De klokkenstoel van Brongergea

Op een tekening uit 1722 is te zien dat er toen nog een kerk stond bij begraafplaats van het verdwenen dorp Brongergea. Deze zal kort daarna afgebroken zijn. Achter de grafkelder van Van Limburg Stirum staat nu prominent op het hoogste punt van de begraafplaats een mooie klokkenstoel … 

Klokkenstoelen vervingen in Fryslân vaak de kerktoren. Een echte toren was voor veel arme gemeenten te duur, daarom werd er vaak gekozen voor de goedkopere klokkenstoel op de begraafplaats. In Fryslân staan in totaal ca. 60 klokkenstoelen.

In de klokkenstoel van Brongergea hangt een oude klok van een onbekende gieter uit de 13e eeuw. De klok afkomstig is uit de in 1895 afgebroken klokkenstoel van Boornzwaag, een dorpje op ca. 20 km afstand van Brongergea …

Voordat we onze weg vervolgden nog even een foto van mijn fotomaatje Jetske, terwijl ze nog een foto van de klokkenstoel maakt …

wordt vervolgd

Grafkelders op Brongergea

Het kleine kerkhof van Brongergea wordt gedomineerd door de familiegrafkelder van de Van Limburg Stirums. Wanneer je door het ijzeren hek het kerkhof op loopt, sta je meteen voor het van zijmuren voorziene, gebogen toegangspad van de grafkelder … 

Charles L. A. J. graaf van Limburg Stirum (1877-1931) had in het begin van de 20e eeuw opdracht gegeven tot de bouw van deze kelder. Hij was in 1901 getrouwd met Maria de Blocq van Scheltinga en woonde vanaf 1910 op “Oranjewoud”, het buiten dat ze had geërfd … 

In de noord-oostelijke hoek van het kerkhof van Brongerga bevindt zich de familiegrafkelder van de Van Scheltinga’s. De grafkelder op zich is minder opvallend. Op enige afstand zien we de beluchtings-pijpen op wat we een soort grafheuvel zouden kunnen noemen …

Opvallend is wel de asymmetrische sluitsteen, waarop een naam ontbreekt. Het familiewapen evenwel geeft aan, dat dit de familiegrafkelder van de Van Scheltinga’s is ….

Het buiten Oranjewoud kwam door vererving aan jhr. Martinus de Blocq van Scheltinga, de oudste zoon van haar neef jhr. Hans Willem de Blocq van Scheltinga. Opnieuw woonde er op Oranjewoud een Van Limburg Stirum, want jhr. Martinus de Blocq van Scheltinga was in 1926 getrouwd met Cecilia Johanna gravin van Limburg Stirum. Zij was een ver familielid van Charles graaf van Limburg Stirum. Toen zij overleed in 1953 werd zij niet bijgezet in een der grafkelders. Zij kreeg een apart graf op Brongergea ongeveer tussen beide grafkelders in …

Ik sluit af met de ontluchtingspijp op de grafkelder van de Van Scheltinga’s. Graaf Charles vond het kennelijk een veilig idee voor het geval dat hij ten grave gedragen zou worden, voordat hij zijn laatste adem had uitgeblazen …

– wordt vervolgd

De begraafplaats van Brongergea

Opgravingen hebben onlangs geleerd dat er rond 1100 al mensen begraven werden op het kerkhof. Daarom lijkt het aannemelijk dat er rond die tijd ook al een kapel gestaan moet hebben. Ene Bronger zou hier een kapel gesticht hebben, die in de veertiende eeuw een zelfstandige parochie werd: Brongergea. Gezien de grootte van het kerkhof is dat eerst waarschijnlijk een kleine kapel geweest …

Voordat we de begraafplaats betreden, wordt mijn aandacht ook hier weer getrokken door een zwerfsteen met een gedicht. Ditmaal betreft het een gedicht van de Friese schrijver/dichter Theun de Vries

Naast de ingang staat verder een imposant informatiepaneel over de geschiedenis van Brongergea door de eeuwen heen …

Als we ons hebben ingelezen, doe we het hek open en lopen we de begraafplaats op …

– wordt vervolgd

Mooie optrekjes

Oranjewoud staat bekend om zijn mooie landhuizen en andere aardige stulpjes. Dit optrekje met oprijlaan en snelle dure auto staat tegenover het landgoed dat we hier gisteren hebben bekeken …

Aan het eind van de Lindelaan staat het statige Landgoed Oranjestein. Op de plek waar eens de rentmeesterswoning van het stadhouderlijk lusthof zich bevond, liet de Leeuwarder koopman Pieter Cats in 1820 een buitenplaats bouwen. Het oude gedeelte van de prachtige tuin die het neoclassicistische huis omringt, werd in 1822 ontworpen door de gisteren ook al genoemde tuinarchitect Lucas Pieter Roodbaard

Oranjestein staat aan de Marijkemuoiwei. Een stukje verderop aan die straat passeren we dit kleine huisje in het bos. Klein, maar fijn. Maar verkijk je er niet op, want er zit wel een EIGEN WEG bij …

En nog weer wat verderop staat de Oranjerie van Oranjestein. Na een wandeling door de tuin is hier gelegenheid om te aandacht te besteden aan de inwendige mens. Dat zat er nu niet in, want de Oranjerie was gesloten en heeft maar beperkte openingstijden …

