Tussen de buien door

Tussen de buien door hebben Jetske en ik dinsdag toch nog weer een gezellig ritje gemaakt. Nadat we wat foto’s hadden gemaakt van een koppel koeien in een zonnige weide en van de nieuwe waterpartij bij de haven van Oudega, besloten we het risico op een nat pak te beperken door ons verder hoofdzakelijk in een paar vogelkijkhutten op te houden …

Dat bleek een goede keuze te zijn. We zaten lekker droog in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder, toen een eerste bui overkwam. We hadden een uurtje in de gezeten, toen we een forse bui op ons af zagen komen. Omdat we daar op dat moment toch wel uitgekeken waren – de hoofdact van een ree was net afgelopen – besloten we alvast naar de auto te lopen. Net op tijd zaten we binnen …

In de vijf minuten dat we daar nog even stonden, passeerden er een paar fietsers die duidelijk minder goed hadden getimed, en door de bui waren overvallen …

We besloten de koers van de bui korte tijd te volgen, dat bracht ons niet veel later bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ aan de Doktersheide bij de Leijen. Gejaagd door de wind liepen we langs het rietland naar de hut op de oever van het meer…

In de hut aangekomen, begon de zon zelfs weer enige tijd te schijnen. De show werd hier vooral gestolen door een paar bedelende futenjongen. Maar die foto’s zijn voor later …

Trossen los, koers west

Drachten probeert zich al een aantal jaren aan te prijzen als oostelijke toegangspoort tot de Friese Meren. Om de relatie met het water, die er sinds 1641 is, meer gestalte te geven, wordt al een aantal jaren gewerkt aan ‘Waterfront Drachten’. Dat is hard nodig, want tot nu toe heeft de gemiddelde watersporter hier niet zo gek veel te zoeken …

Wie eenmaal met zijn boot in Drachten ligt aangemeerd, is daar meestal snel uitgekeken. De best optie is vaak om de trossen meteen weer los te gooien en in westelijke richting te koersen, zoals deze zeilboot onlangs ook deed …

Ik houd er op zijn tijd wel van om een stukje te varen, ongeacht of dat nu op de Friese wateren is of in de Kop van Overijssel. Maar met het huidige weerbeeld lokt het me niet echt …

Twee bruine kiekendieven

Maandagmiddag stond er een harde wind, maar de zon scheen regelmatig vriendelijk tussen de wolken door. Omdat ik geen zin had om met die wind met de iLark op pad te gaan, werd het voor het eerst sinds langere tijd een autoritje naar de Jan Durkspolder en de Hooidammen. Toen ik bij de Hooidammen vandaan kwam, besloot ik onderweg naar huis nog even een tussenstop te maken bij de picknicktafel ter hoogte van de windmotor Barfjild aan de Wolwarren …

Al na een paar minuten werd mijn aandacht getrokken door een over het rietland vliegende bruine kiekendief in de verte. Eenmaal hoger in de lucht voegde zich een tweede kiekendief bij hem. Of het spel of strijd was, weet ik niet, maar een tijdlang ontspon zich een boeiend schouwspel in de lucht. Het viel niet mee om hun capriolen, die af en toe nog eens versneld werden door de harde wind, met redelijke zoom te volgen. Dit is een deel van het resultaat …

Poolse zwanen in de Wieden

Met behulp van de vaarboom duwde Jetske de boot voorzichtig in de richting van de rietkraag. Terwijl ze de boot daar even later weer verankerde door hem vast te binden aan de in de bodem geduwde vaarboom, keek ik eens om me mee heen. Jetske had een fijn plekje in de luwte gevonden. Geen zuchtje wind en toch was het waterspiegel voortdurend in beweging. Aan alle kanten wriemelde het van de grote schaatsenrijders op het wateroppervlak …

Daar was het echter niet om te doen. Jetske had dit plekje uitgezocht om me nog wat te leren over het water in de Beulakerwijde. Onder het wateroppervlak was een waar woud van waterplanten te zien. Het water in de Weerribben en de Wieden is in de loop der jaren zo helder geworden, dat het zonlicht doordringt tot op de bodem en dat stimuleert de groei van waterplanten. Deze waterplanten vormen een steeds groter wordend probleem voor kleine boten. De waterplanten draaien zich vast om de schroef van de motor. Vooral voor bootverhuurders is dit een toenemend probleem. Omdat ze bekend is met dit probleem, maakt Jetske op bepaalde plekjes dus gebruik van de vaarboom in plaats van de buitenboordmotor. Dit probleem speelt in Fryslân overigens ook, Wetterskip Fryslân experimenteert daarom met een maaiboot …

Terwijl we onze laatste sinaasappelsap bijna op hadden, zagen we iets verderop een paar knobbelzwanen met een opvallend spierwit jong op het water dobberen. Normaal gesproken zijn jonge knobbelzwanen grijs of grijsbruin. Omdat deze echt spierwit was, is fotomaatje Jetske maar eens op zoek gegaan op internet. Daarbij ontdekte ze, dat er in Polen lang geleden knobbelzwanen gefokt werden met een kleurverdunning, want het witte dons van de jonge Poolse knobbelzwanen was zeer populair. Totdat de markt voor dons volledig instortte …

In Polen lieten ze daarom hun commercieel waardeloze ‘mutantjes’ los in de vrije natuur, zodat deze vogels de kans kregen om te kruisen met de oude vertrouwde Europese knobbelzwaan. Beide kleurvormen zijn inmiddels verwilderd en met elkaar vermengd, maar de verschillen kun je nog steeds goed zien. Met name bij de jongen is dat duidelijk. En komt het dat er nu dus een paar Poolse zwanen met een spierwit jong in de Wieden rondzwemmen …

Intussen werd het weer er niet vriendelijker op. In de verte begonnen dikke, donkere wolken zich samen te pakken. Tijd om het open water te verlaten en koers te zetten naar het punt van vertrek bij Giethoorn …

Morgen sluit ik de serie over deze vaartocht door de Wieden af met een tien minuten durend filmpje.

