Wie zich ook weer goed lieten zien op diverse schermbloemen. waren de kleine rode weekschildkevers, uit de familie van de soldaatjes. Ze hadden het vrijwel allemaal weer druk met elkaar…
Eén van de kleine kevertjes zat afgezonderd van de anderen op een zacht in de wind op en neer deinend langwerpig blad. Of hij zich uit eigen beweging afzijdig hield van alle drukte rondom of dat het een outcast was, is me niet duidelijk geworden. Hij was in elk geval wel genegen om even voor me te poseren …
Het onderstaande tweetal begon korte tijd later vlak voor mijn ogen een showtje op te voeren. Dus ja, daar kon ik niet omheen … ‘contact made’… 🙂
We waren gebleven bij Jetske, die een kleine opening in het rietkraagje had gevonden. Voorzichtig op de afbrokkelende walkant steunend, maakte ze een aantal foto’s van het petgat …
In het petgat staat daar een aantal kooien en manden met daarin verschillende hoeveelheden krabbenscheer. Met deze opstelling wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden om verlanding in het gebied te stimuleren. Dat vraagt om enige nadere uitleg …
De Deelen is een laagveenmoerasgebied dat is ontstaan door de turfwinning, die daar een eeuw geleden begon. De afgegraven stroken liepen vol water – de petgaten – en daartussen liet men stroken grond droog. Op deze droge stroken, de legakkers of stripen, zoals we in Fryslân zeggen, werd de afgestoken turf te drogen gelegd …
Het is nog steeds een nat gebied, maar dat is niet meer te danken aan het oorspronkelijke grondwater en het water is slechter van kwaliteit. Door intensieve landbouw in de omringende gebieden, die gepaard gaat met diepontwatering, is De Deelen hoger komen te liggen waardoor het grondwater wegloopt. Er wordt nu water ingepompt vanuit een naburige zandwinning en als dat niet voldoende is vanuit het oppervlaktewater in de rest van Friesland. Daarmee wordt de waterkwaliteit langzaam maar zeker weer wat beter. Maar daarmee is De Deelen nog niet gered …
Na het stoppen van de vervening kregen weer en wind geleidelijk meer grip op het water. Door stormen kalfden de legakkers steeds verder af. Op sommige plekken zijn ze zelfs helemaal weggeslagen. Als dit proces geen halt wordt toegeroepen, dan heeft Fryslân er op den duur weer een groot meer bij en dat is niet de bedoeling …
Om verlanding in het gebied op een natuurlijke manier te stimuleren, wil men gebruik maken van krabbenscheer. Hier is een proef bezig om dat krabbenscheer een voorsprong te geven. Krabbenscheer is het beton van nieuw veen. Het groeit snel, maakt veel biomassa en legt ook nog eens CO2 vast. Als het krabbenscheer een dikke plak maakt en in de winter boven water blijft, krijgen andere planten als lisdodde, riet en gele plomp een kans: het begin van het verlanden …
Het hele verhaal werd onlangs op een mooie en aanschouwelijke manier uit de doeken gedaan in het natuurprogramma ‘Vroege vogels’. Een 8 minuten durende aanrader: ‘De Deelen verdwijnt’.
Eenmaal onderweg langs het petgat aan de rechterkant van de parkeerplaats, moest ik natuurlijk wel even de min of meer traditionele foto van de werkschuur van SBB maken. De gebruikelijke weerspiegeling werd op dat moment nogal gebroken door op het water drijvend kroos …
Terwijl ik rustig verder scharrelde, lukte het vrij makkelijk om links en rechts juffertjes te fotograferen. Op het risico af, dat ik straks weer een terechtwijzing krijg, zou ik denken dat het allemaal lantaarntjes waren …
Ik was intussen al een mooie eindje voor Jetske uitgelopen, daarom besloot ik mijn krukje maar eens uit te klappen en te zien wat er rondom zou gebeuren. Ik zat nog maar net, toen er een paar meter verderop een libel neerstreek. En dat was niet zomaar een libel … het was een libel met vier witte vlekken in de vleugels …
Op het moment dat Jetske niet veel later voorzichtig aan me voorbij schuifelde, zat ik net te genieten van een waterjuffer, die met zijn gymnastische oefeningen bezig was …
Jetske had intussen een klein stukje verderop een open plekje in de rietkraag gevonden. Daar vandaan had ze een beter zicht op het petgat en hetgeen zich daarin bevond …
Eenmaal op het pad langs het petgat, kreeg ik al snel een kans om een juffertje van wat dichterbij te portretteren …
Niet veel later ontdekte mijn fotomaatje een vroege glazenmaker. Nadat Jetske een aantal foto’s van hem had gemaakt, was het mijn beurt, want zo mogelijk delen we onze onderwerpen altijd eerlijk … 🙂
Al kijkend en speurend vervolgden we ons pad, het bleef echter bij die ene libel. Daarom stelde Jetske voor om op onze voetschreden terug te keren en naar het andere petgat te gaan. Waar ik aan het begin van onze kuier al een gewone oeverlibel op het houtwerk had gefotografeerd, zat daar nu een steenrode/bruinrode heidelibel* op me te wachten …
* doorhalen wat niet van toepassing is
Via de parkeerplaats liepen we naar het petgat rechts van de parkeerplaats. Daar is net wat meer licht en zon dan langs het pad waar we eerst waren, dat maakt de kans om daar libellen en juffers te vinden hopelijk wat groter …
We vervolgden onze weg over het bij elke stap luidruchtig krakende vlonderbruggetje in De Deelen …
Ergens halverwege hoorde ik Jetske zeggen: “Kijk daar eens, dat lijken wel poelslakken …” En jawel, op de plek die ze aanwees lag een slak met een sierlijk gedraaid huisje in het water, en iets verder lag er nog één.
