In het Lauwersmeergebied

Dirk van het weblog ‘Fotografie als een rode draad door mijn leven had me voorafgaand aan hun vakantie ook gevraagd of ik hem en zijn vrouw Hilda iets kon laten zien van de overvloed aan vogels waar Fryslân bekend om staat. Dat zou wel eens lastig kunnen worden, want begin mei is niet de beste tijd om grote groepen vogels bijeen te zien …


Het Lauwersmeergebied leek me nog de beste kans te bieden, en dat werd bevestigd door mijn fotomaatje, die zoals bekend net wat meer vogelaar is dan ik. Toen we op de afgesproken dag bij het Uitkijkpunt Ezumakeeg Noord (Google Maps) arriveerden, waren er zoals min of meer verwacht maar weinig vogels te zien. De zoomlens kwam eraan te pas om in de verte wat vogels te kunnen zien …

Alleen een kuifeend, die verwoede pogingen leek te doen om zijn verwaaide kuif in de plooi te houden, kwam even wat dichterbij …

De fotograferende Vlaamse medeblogger leek zich ondanks het gebrek aan vogels prima te vermaken. Ik had gehoopt dat hij wel getroffen zou worden door de bijna oneindige ruimtelijkheid in dit gebied. Hier kun je het landschap in feite heel snel terugbrengen tot één enkele lijn, de horizon …

De vrouwen vermaakten zich overigens ook wel. Ook zij genoten van het landschap en ze hielden het wel pratend, toen ze even later op een van de riante banken met uitzicht neerstreken …

– wordt vervolgd

Een primeurtje: de blauwborst

Nadat we een tip hadden gekregen dat het Stroïnkgemaal open was voor publiek, hebben Jetske en ik in het kader van de Nationale Molendag zaterdag een bezoek gebracht aan het Stroïnk gemaal bij Blokzijl en spinnenkopmolen de Wicher bij Kalenberg. Verslag en foto’s daarvan zullen op enig moment hier wel verschijnen. Vandaag beperk ik het tot de primeur, waarmee de dag werd afgesloten. Omdat ze eerder in de week al wat verkennend werk had gedaan, wist Jetske me te verblijden met de blauwborst. We zaten al een tijdje tactisch opgesteld te wachten, toen hij zich plotseling liet zien …

“Daar is hij, Jan …,” hoorde ik Jetske fluisteren …


“Ja, ik heb hem al gezien, maar wat heeft hij een vervelend donker plekje opgezocht …,” reageerde ik zachtjes …


Amper een halve minuut later vloog hij op om een paar meter verderop neer te strijken op een af en toe flink heen en weer waaiende rietstengel. Ruim vijf minuten liet hij zich bewonderen, daarna verdween hij uit ons zicht …

Korte tijd later liet ook het vrouwtje zich nog even zien. Van haar heb ik maar één acceptabele foto kunnen maken, zodat ik nog eens in de herkansing zal moeten. Maar dat is over het algemeen geen straf …

Een dagje rust

De dag na de fotosessie met de ringslangen op de Delleboersterheide heb ik in alle rust in huis en tuin doorgebracht. De volgende dag stond er namelijk weer een pittige fotokuier op het programma. Ik had een Vlaamse medeblogger beloofd om op die dag te zullen ‘gidsen’ in de Ecokathedraal bij Mildam …


De tuin lag er oogstrelend bij en de huismussen zorgden met hun gekwetter rond de pot met pindakaas en in de voederhoek bij de hazelaar voor de nodige gezelligheid. Kortom: het was een prima dagje …

Dodaars op de Catspoele

Nadat ik me een tijdlang had vermaakt met de schaatsenrijders vlak voor de vlonder, liet ik mijn blik langs de oever van het ven glijden …


Na enige tijd kreeg ik een vogel in beeld, zodra ik hem dichterbij had gehaal met behulp van de zoomlens, was duidelijk dat het om een dodaars ging. De dodaars is een kleine, schuwe watervogel, ’t is onze kleinste futensoort. …


En hij was niet alleen. Al snel verscheen er een tweede dodaars in beeld die met razende vaart in de richting van nummer één zwom. Die razende vaart was maar tijdelijk, want al snel dobberden ze heel bedaard samen op ’t ven …

