Bij It Alddjip waren we snel uitgekeken, daarom overlegden we bij de auto waar we vervolgens naar toe zouden gaan. Nadat ik had voorgesteld om even naar Bakkeveen te rijden, kwam Jetske met een kaartje op haar mobieltje op de proppen. Een stip op de kaart duidde een plekje aan, waar iemand al heel wat mooie vogel- en eekhoornfoto’s had gemaakt, vertelde Jetske. Ik bekeek het kaartje eens en ik wist meteen waar het was …
Een kwartiertje later liepen we ter plekke het bos in. Het werd een wandeling door een nat bos, maar gelukkig waren de paden droog. Op basis van een herkenningspunt op de kaart had ik vooraf ingeschat, dat het te voet wel te doen was. Maar dat viel die dag tegen. Dat is de pest met MS, je weet nooit hoe lang je onderdanen willen meewerken aan je plannen. Er restte me op dat moment geen andere optie dan onderweg eerst maar eens een tijdje op een boomstronk langs het pad te gaan zitten …
Omdat we het aangewezen plekje waarschijnlijk al voorbij waren, besloten we na een korte pauze maar rechtsomkeert te maken en terug te keren naar de auto. Onderweg kon ik echter de verleiding niet weerstaan om nog even een pad naar rechts te nemen. Dat pad leidde naar het Witte Meer, ook wel bekend als de ijsbaan van Beetsterwaag. Ik was blij om de container en de bankjes in zicht te krijgen. Daar zouden we even lekker kunnen zitten …
Vanaf het gedenkteken voor de tramslachtoffers aan de Sweachsterwei liepen we over het fietspad in noordelijke richting naar het riviertje it Alddjip of Koningsdiep …
Ik had gehoopt, dat we vanaf het uitkijktorentje een blauwe waas van de onder water staande graslanden van Van Oordt’s Mersken zouden kunnen zien. Maar hoe we ook om ons heen keken, het torentje stond er niet meer. Er stond wel een bordje …
Thuis ben ik even mijn fotoarchief ingedoken om foto’s van een eerder bezoek aan dat plekje op te zoeken. Het was maar een bescheiden torentje, zoals je op deze foto uit juni 2012 kunt zien …
Maar zoals ik me al meende te herinneren, kon je vanaf dat torentje wel mooi over een boomsingel in de verte heen kijken. Maar helaas, het torentje is niet meer en op straffe van een boete van pakweg € 100 kun je er ook maar beter vandaan blijven …
Zaterdag vertelde ik al, dat Jetske en ik vrijdag vanwege de stevig, frisse wind besloten ons programma om te gooien. Jetske vertelde dat Van Oordt’s Mersken ten zuiden van de A7 tussen Heerenveen en Drachten nog goeddeels onder water stond. Omdat we toch naar de ‘boshoek’ wilden, stelde ik voor om dan eerst maar naar het uitkijktorentje langs de Sweachstersterwei tussen Lippenhuizen en Beetsterzwaag te rijden. Misschien zouden we daar vandaan wat van de natte graslanden kunnen zien …
Vlak naast de parkeerplaats aan de Sweachstersterwei ligt een klein gedenkteken (Google Maps). Het herinnert aan twee heftige tramongelukken die hier zijn gebeurd met de stoomtram van de NTM, de Nederlandse Tramweg Maatschappij, die in zijn bloeitijd grote delen van de provincie Friesland bestreek.
De verhalen kende ik al, maar ik heb ze hier nog niet eerder gedeeld. Omdat we er nu opnieuw tegenaan liepen, was dit het eerste onderwerp van de dag …
–
Beetsterzwaag, 9 september 1897 – Twee inwoners van Lippenhuizen overreden.
Vanaf Beetsterzwaag waren twee mannen uit Lippenhuizen op weg naar huis. Ze hadden in het hooi gewerkt en een lange dag gehad. Dat de mannen oververmoeid waren geweest, dat was wel duidelijk. Later werd gezegd dat de twee mannen ook een slokje teveel op hadden, want wie gaat er anders ook tussen de tramrails liggen. Van de aankomende tram zijn ze niet wakker geworden, ze hadden waarschijnlijk als een roos geslapen. Beide mannen P.v.d.L en S.K zijn door de tram overreden en op een verschrikkelijke manier om het leven gekomen. Het is voor de nabestaanden een groot drama geweest, dat valt te begrijpen. Het publiek was na het ongeval van mening dat de machinist niet goed uitgekeken had, want het was heldere maan en je kon wel honderd meter ver zien. De chef van de politie, Pool uit Beetsterzwaag, heeft daarop direct de stoomlocomotief weer terug laten rijden naar de plek van het ongeval. Hij is zelf voorop gaan staan en liet een manspersoon tussen de rails plaats nemen. Steeds kwam de tram dichterbij maar zelfs op vijf meter afstand kon hij nog niet zien of er iemand op de rails lag. Daarmee was het bewijs geleverd dat het trampersoneel geen schuld had. Aan beide kanten van de weg stonden grote bomen en die gaven grote schaduwen over de rails, vandaar dat het personeel van de tram de mannen niet gezien hadden. Ze konden dan ook niet schuldig bevonden worden van het ongeval.
Uit ‘de Woudklank’ van 24-10-2010
–
Lippenhuizen, 28 februari 1907 – Enorme stoomwolken en kermende slachtoffers.
Een stoomtram ontspoorde bij het Goddeloze Tolhek tussen Lippenhuizen en Beetsterzwaag. Werklieden van de Nederlandse Tramweg Maatschappij (NTM) raakten over hun hele lijf verbrand door de gloeiend hete stoom die van alle kanten uit de locomotief spoot. Drie van hen overleefden het drama niet.
