In de Catspoolder

In 2009 is de Catspoolder ingericht als natuurgebied en is de bemaling stopgezet. Het waterpeil gaat er nu op en neer met dat van het riviertje de Lende, dat er langs loopt. De polder dient nu ook als waterberging. In de zomer wordt het gebied losgekoppeld van de Lende, waardoor het waterpeil zakt en de grond deels kan indrogen. Om de vallei nat te houden, is een ingenieus systeem van sloten, stuwen en kleppen uitgedacht dat moet voorkomen dat het gebied helemaal verdroogt. Het gebied trekt vooral water- en moerasvogels …


Hoe mooi een vogelkijkhut ook is, het gaat erom wat je er te zien kunt krijgen. En dat valt bij de ‘Catskieker’ niet tegen. Je hebt er een mooi uitzicht over een flinke plas. Recht voor de hut staat een rijtje dode bomen en boomstronken. In de top van de hoogste boom zat een gestaag toenemend aantal aalscholvers te vergaderen. Op een strookje droge grond scheef voor de hut zaten vogels van diverse pluimage, waaronder meeuwen, kieviten, verschillende ganzen en ook hier enkele aalscholvers. Het was allemaal niet spectaculair, maar we hebben ons er bij heerlijk najaarsweer een uurtje prima vermaakt …

Watersnippen en een sperwer

Het was weer een bijzonder uurtje in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Het was er druk, maar wel gezellig druk. De sfeer werd voor een belangrijk deel bepaald door een (echt)paar vogelaars, die ieder vogeltje zagen vliegen of lopen. En dat niet alleen, ze konden ze ook allemaal op naam brengen …


Zo zagen ze op een bepaald moment aan de westkant van de hut een aantal vogels zitten, waar ik alleen maar groen zag. Ik heb geruime tijd moeten zoeken en turen, pas toen ze wat meer uit het groen tevoorschijn kwamen, zag ik drie watersnippen zitten. Want dat bleken het te zijn, watersnippen en geen grutto’s. Maar eerlijk is eerlijk, die fout zou ik mogelijk ook gemaakt hebben zonder de deskundigen aan mijn zijde …

Want deskundig was dit stel zeker, en ze werkten perfect samen. Wanneer de één op grote afstand iets zag, wist de ander op basis van enkele simpele aanwijzingen de vogel vaak al heel snel te lokaliseren en te herkennen. En niet alleen dat, ze deelden hun waarnemingen ook steeds met de andere aanwezigen in de hut. Zij wezen ons ook op de goed gecamoufleerde watersnippen dicht bij de hut. Een van de watersnippen die zo mooi bij de stronken zaten, maakte na verloop van tijd een klein uitstapje om een stukje verderop te gaan foerageren …

De finale van de vogelshow werd die dag verzorgd door een sperwer, die neerstreek aan de westkant van de hut waar eerder de drie watersnippen zaten. Ik kan het me verbeelden, maar ik kreeg sterk de indruk dat hij wat beteuterd om zich heen keek, alsof hij zich afvroeg waar zijn lunch was gebleven. Sneu of niet, ik was er wel blij mee, want mijn eerste en laatste foto’s van een sperwer dateerden van maart 2012. Dat waren overigens wel bijzondere foto’s, want die sperwer zat in de hazelaar in onze tuin …

Ik sluit dit hoofdstuk af met een waarneming, die ik die middag helemaal zelf heb gedaan: een sprinkhaan – waarschijnlijk een boomsprinkhaan – die op één van de neerklapbare luikjes zat. Misschien wat minder spectaculair dan de watersnippen en de sperwer, maar daarom niet minder mooi. En bedenk hierbij ook: ‘wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd …’

Grillige stronken en …

Anderhalve week nadat ik bij de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder een paar grillige stronken aan de waterkant had gefotografeerd was ik er weer, ditmaal weer met Jetske. Het was wisselend bewolkt weer. Zon, wind en wolken zorgen samen voor een mooi lichtspel op het water …


Veel meer was er op dat moment ook niet te zien aan de kant van de hut waar ik zat. Daar kwam verandering in, toen Jetske me even later bij zich riep. Zij zat aan de andere kant van de hut en wees naar de stronken, die daar lagen. “Ja, die heb ik vorige week al gezien,” zei ik lachend …


“Ja, maar zie je wel wat er bij die stronken zit ..?” vervolgde ze. Toen ik nog eens keek, zag ik pas wat ze bedoelde …

Pas als je klikt, zie je het echt goed. 🙂

  • morgen meer

Pootjebadende kieviten

Nadat ik de laatste restanten van de jeugdsoos had gefotografeerd, ben ik even doorgereden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Er stond een groepje kieviten op het drooggevallen stuk aan het eind van de strook met gele lissen scheef voor de hut …

Recht voor de hut stonden nog meer kievieten en een aantal ganzen in het ondiepe water. Je kunt ze momenteel ook aantreffen in weilanden waar ze zich verzamelen voor de trek naar het zuiden …

Omdat er op dat moment verder weinig te zien was, heb ik mijn bezoekje aan de Jan Durkspolder afgesloten met een paar foto’s van deze verweerde stronken vlak naast de hut. Wat ik toen nog niet wist, is dat die stronken bij een volgend bezoek aan de Jan Durkspolder een belangrijke rol zouden spelen …

Jonge zwanen op Azeven Noord

Na een korte wandeling bij de grootste pingoruïne op bedrijvenpark Azeven Noord, heb ik nog even een rondje over het bedrijvenpark gemaakt met de auto …

Bij één van de waterpartijen elders in het gebied zag ik een paar zwanen met drie jongen. Natuurlijk heb ik de auto een stukje verderop even aan de kant gezet om vervolgens op gepaste afstand even een paar foto’s te kunnen maken …

Mevrouw zwaan bleef me alert en toch ook met een wat wantrouwige blik volgen tot ik weer in de auto zat. Het was een fijne gewaarwording om die zwanenfamilie in alle rust op dat bedrijventerrein aan te treffen …

Ochtendrituelen

Zo lang het nog zulk mooi en lekker nazomerweer is, begin ik mijn dag graag in alle rust met een bakje koffie in de tuin. Vanmorgen kreeg ik daarbij al snel weer gezelschap …

Ik was nog maar net in mijn hoekje op het terras gaan zitten, toen mevrouw merel op de schuttingdeur ging zitten. Even leek ze te twijfelen toen ze mij zag zitten, maar al snel vloog ze door naar de houten schaal met water voor haar dagelijkse badsessie …

Kort nadat de merel haar weg had vervolgd, streken er twee pimpelmeesje achter in de tuin neer. De ene ging op de kop van de stalen grutto zitten, de andere koos één van de lisdoddes als zitplaats …

Een momentje later zaten ze – zoals wel vaker – gezellig samen op de stalen lisdoddes. Toen ze hun weg dartelend vervolgden, was mijn koffie intussen koud geworden. Maar het was weer een mooi begin van de dag …

“Ergens klopt hier iets niet …”

Ik weet niet of een koolmees wel eens denkt – ik denk ’t eigenlijk niet – maar gesteld dat dat wel het geval is …

Dan denkt deze juveniele koolmees waarschijnlijk: “Ergens klopt hier iets niet …”