En zo snel als ze verschenen, waren ze even later ook weer verdwenen. Je beleeft wat op zo’n vlonder bij een idyllisch gelegen ven …

– wordt vervolgd

Badende merels

Een aantal jaren achtereen zaten er in de klimop langs de schutting en boven de pergola merels te broeden. Vorig jaar hebben ze boven de pergola zelfs twee nestjes groot gebracht. Dit jaar hebben ze kennelijk een ander plekje voor hun nest gezocht, vermoedelijk zitten ze bij de buurvrouw Negen in een struik …

Ik hoor ze ’s ochtends vroeg en tegen de avond gelukkig nog wel vrijwel dagelijks zingen. En ze zijn onze tuin ook nog niet vergeten. Ze scharrelen hier nog regelmatig tussen het gebladerte achter in de tuin, op zoek naar wormen of ander lekkers. Maar onze tuin is vooral nog altijd geliefd vanwege de mogelijkheden die er zijn om wat te drinken of een bad te nemen …

Pa en ma merel hebben daarbij een voorkeur voor de vijver, maar een jonge merel vond het houten vogelbad iets verderop veiliger of prettiger. En de mussen waren best bereid om even ruimte voor hem te maken. Eerlijk zullen we alles delen, zo doen we dat hier …

Mezen en mussen

Het is dit voorjaar een stuk rustiger in de tuin dan in voorgaande jaren. Dat komt om te beginnen natuurlijk omdat ik er dit voorjaar tot nu toe minder geweest. Met uitzondering van enkele zonnige dagen vond ik het steeds te koud om even lekker op het terras te zitten. Maar ook afgezien daarvan lijkt het rustiger te zijn. De koolmezen zijn bijvoorbeeld wel af en toe wel even te zien bij het nestkastje, maar ik vraag me af of er wel kleine koolmeesjes zullen uitvliegen dit jaar …

De enige soort die zich vrijwel dagelijks met een tiental laat zien, zijn de huismussen. Vooral het badje en de pindakaas zijn favoriet bij de mussen. Zij lijken hun vaste veilige vluchtplekje in de hulst bij de buurvrouw dit jaar te zijn kwijtgeraakt aan een paar eksters, die zich daar ook regelmatig schetterend ophouden Ze zijn nu regelmatig gezellig tsjilpend in onze bamboe en de klimop te vinden …

Ook een paar pimpelmeesjes laten zich regelmatig even zien in de hazelaar. Of zij plannen hebben om te broeden en zo ja, waar ze dat dan doen, weet ik niet. Het is van dit drietal wel mijn favoriete soort …

Onrust in de lucht

Na de omzwervingen met Jetske in het bos bij Bakkeveen heb ik ’t min of meer noodgedwongen een paar dagen rustig aan gedaan. Maar dat was geen straf, het was nog steeds bewolkt en kil weer en bovendien had ik voldoende materiaal om over te bloggen …

Woensdag ben ik weer eens naar de Jan Durkspolder gereden. Nadat ik daar een kort kuiertje over het zandpad had gemaakt, heb ik me teruggetrokken in de vogelkijkhut. Ik was er alleen en nadat ik de luiken aan de zuid- en westkant dicht had gedaan, was het er goed uit te houden. Behalve dat de lepelaars terug waren, viel er weinig te beleven en de lepelaars zaten te ver weg voor goeie foto’s. Gelukkig bracht een drietal ganzen na enige tijd even wat leven in de brouwerij …


Nadat ze vanaf de windmotor aan de Westersânning aan kwamen vliegen, maakten ze een ruime bocht naar links om aan de oostkant voor de kijkhut langs te vliegen. De derde gans zette boven het eilandje de landing in, maar de andere twee vlogen door. Gans nummer twee kreeg vervolgens nummer één te pakken. Samen raakten ze te water, daar werd de achtervolging voortgezet …

Uiteindelijk hield de achtervolger in, waarna ook de achtervolgde gans zich in het water liet zakken. Daarna keerde de rust – tijdelijk – weer. Het voorjaar lijkt weer heel wat onrust los te maken in de vogelwereld …