Johannes Roorda, werkmeester bij de NTM, vertrok die bewuste donderdag in 1907 met een goederentram uit Heerenveen. Met zeven man aan boord reed hij naar Sumar om een rijtuig van een paardentram op te halen. Het was dringen op de krappe locomotief. Jan van der Wal en Hendrik van der Zwaag besloten daarom bij Gorredijk de reis te vervolgen op een van de goederenwagons. De mannen zochten een plekje bovenop zakken meel en kisten spek. Achteraf was het hun redding …
Op het moment dat de tram rond negen uur het Goddeloze Tolhek passeerde, ging het mis. De locomotief ontspoorde in volle vaart, knalde tegen een eikenboom en kantelde. Hete stoom spoot aan alle kanten naar buiten. Assistent-machinist Reijenga raakte lichtgewond en kwam gelijk in actie om zijn zwaar verbrande collega’s te redden. Hij trok zijn baas Roorda uit de cabine en sleepte Jan Wesseling, Roelof van der Meer en Willem Comello weg bij de briesende machine. Alle mannen zaten onder de brand- en schroeiplekken. Van der Zwaag en Van der Wal hadden geluk. De een had een stijve nek door een vallende meelzak. De ander miste slechts een schoenzool.
De meest kordate omstander was boer Ids Hilverda. Het ongeluk gebeurde vlak voor zijn boerderij terwijl hij rustig aan de koffietafel zat. Toen hij zag dat er geen dokters in de buurt waren, ondernam hij zelf actie. Hij molk snel een koe om met de melk de brandwonden van de slachtoffers te verzachten.
Bakker Wolter Hoogeveen uit Lippenhuizen was ook een van de getuigen. Toen hij de slachtoffers bloedend en kermend van de pijn naast de gecrashte locomotief zag liggen, rende hij naar de tapperij bij het tolhuis. Gewapend met een fles brandewijn snelde hij terug naar de gewonden om de pijn te verzachten …
Brigadier Luite Duursma rapporteerde dat hij op de plek van het ongeluk een “afgekookte huid van een hand” had gevonden. Hij bracht het lapje vel naar de griffier van de arrondissementsrechtbank in Heerenveen. Comello (46) en Van der Meer (34) bezweken de volgende dag aan hun verwondingen. Roorda (39) overleed twee weken na het drama.
De tram ontspoorde waarschijnlijk doordat Roorda te snel reed. Maar uit de rapportages bleek dat ook de toestand van de rails niet al te best was. Het ongeluk zorgde in heel Friesland voor veel beroering. Koningin Wilhelmina gaf f 50,- aan de nabestaanden en er werd een steuncomité opgericht om geld en goederen in te zamelen voor de gezinnen van de slachtoffers …
Tolgaarder Roel van der Schaaf maakte na het ongeluk een gedenkteken in de vorm van een ijzeren hoepel met zwarte stenen. In 1983 kwam er op initiatief van Geart van der Zwaag, kleinzoon van Hendrik, een nieuw monument. Het kunstwerk met vier gebogen rails, ontwerp van Hans Snoek, herinnert nog elke dag aan het tramdrama van 1907.
Uit ‘de Leeuwarder Courant’ van 1 maart 2007
Meer over de NTM in deze omgeving kun je hier lezen: Gorredijk historie – de Tram(aanbevelenswaardig vanwege het mooie filmpje over de stoomtram in de jaren 1936-1947).
Deze 34e Ecokathedrale fotokuier heb ik vorig jaar begin augustus gemaakt. Het was een licht bewolkte dag in de natte zomer van 2021. Dat het een natte zomer was, was in de Ecokathedraal goed te zien aan het groen dat overal welig tierde. Veel van de gestapelde bouwwerken gingen schuil onder of achter groen gebladerte, dat van alle kanten bleef oprukken …
Wie hier vandaag het vervolg van het verhaal over de omhoog kringelende rook in het rietland verwachtte, komt bedrogen uit. Vandaag en de komende twee zondagen maken we nog eens een tochtje door de Ecokathedraal …
In dit tweede deel van mijn 33e fotokuier door de Ecokathedraal neem ik jullie samen met Aafje mee door het ontluikend groen naar het hoogste èn het diepste punt op het terrein, helemaal achter in de Ecokathedraal …
28 februari, de laatste dag van de meteorologische winter. Een mooie dag om de foto’s te publiceren van het enige ijs dat ik dit jaar in het buitengebied heb gemaakt …
In de nacht van 11 op 12 januari had het een graadje gevroren. Meer ook niet, maar het was genoeg om in de luwte van de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder een heel dun vliesje ijs op het water te leggen …
Op de bovenstaande foto’s lijkt het bijna alsof het zachtjes motregent, maar door wat in te zoomen wordt duidelijk dat het toch echt ijs was …
Heel zacht deinde het flinterdunne laagje ijs op het water op en neer. Dat had ik mooi kunnen laten zien door er een filmpje van te maken, maar dat bedacht ik me pas toen ik alweer thuis was …
Het korte, maar krachtige februariwintertje van 2021 was snel vergeten. Na het overheersende sneeuwwit volgde er in het voorjaar al snel een uitbarsting van kleur en fleur …
In dit laatste weekend van februari 2022, waarin het weer voor het eerst dit jaar aan voorjaar doet denken, neem ik jullie mee op de eerste van twee kuiers die ik vorig jaar in mei in de Ecokathedraal heb gemaakt …