Sst … even Piet hearre

Mijn interesse voor het weer is al van jongs af aan aangewakkerd door een tweetal Friese weermannen. Eerst was er Hans de Jong, de onderwijzer uit Gorredijk, die in 1960 van zijn hobby zijn werk wist te maken. Behalve van een aantal landelijke media werd hij ook de vaste weerman bij Omrop Fryslân, dat toen nog door het leven ging als de RONO (Regionale Omroep Noord en Oost). Al zo lang ik me kan herinneren, was Hans de Jong rond 12:30 uur te gast, terwijl we aan tafel zaten. “Sst … even Hans hearre …”

In 1985 werd Hans de Jong bij Omrop Fryslân opgevolgd door Piet Paulusma. Net als Hans de Jong was Piet Paulusma een autodidact. Een Teleac-cursus meteorologie lag aan de basis van zijn kennis en kunde. Daarna volgden jaren van zelfstudie naast zijn werk als manager facturering bij de PTT. In de eerste jaren werd Piet niet echt voor vol aangezien door meteorologen bij het KNMI en vergelijkbare instituten. In Fryslân was dat al snel wel het geval. “Sst … even Piet hearre …”

In 1996 werd Piet ook de vaste weerman van SBS. Dagelijks trok hij naar een buitenlocatie in ons land om zijn weersverwachting met het publiek te delen. Zijn definitieve doorbraak kwam in de winter van 1996-’97 in de aanloop naar de Elfstedentocht van 4 januari 1997. Driemaal werd hij sindsdien uitgeroepen tot weerman van het jaar. Bij SBS sloot Piet zijn weerbericht elke dag af met het Friestalige “Oant moarn …” Bij Omrop Fryslân beëindigde Piet zijn berichten steevast met: “Wy moatte moarn mar wer ris yn it waar sjen …”

In 2007 maakte Piet bij Omrop Fryslân een serie programma’s over weer en fotografie. Voor iedere aflevering konden foto’s worden ingezonden en werd een portret gemaakt van één van de inzenders. Die eer viel mij in oktober 2007 te beurt. Die dag ben ik een aantal uren op pad geweest met een verslaggever en cameraman, daarbij zijn o.a. opnamen bij ons thuis gemaakt en in de omgeving van Olterterp …

In december werden we uitgenodigd voor de afronding van de programmareeks en de prijsuitreiking van de fotowedstrijd. Eén van mijn eerste druppelfoto’s was vanwege de eigenzinnige kijk goed voor een eervolle derde prijs. Het officiële deel van het programma stelde – afgezien van de handdruk van Piet – weinig voor. Maar ik weet wel dat het na afloop in kleine kring nog lang gezellig was in het mediacafé van de Omrop

Piet zijn verwachtingen klopten natuurlijk niet altijd, net zo min als die van andere meteorologen. En ook zijn winterverwachting kwam niet altijd uit(!) Maar veel vaker zat hij zeker regionaal wel goed met zijn verwachtingen. Piet is gisteren op 65-jarige leeftijd overleden. Hij zal gemist worden, om te beginnen door zijn familie en vrienden. Maar ook door een breed scala aan boeren, burgers en buitenlui in en daar buiten.

Nooit weer ‘Oant moarn’. Nea wer “Wy moatte moarn mar wer ris yn it waar sjen.”

Goeie Piet

Ecokathedrale fotokuier 35

17 november 2021 was de enige zonnige dag die we hier vorig jaar november hebben gehad. Het was niet toevallig, dat ik op die dag besloot om nog eens een fotokuier in de Ecokathedraal te maken.

Het was er weer prachtig. Nog maar nauwelijks voorbij de Porta-celi lachte een op creatieve wijze vervaardigd muurtje me toe. Verderop gingen de grote gestapelde bouwwerken, die zo vaak aan Maya-tempels doen denken, goeddeels schuil onder een goudgele herfsttooi …

Terug bij ’t bankje

We besloten nog even door te lopen naar het ‘Afanja-bankje’. Bij de splitsing van de paden bleef ik even op de uitkijk staan, zodat Jetske het bloed weer even kon laten kruipen waar het eigenlijk niet kan gaan …

Ook het blauwgrasland in het Weinterper Skar was flink nat. De slenk had het er maar druk mee om alle overtollige nattigheid af te voeren. Precies zoals het met de herinrichting in 2015 was bedacht. Vóór die herinrichting was het een mooi, gevarieerd insectenrijk gebied, waar ik wekelijks te vinden was. Voor mij heeft het gebied als gevolg van de herinrichting zijn glans helaas verloren …

Tegenwoordig kom ik er nog slechts een paar maal per jaar. En dan zit ik toch graag even op ‘mijn bankje’. Ik blijf zeggen dat het 20 meter noordelijker bij de splitsing van de paden mooier en beter had gestaan. Maar goed, op momenten zoals vorige week vrijdag ben ik al blij, dàt er tegenwoordig überhaupt een bankje staat …

Het pad was in de natte periode overigens mooi kapot gejakkerd. Dat kan maar door een klein aantal mensen gedaan zijn, omdat er maar enkele mensen zijn die de slagboom open kunnen doen. Dus ik zou zeggen: er achteraan SBB! Want dit is nog wel wat anders dan even voorzichtig een paar stappen naast het pad zetten. Het lijkt verdorie wel een loopgraaf …