Enkele minuten later reden we Brongergea binnen, tussen de 14e en de 16e eeuw was het een kerkdorp, dat van groter belang was dan Oranjewoud. Na verloop van tijd verloor Brongergea aan betekenis en werd het dorp voorbijgestreefd door dorpen als De Knipe en Mildam. Tegenwoordig is Brongergea een kleine buurtschap onder de rook van Oranjewoud …

wordt vervolgd

Bij Landgoed Oranjewoud

We lieten de vijver uit het vorige logje achter ons en liepen over de Lindelaan in de richting van het gebouw, dat we door het geboomte hadden zien schemeren. Terwijl we naar de ingang liepen, herkende Jetske aan de rechterkant van het toegangshek een Ginkgo biloba

Eenmaal recht voor de poort kon het niet meer missen waar we waren aangeland. Het stond er duidelijk op, we stonden voor Landgoed Oranjewoud, een wit gepleisterd in neo-classicistische stijl opgetrokken landhuis met een prachtige tuin. Tot 1803 stond hier het Paleis Oranjewoud of Lustslot Oranjewoud van de Oranje-Nassaus

Nadat dat slot was afgebroken, liet Hans Willem de Blocq van Scheltinga in 1829 op de plaats van het oude zomerslot het huidige blokvormige gebouw van zeven raamvakken oprichten. De opgaande middenpartij met fronton en portiek is geflankeerd door lagere vleugels. Aan de oostzijde is in 1845 een vleugel uitgebouwd. Zijn kleindochter Maria, getrouwd met Charles graaf van Limburg Stirum, had geen kinderen …

De graaf was militair, maar hij verliet de dienst om zich te wijden aan het beheer van Huize Oranjewoud. Zijn gezondheid was slecht en hij overleed in 1931 op de leeftijd van 54 jaar. Na het overlijden van Maria in 1942 kwam het landgoed door vererving terecht bij Martinus de Blocq van Scheltinga (1900-1961) …

Hij bewoonde met zijn gezin Oranjewoud tot 1954. In dat jaar werd het Instituut voor Landbouwcoöperatie eigenaar. Na eerst te zijn overgegaan in handen van de Friesland Bank, is het Landgoed Oranjewoud met de tuin eromheen nu in bezit van de stichting FB Oranjewoud. Er worden tegenwoordig vooral zakelijke bijeenkomsten gefaciliteerd …

Tot slot nog een laatste foto van een kleurrijk hoekje in de tuin. De tuin en overtuin werden in landschapsstijl aangelegd, mogelijk door de vermaarde tuinachitect L.P. Roodbaard

– wordt vervolgd

In een parklandschap

Na de fotosessie met de koeien vervolgden we onze weg. Jetske vroeg waar we eigenlijk naar toe gingen. ‘Naar Brongergea,’ reageerde ik met een glimlach, vermoedend dat ze daar nog nooit van had gehoord. Dat bleek wel te kloppen, maar om er te komen moesten we eerst door voor Jetske wel bekend gebied …

Even dacht mijn fotomaatje dat we naar de Ecokathedraal zouden gaan, die afslag lieten we echter links liggen. Om bij Brongergea te komen, moesten we eerst door het parklandschap Oranjewoud. Bij een vijver met de eerste herfstkleuren op de oever zocht Jetske een parkeerplekje. Vooral de vijver met zijn super strakke weerspiegeling was een fijn object …

Op een van de oevers stond een bankje aan de rand van het water. Een stukje daarachter lag bij een dikke boom een zwerfsteen met een tegeltje waar een gedicht op stond …

Het bankje bood uitzicht op een eilandje in de vijver met een eendenverblijf. Daarachter schemerde in de verte een wit bouwwerk door bomen en struikgewas …

Een wandel- en fietspad voerde via een bruggetje naar beboste verten in het parklandschap …

– wordt vervolgd

‘3461-8’ en meer jongvee

Tegen het eind van de ochtend verlieten we vrijdag Drachten voor een ritje in zuidwestelijke richting. We waren een minuut of twintig onderweg, toen mijn fotomaatje Jetske besloot om een tussenstop te maken. We reden op dat moment langs een weiland met jongvee. Dat is altijd aantrekkelijk om wat foto’s van te maken, zeker onder die prachtige wolkenlucht boven het Friese land …

Zo te zien was het allerjongste er wel af. Echt jongvee komt vaak nieuwsgierig op je af draven, zodra je er in de berm stopt. Deze jonge koeien namen rustig de tijd. Een paar van de dieren hieven de kop even op om naar ons te kijken. Toen ze niet direct aanstalten maakten om bij ons te komen, begon Jetske ze te roepen. Dat had effect, want even later stond de hele club aan de slootkant …

Eén van de dames was bijna volledig bruin gekleurd. Met haar had ik wel een klik. Met een bijzondere witte bles op haar voorhoofd en alleen rechtsachter een witte hoef ging ze voor me staan. Ze keek me recht in de ogen stelde zich voor als ‘34618. Nadat we enige tijd zo tegenover elkaar hadden gestaan, draaide ze zich op bevallige wijze om. Met een zwoele blik onder mooie lange wimpers toonde ze me haar profiel …

wordt vervolgd