De specht is terug

Maandenlang had hij zich elders opgehouden, maar uitgerekend toen ik vorige week weer wat meer aan huis was gebonden, liet de grote bonte specht zich ineens weer zien in onze tuin. Hij schijnt een voorkeur te hebben ontwikkeld voor de prunus. Dat is met al zijn kleine twijgjes en takken een lastige boom, maar zondag kon ik hem er toch herkenbaar op de foto zetten …

Later die dag maakte hij het nog wat makkelijker voor me. Nadat hij vanuit de prunus komend een de mussen bij de pindakaaspot vandaan had gejaagd, ging hij zelf enige tijd lekker op het dak van het fietsenhokje zitten …

Bij het Aekingerzand

Na de korte tussenstop bij Boschoord reden we richting Appelscha. Daar maakten we ons op voor het laatste fotokuiertje bij het Aekingerzand. In de volksmond staat het gebied beter bekend als de Kale Duinen. Als kind kwam ik hier al met mijn ouders …

Aan de zandvlakte met de echte Kale Duinen kwamen we niet toe, maar dat had ik ook niet meer verwacht. Halverwege het pad vonden mijn onderdanen het welletjes. Het kwam goed uit, dat daar naast het pad een mooie dikke boomstronk stond. Die kon voor mij mooi als stoeltje dienen, terwijl Jetske bij het vennetje begon rond te struinen. Kijk eens wat een uitzicht …

Intussen liet de zon zich voor het eerst die dag langere tijd zien, het begon zo waar even warm te worden. Het zonlicht kwam de mooie boom, die een stuk verderop langs het pad stond, duidelijk ten goede. Een mengeling van groene, gele en bruine blaadjes lichtte mooi op …

Nadat mijn benen weer wat kracht hadden hervonden, verliet ik mijn boomstam even. Ik besloot even aan de oever van het vennetje te kijken …

– wordt vervolgd

Wat aalscholvers en ’n kievit

Nadat we uitgebreid met zijn drieën hadden bijgepraat met koffie en koek, stapte Aafje tegen het eind van de ochtend op de fiets om boodschappen te gaan doen. Fotomaatje Jetske en ik stapten in de auto om een ritje door de omgeving te maken. Jetske stelde voor om eerst maar even bij de Leijen te kijken, misschien zouden de baardmannetjes zich daar nu wel willen laten zien …

Ongeacht of we liepen of stil bleven staan, er was geen vogel te horen of te zien, terwijl we langs het rietland in de richting van de vogelkijkhut liepen. Diep in de kraag weggedoken kwamen we bij de vogelkijkhut aan. Behalve grijs was het ook echt waterkoud. Warmer dan 4°C was het zeker niet …

De enige vogels die we vanuit de hut te zien kregen, waren enkele aalscholvers die in de laatste boom zaten die nog rest van het eilandje midden in de Leijen …

We hadden het al snel bekeken in de hut. Terug bij de auto besloten we eerst onze broodjes maar eens op te eten. Meestal leven we tijdens onze tochtjes op water en (goed belegde) broodjes. Gisteren verraste Jetske me met een beker vers geperst sinaasappelsap. Daarna besloten we nog maar even naar de Jan Durkspolder te rijden. Jetske kreeg bij Earnewâld nog een zeearend in beeld …

Ik stelde me een 3 km verderop tevreden met een kievit, die in een weiland langs de Alle om Slachte stond. Het zal een noorderling zijn, die hier hoopt te kunnen overwinteren. Als je goed kijkt, kun je bij gebrek aan zon nog net iets van de glans van zijn verendek zien …

– wordt vervolgd

Op dood hout

Ik ga nog even door met wat foto’s van paddenstoelen die ik in het bos bij Heidehuizen heb gemaakt. Dit gedrongen typje is volgens Obsidentify een kastanjeboleet. Als je het pootje wegdenkt, is het net een lekker vers bolletje van de warme bakker waar een hapje uit genomen is …

Een stuk verderop in het bos, lagen een paar gevelde bomen. De ene lag er duidelijk al langer dan de andere. Het dode hout is een bron van leven voor paddenstoelen. Vooral tonderzwammen, die al met de sloop van bomen beginnen op het moment dat die nog fier overeind staan, doen het er goed op …

Een bemoste dode boom

Bij het punt waar het blauwgrasland begint, maakte ik rechtsomkeert om terug te lopen naar de parkeerplaats. Waar ik op de heenweg mijn blik vooral op de noordkant van het Weinterper Skar had gericht, keek ik nu meer naar de zuidkant …

Of het een kwestie is van verzuring of vernatting, weet ik niet, maar er staan verschillende dode bomen in het terrein. Van het meest fotogenieke exemplaar heb ik de onderstaande serie gemaakt …

Het was een korte, maar mooie wandeling, maar na deze fotosessie werd het echt tijd om naar de auto te gaan.

Teloorgang van de Kninepôle

Midden in het meertje de Leijen staat een eenzame boom. Het is het laatste restant van ‘de Kninepôle’, ook wel het Tike-eilân genoemd. Het eilandje ligt op ongeveer 230 m afstand van de vogelkijkhut de Blaustirns aan de westkant van de Leijen. Jarenlang was het een beeldbepalend landschapselement …

In de jaren 70 was het een eiland van zo’n 40 bij 60 meter. Maar door de wind en stroming waaide en dreef er meer en meer zand weg. Daardoor is er bijna niets meer van de Kninepôle over. Een aantal bewoners van De Tike heeft onlangs het plan opgevat om het eilandje te herstellen. De omwonenden krijgen er 18.000 euro voor uit het Iepen Mienskipsfûns …

Om ervoor te zorgen dat het eiland na het herstel niet meteen weer ‘wegwaait’, is het plan om eerst stenen te storten. Die stenen moeten het nieuwe zand bij elkaar houden. Dat zand komt uit de Leijen zelf, van plekken in het meer die bijna droogvallen. Ook moet er ter bescherming van het eilandje meer begroeiing om het eiland heen komen. En dat is dan ook weer goed voor de biodiversiteit …

De uitbreiding van de Kninepôle is volgens de initiatiefnemers een mooi begin van het herstellen van de natuur en de biodiversiteit van de Leien. “Als wij, Wetterskip Fryslân en Staatsbosbeheer allemaal ons best doen, dan kunnen we hier echt een stuk andere natuur krijgen. Met schoner water, met meer waterdieren en andere vissen …”

Behalve waarde voor de natuur heeft het eilandje ook historische betekenis voor de dorpen eromheen, vooral voor De Tike. In de oorlog is het namelijk veelvuldig gebruikt als vluchthaven als de Duitsers een razzia hielden. De initiatiefnemers vinden het ook daarom belangrijk dat de plek blijft bestaan, helemaal omdat volgend jaar 80 jaar bevrijding wordt gevierd. “Dan willen we niet bij Doktersheide staan huilen dat het eiland weg is, maar staan te juichen dat we het hebben behouden …”

Bron: Omrop Fryslân

Een roodborsttapuit

Van het Weinterper Skar reden we via de kortste weg naar het weidevogelgebied de Surhuizumermieden. Daar reden we via een omweg door het gebied in de richting van het uitkijkplatform …

Als snel spotte Jetske een eerste vogel. Het was een roodborsttapuit, die op een paaltje langs een weiland stond. Het is een vrij kleine zangvogel, waarvan hieronder de vrouwelijke uitvoering te zien is. Hoewel het goed gaat met de roodborsttapuit, die als niet meer bedreigd te boek staat, was dit voor mij een primeur. Tot vrijdag ontbrak de roodborsttapuit nog in mijn archief …