Even langs Skrok

Na de mummies van Wiuwert en de gesloten deur in Boazum hadden we onze dosis mysterie, religie en cultuur voorlopig wel even wel gehad. Tijd om het vizier weer op de natuur te richten, op zoek naar weidevogels. Het weer leek dat plan te ondersteunen, de zon brak door en legde een warme gloed over het Friese land …

De vogelkijkhut bij Skrok is dan een logisch beginpunt. Toen we een kwartiertje later in de hut stonden, zagen we dat het rond de plas opvallend rustig was. De meeste vogels hadden de openheid van het water inmiddels verruild voor de beschutting van de sappige weilanden in de omgeving.

Toch was er genoeg beweging om het oog te blijven prikkelen. Oeverzwaluwen schoten onafgebroken heen en weer langs de zwaluwenwand aan de overzijde, als kleine, nerveuze pijltjes in de lucht. Op het water zelf hield het gezelschap zich bescheiden: een groepje kemphanen en hier en daar een paar statige kluten, die met hun elegante vormen het stille toneel toch iets bijzonders gaven …

Na verloop van tijd hadden we alles wat zich liet zien wel in beeld gevangen. Het was niet de rijkdom aan soorten die we hier wel eens hadden meegemaakt, maar dat deed weinig af aan het moment. De kluten en kemphanen alleen al maakten de tocht de moeite waard. Rond Drachten zijn ze al lang meer te zien. Soms is er niet veel nodig om tevreden te zijn — een kinderhand is dan inderdaad snel gevuld …

Vrij als een vogel

Vandaag vieren we in Nederland Bevrijdingsdag. Behalve dat we feest vieren, staan we op 5 mei ook stil bij de grote waarde van vrijheid, democratie en mensenrechten.

Toen ik vorige week maandag weer eens een ritje over de Wolwarren voorbij Oudega maakte, zag ik dat er vanuit tegengestelde richting een bruine kiekendief naderde. Traag zweefde hij links van de weg mijn kant op …

Ik zette de auto half in de berm en wachtte tot de kiekendief naast me vloog. Niets vermoedend zweefde hij over het laag liggende polderland aan me voorbij. Kort daarna zag ik hem in een wijde boog langs een boomsingel vliegen om zijn heil elders te zoeken. Vrij als een vogel. Mijn dag had niet beter kunnen beginnen …

Ik sluit af met een filmpje van een klassieker uit 1973 van Lynyrd Skynyrd die voor mij nog altijd vrijheid ademt …

Fijne dag allemaal.

Windmotor Barfjild is weg

Vanuit de Jan Durkspolder was een paar weken geleden in de verte een kraan te zien. Omdat die vermoedelijk op de Wolwarren stond, reed ik er uit nieuwsgierigheid naartoe. Wat daar precies werd getakeld, was op dat moment onduidelijk. Hoewel er werkzaamheden plaatsvinden aan de verhoging van de kades rond de polder, leek de inzet van een dergelijke kraan daarvoor niet direct verklaarbaar …

Al snel werd duidelijk wat er gaande was: de windmotor Barfjild bleek te zijn verwijderd. Langs de weg stond een aanhangwagen van Bouw- en Molenbouw Bertus Dijkstra uit Sloten, een gespecialiseerd bedrijf in molenonderhoud. De windmotor was inmiddels gedemonteerd en lag klaar voor transport. Volgens een van de aanwezige medewerkers gaat het niet om een volledige restauratie, maar zal de molen een opknapbeurt krijgen. Vanwege het bescheiden formaat is ervoor gekozen de werkzaamheden niet op locatie uit te voeren, maar in de werkplaats …

Tijdens het laden werd het onderstel door twee medewerkers gezekerd, terwijl een derde de bladen van het windrad takelde. Daarbij bleek het windrad, met 18 bladen en een diameter van circa 3 meter, te groot voor de aanhangwagen. Besloten werd om ook dit onderdeel verder te demonteren. Dat proces heb ik niet afgewacht …

Bij een latere passage stonden de medewerkers op het punt te vertrekken, met het windrad alsnog gereed voor transport.

De paring van 2 knobbelzwanen

Ik neem jullie nog even mee terug naar de weilanden rond de vogelkijkhut Skrok bij Wommels in Fryslân. We waren gebleven bij de die twee knobbelzwanen, die toenadering tot elkaar zichten. Dit was de laatste foto die ik daarvan heb gepubliceerd …

Nadat ze langzaam dichterbij gekomen waren, ging het plotseling los. Het was tenslotte voorjaar en er moest weer aan nageslacht worden gewerkt. Kort, maar krachtig stortten ze zich op die bezigheid …

Al na enkele seconden was de rust in de sloot teruggekeerd. Het werk was eerst even gedaan, ze hadden zelfs tijd voor een amoureus naspel …

In het Fochteloërveen

Een dag nadat ik mijn eerste roerdomp had gefotografeerd, hoopte ik stiekem op nóg een primeur. Met dat idee in mijn achterhoofd ging ik op pad met mijn oud-studiegenoot Andries, die me had uitgenodigd voor een rit langs en door het Fochteloërveen (kaartje OpenStreetMap).

