovenstaande plattegrond de ooievaar vliegt …

bij het ooievaarsnest

In werkelijkheid zat de ooievaar op dat moment amechtig hijgend op het nest. Zoals ik gisteren al schreef was de maximumtemperatuur in onze tuin in de schaduw die dag ruim 27 graden. Op dat ooievaarsnest in de volle zon zal het ruim 30 graden geweest zijn, schat ik …

Aan de voet van het ooievaarsnest staat langs de N355 een groepje gekleurde palen, waarvan ik (nog) niet heb kunnen achterhalen wat het zijn. Het lijkt me een of andere kunstinstallatie. Maar het kunnen net zo goed vreemd een soort snuffelpalen zijn of een communicatiecentrum voor het buitenaardse. Ik heb geen idee, maar ik vond het wel een mooi rijtje om fotografisch even wat mee te spelen …

Wat verder in westelijke richting lokte een opvallende rode beplanting. Eigenlijk had ik er wel even naar toe gewild, maar dat leek me gezien de warmte niet verstandig. Op de website van Vijversburg las ik later:

“In het parkdeel “Ooievaarsnest” heeft de Duitse kunstenaar Tobias Rehberger een kunstzinnig landschap aangelegd met als titel “get lost on the way home, finding ways in the nothingness”. Als inspiratiebron gebruikte hij de tuin die zijn oma had: spannend, veel fruit, geen paden en heel anders dan bij zijn klasgenootjes. Achter elke hoek een nieuw avontuur, een nieuwe verrassing, een tuin die je zelf moet ontdekken. Een tuin die als een zelfstandig eiland in de vorm van een ruit ligt.

De buitenrand bestaat uit rode bomen en struiken, er is geen enkele hint wat er binnen te vinden is. Wie zich er aan waagt, betreedt een sprookje en kan zomaar een diepe kuil ontdekken of een tunnel, een meertje met een steiger en waterlelies, hangmatten met een boekenmachine in de buurt of geweven fruitbomen …”

Dat lijkt me voldoende reden om nog eens in de herhaling te gaan, maar op dat moment leek het me beter om eerst maar weer de schaduw op te zoeken …

– wordt vervolgd –

Niet alleen donker

’t Is ook bijna elk jaar hetzelfde met die dagen voor de kerst … ze zijn niet alleen donker, maar nog nat ook …

Daar zit deze mooie jongen volgens mij ook niet op te wachten … die natte, druipende veren steeds … niks aan!

De mooiste boom

Eigenlijk was ik net een dag te laat …

Na een nacht met wat wind was dit ’t resultaat …

In vuur en vlam, nog steeds de mooiste boom van de straat …

 

De ekster en de kat

Het zijn luidruchtige herrieschoppers, die ik zeker in het voorjaar liever niet in de tuin heb, maar mooi zijn ze wel. Ik heb het over de ekster in zijn glanzende zwart-witte kostuum, waar ook nog een gedistingeerd vleugje blauw in is verwerkt …

Toen ik vorige week een ommetje in de buurt maakte, zag ik een ekster in het speeltuintje rond scharrelen. Hij leek zich volstrekt niet aan mijn aanwezigheid te storen en liet me rustig dichterbij komen, zodat ik een aardige fotoserie kon maken …

Toen er een kat op het toneel verscheen, leek de ekster hem even uit te dagen. Maar zodra de kat aan een sprint was begonnen om die nare plaaggeest naar de strot te vliegen, sloeg de ekster zijn vleugels uit. Vanuit een boom liet hij even later zijn spottende “Èkèkèkèk …” door het speeltuintje klinken. De kat bleef wat beteuterd achter …