Vanaf It Nonnepaed ben ik naar de Jan Durkspolder gereden. Toen ik daar even later in de vogelkijkhut ging zitten, dreef de eerder gemelde bui, aan de zuidkant van de plas voorbij …
Aan de oostkant maakte mijn vriend de grote zilverreiger, die ik hier onlangs ook al eens aantrof, een wandeling langs de rand van zijn revier. Ik was zelf wel gecharmeerd van het gelaagde decor waarin hij zich bevond …
Het buitje – meer was het in feite niet – dreef intussen rustig over de zuidelijke oever van de plas in westelijke richting voort, vage weerspiegelingen met zich meetrekkend …
Aan de westkant van de hut heerste intussen volmaakte rust. Zelfs dat ene rietpluimpje stond tegen een vrijwel vlakke waterspiegel roerloos naast de hut …
Na een laatste blik op de bui aan de zuidkant, hield ik het voor gezien. Over het met knotwilgen omgeven pad liep ik aan de noordkant van de hut terug naar de auto …
Vlotter dan verwacht bereikte ik mijn doel: het vennetje bij Heidehuizen, dat het dichtst bij het fietspad ligt (Google Maps). Daar staat één van mijn favoriete bankjes in de omgeving. Om hier te komen moet ik tegenwoordig echt een goeie dag hebben, en die had ik vorige week maandag gelukkig …
Het is altijd een genot om even op dat mooie plekje in de zon te zitten. Tijd om even de benen wat rust te geven en de blik over het vennetje te laten glijden. Ik was er alleen niet op het meest gunstige moment van de dag, de laagstaande zon aan de overkant van het vennetje maakte het lastig om te fotograferen. Met wat nabewerking viel het me niet tegen …
Het bankje en de directe omgeving ervan stonden wel lekker in de zon op dat moment. Meer foto’s kon ik daar echter niet van maken, rondom het vennetje is het altijd verraderlijk drassig. Vlak voor en naast het bankje dreig je al snel weg te zakken, weet ik uit eerdere ervaring. Daar wilde ik mijn schoeisel nu niet aan wagen …
Hoewel het prachtig weer was, voelde ik na enige tijd dat het beter was om maar niet te lang te blijven zitten. Met frisse moed begon ik aan de terugweg, en ook die viel me niet tegen. Op de terugweg werd het met wat meer zonlicht vanuit een andere richting en af en toe een passerende fietser of wandelaar zowaar gezellig onderweg. En het bos oogde een stuk vriendelijker dan op de heenweg …
Moe, maar voldaan plofte ik even later op de autostoel neer.
Wat doe je tijdens een herfstwandeling wanneer het kleurrijke bladerdek ter plekke wat tegenvalt en de paddenstoelen zijn verdwenen? Precies, je kijkt eens wat om je heen of er verder wat valt te ontdekken. Daarbij gleed mijn oog over de oude stobbe, waarmee ik het vorige logje afsloot …
Ik liep er eens omheen en ontdekte daarbij dat die oude boomstronk met wat fantasie qua vorm wel wat deed denken aan een groene, begroeide versie van Uluru of Ayers Rock. Ik zocht een droog plekje onder het bladerdek op de bodem en zakte daar door de knieën om wat foto’s te maken van de ‘rotswand’. Wat een pracht aan kleuren en vormen tussen al die gaten als grotten …
Nadat ik overeind was geklauterd liep ik terug naar het fietspad. Daar bedacht ik me dat mijn benen nog verrassend goed aanvoelden. Daarom besloot ik het erop te wagen om door te lopen naar het vennetje, een stukje voorbij de bocht in het fietspad in de verte …
Toen ik vanmorgen de gordijnen op trok, was meteen duidelijk dat het de vijfde grijze, af en toe natte dag op rij van deze week zou worden. Gelukkig had ik maandagmiddag nog een gezonde fotokuier met af en toe wat zon op de bol gehad …
Nadat ik eind oktober al eens een boswandeling had gemaakt bij Heidehuizen (Google Maps), heb ik dat maandagmiddag nogmaals gedaan. De eerste keer was ik te vroeg om van uitbundige herfstkleuren te kunnen genieten, toen kleurde het bos nog voornamelijk groen. Afgelopen maandag was het hoogtepunt van de kleurenpracht duidelijk al geweest …
Een groot deel van de bladeren was intussen al neergedwarreld en vormde een knisperend bruin tapijt op de bosgrond. Ook de bladeren die nog wel waren blijven hangen hadden hun glans intussen goeddeels verloren. Nee, van een mooi kleurrijk bladerdek hoefde ik het hier niet te hebben …
Maar gelukkig valt er meer te ontdekken in een oud bos. Wat te denken van deze oude stobbe bijvoorbeeld. Aan de zonnige kant was hij nog veel mooier …
Het was grijs en donker in de Jan Durkspolder. Maar een mens moet af en toe wat, daarom heb ik toch maar even een kuiertje naar de vogelkijkhut gemaakt …
Vlak nadat ik er was gaan zitten, vloog er aan de andere kant van het water een grote zilverreiger op …
Korte tijd later dobberden er twee slobberende slobeenden voorbij …
De laatste waarneming was dat er vijf grauwe ganzen in het water neerstreken …
Had ik in korte tijd toch maar weer acht vogels gekiekt, die zich in onze tuin nooit laten zien … Op naar de koffie!