Andries woont praktisch tegen het gebied aan. Voor hem is het dagelijkse kost om hier rond te struinen, altijd op zoek naar wat er zich laat zien. Als vogelaar is hij goed te vergelijken met mijn fotomaatje Jetske – iemand die nét even meer ziet, nét even eerder hoort. Dat beloofde wat …

Het Fochteloërveen zelf helpt daar ook een handje bij. Dit uitgestrekte Natura 2000-gebied van zo’n 2500 hectare, op de grens van Fryslân en Drenthe, is een van de laatste plekken in Nederland waar nog levend hoogveen voorkomt. Op sommige plekken ligt het veen nog metersdik. Het landschap oogt open en stil, maar schijn bedriegt, er leeft meer dan je in eerste instantie zou denken.

Volgens Andries is het gebied een paradijs voor reptielen, met alle drie de Nederlandse slangensoorten: de gladde slang, de adder en de ringslang. En alsof dat nog niet bijzonder genoeg is, komen hier in de zomer slangenarenden jagen. Ook kraanvogels en zelfs zeearenden broeden in het gebied …

Tijdens de rit, die door afwisselende landschappen voerde, diende zich na een tijdje het eerste succes zich al aan. Tussen het riet en de lage begroeiing lieten zich al snel twee soorten zien die voor mij allesbehalve vanzelfsprekend zijn: de blauwborst (foto linksonder) en de tapuit (foto 2 en 3 hieronder). Twee soorten die ik pas een paar keer eerder had kunnen vastleggen. De tapuit staat op de rode lijst als ‘bedreigd’, en nu zat hij daar gewoon. Het voelde alsof de dag nog maar net begonnen was, terwijl hij nu al niet meer stuk kon …

Na een eerste verkenning langs de noordkant van het gebied stuurden we via een zuidelijke lus richting de Bruustinger Plas (kaartje OpenStreetMap). Op zo’n honderd meter afstand lonkte een vogelkijkhut, maar we besloten lekker buiten te blijven …

– wordt vervolgd, want we waren nog op zoek naar een tweede primeur deze week …

Eindelijk: een roerdomp

Ik zat heerlijk in de zon, uit de wind, en wachten voelde allesbehalve als een straf. Misschien zou de bruine kiekendief zich nog eens laten zien boven het rietland. Uiteindelijk werd mijn geduld beloond… maar niet zoals verwacht …

Plotseling vloog er een vogel op uit het riet. Heel even dacht ik dat het opnieuw de bruine kiekendief was. Maar toen hij mijn kant op kwam en vlak langs me vloog, zag ik meteen aan de vleugels dat dit geen kiekendief kon zijn. Nieuwsgierig bekeek ik, zodra hij uit zicht was, de foto’s die ik had gemaakt …

Dit was geen bruine kiekendief. Dit was een roerdomp. En niet zomaar één – dit was mijn allereerste roerdomp, een absolute primeur.

Al meer dan twintig jaar hoor ik in het rietland die diepe, mysterieuze hoemp-toon. Vooral vanuit de vogelkijkhut bij De Leien heb ik er vaak naar staan speuren, altijd tevergeefs. De roerdomp is een meester in camouflage en gaat volledig op in zijn omgeving. Je moet echt geluk hebben om hem te zien. En nu vloog hij, totaal onverwacht, gewoon voor me langs …

Mijn dag kon niet meer stuk toen ik een uurtje later thuis de foto’s op de pc bekeek.

Een bruine kiekendief

Hoewel er een stevige en vooral koude noordoostenwind waaide, kreeg ik dinsdagochtend toch de drang om even aan de waterkant te kijken. Vanwege de windrichting leek het me geen goed idee om naar de Leijen te gaan. Daar zou de kou vrij spel hebben door de open deur die niet dicht kon. Daarom koos ik voor de Jan Durkspolder. Eenmaal daar bleek de wind nog oostelijker dan verwacht, waardoor het ook daar allesbehalve aangenaam was. Nadat ik enkele kuifeenden had gefotografeerd die zich dapper door de woelige golven sneden, besloot ik een beschutter plekje op te zoeken …

Niet veel later zat ik uit de wind en in de zon in de berm langs de Dominee Bolleman van der Veenweg, ten noorden van Earnewâld. Het voorste deel van het rietland was gemaaid, maar verderop stond nog een brede strook riet. Vanuit de auto had ik daar een bruine kiekendief zien landen …

Al snel verscheen hij weer. Hij maakte een rustige vlucht heen en weer over het riet, om vervolgens opnieuw te verdwijnen tussen de stengels. Het duurde lang voordat hij zich weer liet zien. Ik begon me af te vragen of hij daar misschien een nest had …

Ik besloot geduldig te blijven wachten tot hij zich opnieuw zou tonen …