Joodse begraafplaats de Pol

In het begin van de 19e eeuw werden er in de provincies Drenthe en Overijssel een viertal kolonies gesticht in het kader van de toenmalige armoedebestrijding: Frederiksoord, Willemsoord, Wilhelminaoord en Boschoord …


In de kolonie in Willemsoord werden ook joodse armen gehuisvest. Voor deze groep werd een aparte buurt gecreëerd, de Jodenpol. Vanuit die tijd stamt de naam van de buurtschap ‘De Pol(Google Maps). De joodse kolonisten hadden daar op De Pol tussen 1830 en 1890 ruim zestig jaar lang een levendige gemeenschap …

In 1838 werd er voor de joodse gemeenschap een school gesticht die tevens diens deed als synagoge. Ten behoeve van school en synagoge werd een rabbi aangesteld. Aan het eind van het dorp is een Joodse begraafplaats, een laatste herinnering aan deze kleine Joodse gemeenschap, die eindigde rond 1890. Op de begraafplaats staat één steen met de Hebreeuwse tekst: ‘De kleine en de grote is daar; en de knecht vrij van zijn heer’ …

Tussen 1838 en 1876 werd er actief gebruik van de synagoge, de school en het badhuis. Er was echter veel verloop door ontslag, verhuizing en desertie. Er was een gebrek aan voldoende motivatie onder de joodse kolonisten. In 1885 werd de Israëlitische gemeente te Willemsoord formeel opgeheven. De gebouwen verdwenen toen de leraar werk kreeg in Veenhuizen. Tegenwoordig herinnert alleen de oude begraafplaats met dat ene graf nog aan ‘de Jodenhoek’ zoals de plek in de volksmond nog steeds wordt genoemd …

Bron: Wikipedia

Een zwerfkei in de Lendevalei

Terug bij de auto stelde Jetske voor om nog even naar het eind van de Domeinenweg te rijden. Daar ligt een joekel van een zwerfkei van gneisgraniet, die in 2009 bij de herinrichting van de Lendevallei tevoorschijn kwam. De kei heeft een gewicht van 17.100 kilo. Hij is in de voorlaatste ijstijd (ca 150.000 jaar geleden) vanuit Scandinavië hierheen geduwd met de uitlopers van een ijskap vanuit Scandinavië …


De enorme kei is afkomstig uit de bergen in de omgeving van Tving in Zuid-Zweden (Google Maps). De kei schijnt ongeveer 1,4 miljard jaar oud te zijn. Behalve zwerfkeien liet het ijs in het noordelijk deel van Nederland ook diverse landschapsvormen ontstaan, waarvan sommige nog opvallend in het landschap aanwezig zijn. Voorbeelden hiervan zijn behalve de Lendevallei ook het golvende Gaasterland en de Havelterberg …

Om het formaat van de kei nog even te laten zien, ging Jetske er nog even op zitten voordat we onze weg ten derde male vervolgden. Jetske stelde voor om via mooie en heerlijk rustige ommelandse wegen huiswaarts te rijden. Daarbij wist ze me op de valreep nog even met een fotografisch pareltje te verrassen …

In de Catspoolder

In 2009 is de Catspoolder ingericht als natuurgebied en is de bemaling stopgezet. Het waterpeil gaat er nu op en neer met dat van het riviertje de Lende, dat er langs loopt. De polder dient nu ook als waterberging. In de zomer wordt het gebied losgekoppeld van de Lende, waardoor het waterpeil zakt en de grond deels kan indrogen. Om de vallei nat te houden, is een ingenieus systeem van sloten, stuwen en kleppen uitgedacht dat moet voorkomen dat het gebied helemaal verdroogt. Het gebied trekt vooral water- en moerasvogels …


Hoe mooi een vogelkijkhut ook is, het gaat erom wat je er te zien kunt krijgen. En dat valt bij de ‘Catskieker’ niet tegen. Je hebt er een mooi uitzicht over een flinke plas. Recht voor de hut staat een rijtje dode bomen en boomstronken. In de top van de hoogste boom zat een gestaag toenemend aantal aalscholvers te vergaderen. Op een strookje droge grond scheef voor de hut zaten vogels van diverse pluimage, waaronder meeuwen, kieviten, verschillende ganzen en ook hier enkele aalscholvers. Het was allemaal niet spectaculair, maar we hebben ons er bij heerlijk najaarsweer een uurtje prima vermaakt …

Bij de Catskieker

Na ons bezoek aan de ‘Wolvenroep’ stelde ik voor om naar een bepaalde vogelkijkhut te gaan die mijn fotomaatje al eens op haar blog had getoond, en waarvan ik wist dat hij ergens hier in de Lendevallei moest staan. Jetske wist meteen dat ik de vogelkijkhut de ‘Catskieker’ in de Catspoolder (Google Maps) bedoelde. Na een ritje van amper 10 minuten waren we ter plekke …