Makkelijker dan gedacht liepen we enige tijd later terug naar de parkeerplaats. Ik kon het hele stuk met losse handjes lopen. Maar het was fijn dat Jetske me daarna weer veilig thuis afzette … 🙂

Weerzien met It Skar

Op weg terug van het Witte Meer naar de auto, had ik Jetskes’ sterke schouder op het laatste stuk toch weer even nodig. En eerlijk is eerlijk, de auto had ook niet veel verder weg moeten staan …

Onder het genot van een broodje overlegden we in de auto kort over het vervolg van de dag. Er restten in feite twee mogelijkheden: 1. linea recta terug naar de thuisbasis; 2. met een kleine omweg via het Weinterper Skar terug naar huis …

We kozen ervoor om via het Weinterper Skar te rijden. Als mijn onderdanen daar nog dienst zouden weigeren, konden we ons altijd beperken tot het eerste deel van het gebied, vlak naast de parkeerplaats …

Toen we daar enige tijd later wat rond scharrelden, viel het gelukkig weer alleszins mee met mijn benen. Terwijl Jetske een stukje het veld in liep, bleef ik rustig op het pad om mijn plaatjes te schieten …

Bij de poel met riet en lisdodden waar binnenkort hopelijk weer melodieuze kikkerconcerten opklinken, voegden we ons weer bij elkaar …

Toch nog maar even een stukje verder …?

Bij het Witte Meer

Zoals ik gisteren al vertelde, had ik gehoopt even lekker in de zon op één van de vele bankjes langs de ijsbaan te kunnen zitten, maar dat viel even lelijk tegen. Alle bankjes stonden met hun pootjes in het water. Het eerste bankje viel meteen al af …

Er was overigens ook wat nieuws te zien: er lag een vlonderpad langs de rechteroever van het Witte Meer. Hoe lang het er ligt, weet ik niet, want zo vaak kom ik hier tegenwoordig niet meer …

Terwijl ik mijn zoektocht naar een rustpuntje voortzette, liet Jetske met haar opwaaiende blonde kuif mooi zien, dat we hier voor de luwte niet naar toe hadden hoeven gaan …

Gelukkig had ik mijn hoge wandelschoenen aangetrokken ’s ochtends. Stapje voor stapje waadde ik na enige tijd toch maar voorzichtig naar een bankje. Daar kon ik, met het hoofd lekker in de zon en mijn voeten in het koele water, vooral mijn bovenbenen even tot rust laten komen …

Nadat ik voor mezelf een notitie had vastgelegd om in de loop van voorjaar of zomer nog eens terug te komen om het vlonderpad te verkennen, maakten we ons op voor de kuier terug naar de auto.

In een nat bos

Bij It Alddjip waren we snel uitgekeken, daarom overlegden we bij de auto waar we vervolgens naar toe zouden gaan. Nadat ik had voorgesteld om even naar Bakkeveen te rijden, kwam Jetske met een kaartje op haar mobieltje op de proppen. Een stip op de kaart duidde een plekje aan, waar iemand al heel wat mooie vogel- en eekhoornfoto’s had gemaakt, vertelde Jetske. Ik bekeek het kaartje eens en ik wist meteen waar het was …

Een kwartiertje later liepen we ter plekke het bos in. Het werd een wandeling door een nat bos, maar gelukkig waren de paden droog. Op basis van een herkenningspunt op de kaart had ik vooraf ingeschat, dat het te voet wel te doen was. Maar dat viel die dag tegen. Dat is de pest met MS, je weet nooit hoe lang je onderdanen willen meewerken aan je plannen. Er restte me op dat moment geen andere optie dan onderweg eerst maar eens een tijdje op een boomstronk langs het pad te gaan zitten …

Omdat we het aangewezen plekje waarschijnlijk al voorbij waren, besloten we na een korte pauze maar rechtsomkeert te maken en terug te keren naar de auto. Onderweg kon ik echter de verleiding niet weerstaan om nog even een pad naar rechts te nemen. Dat pad leidde naar het Witte Meer, ook wel bekend als de ijsbaan van Beetsterwaag. Ik was blij om de container en de bankjes in zicht te krijgen. Daar zouden we even lekker kunnen zitten …

(G)een torentje

Vanaf het gedenkteken voor de tramslachtoffers aan de Sweachsterwei liepen we over het fietspad in noordelijke richting naar het riviertje it Alddjip of Koningsdiep …

Ik had gehoopt, dat we vanaf het uitkijktorentje een blauwe waas van de onder water staande graslanden van Van Oordt’s Mersken zouden kunnen zien. Maar hoe we ook om ons heen keken, het torentje stond er niet meer. Er stond wel een bordje …

Thuis ben ik even mijn fotoarchief ingedoken om foto’s van een eerder bezoek aan dat plekje op te zoeken. Het was maar een bescheiden torentje, zoals je op deze foto uit juni 2012 kunt zien …

Maar zoals ik me al meende te herinneren, kon je vanaf dat torentje wel mooi over een boomsingel in de verte heen kijken. Maar helaas, het torentje is niet meer en op straffe van een boete van pakweg € 100 kun je er ook maar beter vandaan blijven …