Rond de Beulaker Toren

Terwijl wij in de richting van Giethoorn voeren, kwamen we onderweg de Ecowaterbus ‘Giethoorn’ tegen. Dankzij de fluisterstille ecowaterbussen, die dagelijks enkele afvaarten vanuit Giethoorn en Blokzijl naar het bezoekerscentrum de Wieden bij Sint Jansklooster onderhouden, is het mogelijk om varen, wandelen en fietsen door de Wieden te combineren …

Niet veel later voeren we langs een uit het water oprijzend kunstwerk: de Beulaker Toren. Een paar meter onder de oppervlakte van de Beulakerwijde ligt het verdronken dorp Beulake. Eind 18e eeuw werd rond het dorp door bewoners zoveel turf gestoken, dat de Zuiderzee het kwetsbare dorp in de nacht van 22 november 1776 tijdens een hevige storm volledig overspoelde. Volgens de overlevering was alleen de kerktoren nog jarenlang boven het water zichtbaar. Op de plaats van de toenmalige kerk staat nu een nieuwe torenspits. Er wordt gefluisterd, dat je de torenklok heel soms nog kunt horen luiden. De Beulaker Toren is een kunstwerk van Alphons ter Avest

Na het indrukwekkende verhaal van de ondergang van Beulake, richtte ik de camera op de weinige andere boten die op dat moment op het water waren. Vooral de oude houten zeilboot op de derde foto en de zeilpunter op de vierde foto vind ik zelf erg mooie boten. Zelf zou ik er overigens weinig aan hebben, want zeilen kan ik niet …

Na enige tijd zette Jetske de buienboordmotor uit, waarna ze de vaarboom weer tevoorschijn haalde. Het plan was om nog even een plekje in de luwte te zoeken waar we nog even wat konden drinken. Dit maal gebruikte ze de vaarboom niet alleen om de boot eraan vast te binden …

Voedertijd bij de zwarte sterns

Nadat we tweemaal een stuw met zelfbediening waren gepasseerd, kwamen we vanaf de Vaartsloot uiteindelijk uit op de Kleine Beulakerwijde (Google Maps). “Heb je zin om even bij de zwarte sterns te kijken?” vroeg Jetske. Of ik zin had om even bij de zwarte sterns te kijken …? De vraag stellen was hem beantwoorden …

Jetske zette over open water koers in de richting van Sint Jansklooster. Daar gingen we met behulp van de vaarboom en een lijntje voor anker. Ik herkende het plekje aan het kijkplatform bij het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, dat net boven het riet in de verte te zien was (Google Maps). Vanaf dat platform heeft Jetske me in april 2009 kennis laten maken met de zwarte stern. Door de groei van de vegetatie zou er nu vanaf het kijkplatform weinig meer te zien zijn van de zwarte sterns, maar Jetske had me naar een prachtig plekje gebracht van waar we een perfect zicht hadden op de nestvlotjes met jongen …

De zwarte stern staat op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten. Van nature broeden zwarte sterns op drijvende planten zoals krabbenscheer. Vanwege de afname van natuurlijke nestmateriaal worden er hier elk voorjaar nestvlotjes voor de zwarte sterns in het water gelegd. Die broedvlotjes worden bekleed met krabbenscheerplanten en worden beschermd door een net, dat voor de kleine inham in het water is gespannen. Het net en de palen worden regelmatig gebruikt als rustplaats. De kolonie bij Sint Jansklooster is één van de grootste populaties van zwarte sterns in ons land …

Het was een feest om te zien hoe de al grote jongen werden gevoerd door de ouders. Maar aan alle feestjes komt een eind. Het werd tijd om de terugreis langzamerhand te aanvaarden. Langs de rietkraag van een van eilandjes in het meer varend, passeerden we in rustig tempo een zwanenfamilie met zeven meer of minder grijze jongen …

Langs ’t pontje van Jonen

Na de koffie zetten we onze vaartocht door de Wieden voort. Je zou je af en toe bijna schuldig voelen om de perfecte weerspiegeling verderop te verbreken, maar Jetske hield standvastig koers …

Typerende landschapselementen trokken in het rietland rondom aan ons voorbij, variërend van nog glanzende windmotors tot oude houten tjaskermolens ,,,

Vanaf de Cornelisgracht draaiden we na verloop van tijd linksaf de Walengracht op. Daar passeerden we even later het fietspontje van Jone. Voor € 1,30 kun je je hier over laten zetten, en dat scheelt al snel 17 km fietsen …

Op verschillende plaatsen zagen we dat een kleine, lichte trekker met brede banden een ponton op of af werd gereden. Deze trekkers worden gebruikt om de hooilanden tussen de rietvelden te maaien. Licht materieel is in dit natte gebied onontbeerlijk, en het zou in mijn ogen als voorbeeld en alternatief moeten dienen voor het zware materieel van de gemiddelde boer, om vernatting van het land mogelijk te maken …

Maar er wordt niet alleen hard gewerkt in Nationaal Park Weerribben-Wieden. Ook voor spelevaren is er alle ruimte in dit prachtige gebied, getuige de bootjes die her en der voor de wal lagen …