Daarna volgden nog een korte kuier en de beklimming van een dijklichaam dat het wandelpad scheidde aan de waterkant. Ook hier had Jetske weer een juiste inschatting van de loopafstand gemaakt, zodat we al snel de vogelkijkhut de ‘Catskieker’ betreden. Het belangrijkste deel is een ronde, deels open hut van cortenstaal met daarnaast en deels ervoor een eenvoudig scherm …


De Catspoolder was dankzij de vervening in de 18 en 19e eeuw ooit een petgatengebied. In de twintiger jaren van de vorige eeuw is het gebied geschikt gemaakt voor de landbouw. Om de polder droog te houden voor de landbouw, moest hij sterk worden bemalen …

  • wordt vervolgd

In ’t spoor van de wolf

Vorige week vrijdag stond er weer een fotokuier met Jetske op het programma. Op haar vraag of ik nog iets bepaalds in gedachten had, stelde ik voor om een kuier naar het wolvenmonument in de Lendevallei te gaan. Lachend antwoordde ze, dat ze daar al min of meer op had gerekend …


Mijn fotomaatje had er zelfs al een verkennende wandeling gemaakt om de afstand tussen de parkeerplaats en het monument in te schatten. Het moet gezegd, ze had weer een juiste schatting van de afstand gemaakt. Juist toen ik vroeg: “Hoe ver is het nog?” wees Jetske naar de eerste van een rijtje grote eiken een klein stukje verderop …


En jawel, daar lag het tweede deel van het monument ‘Wolvenroep’. De eerste roep heb ik hier enkele weken geleden al getoond in het logje ‘Een ode aan de wolf. Je zou kunnen zeggen dat op deze steen het antwoord op de eerste roep vanuit de parktuin van Huize Olterterp is weergegeven. Zo interpreteer ik het zelf in ieder geval. In tegenstelling tot de steen in Olterterp stond er hier een klein bordje bij …

Terwijl we enige tijd later met zicht op Wolvega terugliepen naar de auto, bespraken we hoe we de dag verder zouden invullen. We hadden nu twee van de drie delen van de ‘Wolvenroep’ van Anne Woudwijk kunnen lokaliseren en fotograferen. Nu wachtte nummer drie nog. Ik weet dat het derde beeld in het Ketliker Skar staat, want ik heb het al eens gefotografeerd …


Dat was echter voordat ik de diagnose MS kreeg. Toen kon ik dus aanzienlijk verder lopen dan nu. Het probleem is dat ik niet meer precies weet waar dat was, terwijl dat in mijn huidige situatie eigenlijk wel noodzakelijk is. Voor die dag was het als tweede kuier in ieder geval geen verstandige optie meer. Daarom stelde ik een alternatief voor, en dat viel in goede aarde …


Klaproosjes en lampionnetjes

De klaproosjes zaaien zich de laatste jaren steeds verder uit in onze tuin. Samen met een paar soortgenootjes is dit klaproosje vanuit de tuin overgewaaid naar het terras. De foto van dit mooie klaproosje heb ik al begin mei op het terras gemaakt tegen de achtergrond van een bloembak …


In die bloembak staat onze lampionplant. Van lampionnetjes is echter nog geen sprake als de klaproosje bloeien. De lampionplant begon dit jaar pas in augustus te bloeien. De onderstaande foto van het bloemetje van de lampionplant heb ik begin september gemaakt …


Tegelijkertijd hingen er ook al een paar lampionnetjes te pronken tussen het bladerdek. De onderstaande serie laat mooi het verkleuren van de lampionnetjes zien, terwijl ze hangen te rijpen …

Ook het verkleuren van de individuele lampionnetjes van boven naar beneden levert mooie overgangen van groen naar oranje op. En dan zien we op de onderstaande foto’s behalve de lampionnetjes ook de klaproosjes weer in beeld komen. Nou ja, de restanten van de klaproosjes …


Langzaam vallen de zaaddoosjes van de kleine klaproosjes uiteen. Alleen een op kant lijkend materiaal lijkt het geheel nog bij elkaar te houden. En zo maakt het ene oranje op ons terras geleidelijk weer plaats voor het andere …


Een wesp, wat vliegen en ’n hoornaar

Dat zul je altijd zien, zal ik eens een sappig peertje plukken, strooit een wesp weer roet in het eten …


Denkend aan het motto ‘leven en laten leven’ zag ik het beestje een holte van de peer in duiken. Hij mocht hem van mij hebben. Ik liep even naar een mooie volle peer aan de andere kant van het boompje. Daar greep ik echter ook mis, gelukkig wel in dit geval …

Aan de andere kant dook net een joekel van een hoornaar de al flink aangetaste peer in. Nou ben ik niet zo angstig aangelegd, ook niet als het om wespen en hoornaars gaat, maar je moet ze niet plagen of uitdagen, zeg ik altijd maar. Ik heb me dus maar beperkt tot het maken van een paar foto’s, waarna ik mijn weg vervolgd heb …