‘De gewone poelslak, ook wel poelslak of grote poelslak (Lymnaea stagnalis) is een in het zoetwater levende slak uit de familie poelslakken. De grote poelslak leeft alleen in stilstaande wateren, zoals sloten, vijvers en vennen. Bij gevaar laat de slak zich onmiddellijk naar de bodem vallen,’ aldus Wikipedia …
Aan het struikgewas langs ’t laatste stuk van het bruggetje hing een grote tros rupsen, die ik niet nader kan duiden …
Aan de onderkant de struiken schemerden de paarsgele bloemen van het bitterzoet door het gebladerte. Het zijn mooie bloemetjes, maar aardappeltelers hebben deze plant liever niet in de buurt van een perceel met aardappelen. Bitterzoet is namelijk verantwoordelijk voor de verspreiding van bruinrot, een aardappelziekte die de oogst kan verwoesten. Hoe dan ook, de bloemetjes hingen net dichtbij genoeg om er een paar close-ups van te kunnen maken …
In een poging om de lay-out van dit blogje enigszins in evenwicht te houden, sluit ik vandaag af met een foto van een poelslak op het langwerpige blad van een gele lis …
Vorige week zaterdag besloten Jetske en ik weer eens samen naar De Deelen te gaan. Daar waren we al veel te lang niet meer samen geweest. Nadat we tijdens onze laatste fotokuier bij de Kapellepôle geen juffers en libellen hadden aangetroffen, hoopten we hier meer geluk te hebben. Ik stelde voor om eerst een kijkje te nemen bij het linker petgat bij de parkeerplaats …
Terwijl Jetske nog even bezig was met haar uitrusting, liep ik alvast naar de vlonderbrug over het petgat. Nog voordat ik een voet op het hout had gezet, zag ik al een libel op de met gaas bespannen vlonder zitten. Dat was maar goed ook, want één voet op de brug en er is geen leven meer op te bespeuren …
Nadat ik de bovenstaande foto’s had gemaakt en Jetske zich bij me had gevoegd, vervolgde ik mijn weg over de bij iedere stap luid krakende vlonderbrug …
Waterlelies, gele plompen en hier en daar wat krabbenscheer bedekten het wateroppervlak. Op die krabbenscheer kom ik later in deze serie nog terug …
Voor nu laat ik het erbij dat het een goed teken is dat de krabbenscheer ook hier in bloei staat. De onderstaande close-up van het kleine bloemetje van de krabbenscheer heb ik bij de vijver in onze tuin gemaakt …
Een paar maal lukte het om een juffertje dat even op de krabbenscheer neerstreek in beeld te vangen. Verderop tijdens onze kuier kregen we nog verschillende juffers en libellen lekker close in beeld …
Omdat ik in de Jan Durkspolder al snel was uitgekeken, ben ik even doorgereden naar Earnewâld om te kijken hoe het er met de ooievaars gesteld was. Terwijl het voor veel weidevogels een heel goed voorjaar was, zijn op diverse plaatsen in het land jonge ooievaars dit voorjaar slachtoffer geworden van regen en kou. Bij een paar van de nesten die vanaf de weg goed te zien zijn, lijkt dat hier bij Earnewâld gelukkig wat mee te vallen …
Op het paalnest tegenover de gaswinlocatie aan de Dominee Bollema van der Veenweg stond één de ouders met twee al grote jongen, die speciaal voor de fotograaf wel even een grappige pose wilden aannemen …
Ongeveer driehonderd meter verder naar het noorden stonden drie jongen op een paalnest …
Bij afwezigheid van de ouders leek het erop dat de al flink uit de kluiten gewassen jongen elkaar aan het voeren waren …