Het was rustig in de Jan Durkspolder. Behalve wat grote grazers was er weinig leven te zien …
Terwijl ik naar het hek liep, had ik meteen de aandacht. Al snel kwam de grote kolos mijn kant op …
Bij het hek aangekomen leek hij me in eerste instantie sluiks vanuit een ooghoek op te nemen …
Dan liet hij alle schroom vallen en legde zijn kop op het hek. Wat volgde was een lange staredown …
Zodra hij de blik afwendde, heb ik me tactisch teruggetrokken. Ik had de staredown dan wel gewonnen, maar je weet nooit wat zo’n beest zich nog in zijn kop haalt. En ik had wel mijn rode vest aan … 😉
Ik was onderweg naar de Jan Durkspolder, toen ik onderweg weer eens werd opgehouden door een paar reeën. Dat overkomt me de laatste tijd weer vrij vaak op verschillende plaatsen langs deze route. Maar voor alle duidelijkheid: ik heb het nog nooit als lastig ervaren. Integendeel, prettiger oponthoud is nauwelijks denkbaar …
Eenmaal op het laatste deel van de doodlopende Westersânning is aan de linkerkant van de weg de grote vogelkijkhut van de Jan Durkspolder te zien. Hij staat aan het eind van een smalle, ca. 100 m lange landtong te midden, omringd door water …
Waar de weg overgaat in een onverhard pad laat ik de auto achter. Na een klein stukje lopen over het pad genaamd de Geau, sla ik aan het eind van de schaduwen over het pad linksaf …
Een ongeveer 100 m lang paadje slingert omgeven door knotwilgen in de richting van de kijkhut. Ergens halverwege heb ik de foto met de springbalsemien gemaakt, die hier onlangs voorbij kwam onder de titel ‘Last Resorts (2)’. Voorbij de bocht in het pad voert een houten plankier naar de vogelkijkhut …
Vanuit de hut heb je door een groot aantal kijkluikjes rondom uitzicht over de watervlakte. Dit jaar viel het aantal mooie observaties vanuit die hut wat tegen. Dat is in voorgaande jaren wel eens beter geweest, maar desalniettemin is deze vogelkijkhut mijn 2e last resort, omdat ik er na 150 m lopen altijd een droge zitplek heb …
Ditmaal viel de oogst niet tegen. In de verte, eigenlijk net wat te ver voor mijn camera, zat een flinke roofvogel in het topje van een boom. Ik ben geneigd te zeggen dat het een grauwe kiekendief is, maar het kan ook een buizerd zijn …
Ik stond net op het punt om de terugtocht te aanvaarden, toen er aan de westkant van de hut voor het eerst dit jaar een lepelaar dichtbij de hut verscheen. Erg lang liet hij zich niet zien, maar mijn dag was alweer goed …
Nadat ik de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder had verlaten, ben ik nog even een stukje in de richting van de windmotor gelopen. Daarbij vielen opnieuw de grote witte wolkenmassa’s op, die ik eerder vanuit de hut weerspiegeld in het water had gefotografeerd …
Die wolken leken me aan de bovenkant zó wit, dat ze me deden denken aan stukken die ik wel heb gelezen over geo-engineering. Dat is het opzettelijk grootschalig ingrijpen in de natuurlijke systemen van de aarde, met als doel klimaatverandering, en meer specifiek de opwarming van de aarde tegen te gaan. Men denkt hierbij b.v. aan het witter maken van wolken, zodat ze het zonlicht tegenhouden kan worden door het weerkaatsen …
Het gaat hier om technieken die huiveringwekkende gevolgen kunnen hebben, want je weet niet wat je mogelijk losmaakt aan natuurkrachten. Op dit moment is het nog science fiction, maar er wordt al wel mee geëxperimenteerd. Voor meer informatie verwijs ik graag naar een 8 minuten durend gesprek bij ‘EenVandaag’ uit mei 2018 en een artikel in ‘De Tijd‘ uit augustus 2019 …
Gisteren liet ik hier het uitzicht vanuit de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder naar het oosten zien, vandaag richten we de blik even naar het westen …
Als we even inzoomen, zien we in de verte een deel van de lepelaars, die hier hun zomerse domicilie hebben. Veel leven vertoonden ze niet. En dat was met de eenden. die voor de wal in het water dobberden, al niet anders …
Ergens midden in het water lagen een paar kuifeenden te slapen. Eén van hen hief zijn kop even sierlijk op, daarna zette ook hij zijn siësta voort …
Het was kort gezegd echt een slaapverwekkende vertoning. Daar kon die ene wakkere lepelaar ook niets aan veranderen, toen hij besloot in zuidelijke richting weg te vliegen …
Het begon er de laatste tijd misschien op te lijken, dat ik alleen nog een tuinblogger ben, maar zo ver is het gelukkig nog niet. De afgelopen dagen heb ik weer wat foto’s verzameld in het omringende polderland. Wetend, dat er voor zaterdag een fotokuier met Jetske op het programma stond, heb ik me vrijdag voorzichtig wat warmgelopen in de Jan Durkspolder. Vanuit de vogelkijkhut had ik een mooi zicht op fraai weerspiegelde wolkenpartijen …
Gistermiddag hebben mijn fotomaatje en ik voor het eerst sinds lang weer eens een fotokuiertje gemaakt in de Deelen. We hoopten er vooral juffertjes en libellen voor de lens te krijgen, en dat viel in tegenstelling tot 14 dagen geleden gelukkig niet tegen. Voordat we huiswaarts koersten, hebben we nog even een tussenstop gemaakt bij ‘het huis dat in lucht lijkt op te gaan’ …
Dus eh … na gedane inspanning is het goed rusten. Daarom zal ik vanmiddag vooral in de tuin te vinden zijn, of bij de Tour natuurlijk. Waarschijnlijk zelfs in de tuin met de Tour op de iPad naast me …