Een kikker langs het pad

Nadat we een tijdlang lekker op de libellenvlonder hadden gezeten, vervolgde we onze tocht. Om dichter bij de Dellebuursterheide te komen, moesten we een stukje door het bos. Whilly liet hier zien dat hij ook best een stukje kan klimmen …

We kwamen uit bij een lang pad, dat in noordelijke richting langs de heide in de naar een paar andere vennetjes voerde. Voordat we die kant op gingen, besloten we hier eerst even een broodje te eten. Bij gebrek aan een bankje maakte Jetske het zich gemakkelijk op een al jaren geleden omgevallen boom …

Voordat we aan de broodjes toe waren, dook Jetske echter naar het gras. In eerste instantie zag ik niet waar ze mee bezig was, maar toen ik eens wat beter keek, zag ik dat ze een kikker had gevonden. Het was weliswaar geen mooie blauwe heidekikker, maar toch een leuk beestje …

Na het intermezzo met de kikker waren we dan toch aan onze broodjes toe. Omdat Jetske een pak tweedrank had meegenomen, hoefden we niet eens op water en brood te leven …

Daarna begonnen we aan het lange rechte pad naar het noorden. De kuilen vermijdend, had Whilly weinig problemen met dit pad. En dat was maar goed ook, want lopend zou ik er niet aan zijn begonnen. Dan was ik nog even bij de vlonder gebleven, om daar vandaan stukje bij beetje terug te gaan naar de auto …

Aan het eind van het pad werd onze weg i.v.m. de vogelbroedtijd versperd door een afsluitboom met een bord. Er zat niets anders op dan naar links te gaan. Dat was geen straf, want daar was het ook mooi. Wat te denken van deze majestueuze eik, om maar eens wat te noemen …

– wordt vervolgd

Aan de rol met Jetske en Whilly

Vrijdag stond er weer een fotokuier met fotomaatje Jetske op het programma. Omdat ik al dagenlang slechte benen had, stelde ik voor om Whilly maar eens mee te nemen de natuur in. Het mooie droge weer maakte het mogelijk om meteen maar voor een pittig parkoers te kiezen. Op het parkeerterreintje tussen het Diakonievene en de Dellebuursterheide (OpenStreetMap), zette ik onder toeziend oog van Jetske Whilly in elkaar …

Terwijl Jetske vlot voorwaarts stapte, kreeg Whilly het meteen flink voor zijn kiezen. Om van het half verharde parkeerplaatsje af te komen, moesten we eerst over een stuk met gebroken puin, dat nog niet was gewalst of vastgereden. Maar goed, Whilly en ik bereikten samen de weg, die we meteen recht overstaken. Daar wachtte de volgende uitdaging. Het zandpad was door het droge en warme weer hier en daar bedekt met een laag stuifzand. Het viel Whilly zwaar om daar doorheen te ploegen. Nu eens naar links en dan weer naar rechts uitwijkend, zocht ik mijn weg over de hardste delen van het pad …

Na enige tijd bereikten we het eerste doel van ons ‘kuierritje’: de Catspoele in de Dellebuursterheide. Daar kon Whilly het even kalm aan doen. Rustig over het vlonderpad naar het uitkijkpunt rijden, lag hem duidelijk beter dan grind en los zand. Het was stil op de vlonder, behalve Jetske en mij was er nog een fotografe aanwezig …

Ook op en in het water was het stil. Een dodaars dook regelmatig even op of onder, en aan de overkant dobberden een paar eenden op het water. Dat was het wel zo ongeveer …

We zaten er genoeglijk. Wachtend op de dingen die hopelijk zouden komen, keken we uit over het water. Af en toe werd er een praatje gemaakt met passerende wandelaars/fotografen …

– wordt vervolgd

Bij de Duurswouderheide

Een plekje waar ik als het even kan elk najaar een korte fotokuier maak, is de zuidkant van de Duurswouderheide. Aan de andere kant van de heide is het met mooi weer vaak te druk, maar aan deze kant is het eigenlijk altijd lekker rustig …

Vanaf het wandelpaadje krijg je al snel zicht op het grote ven aan de zuidkant van de heide, de Waskmar. Er naar toe lopen gaat niet, want met uitzondering van een pad halverwege de heide is het heide- en vennengebied omgeven door prikkeldraad …

Jarenlang heb ik er een gewoonte van gemaakt om hier tamme kastanjes te zoeken. Het was vaak een pijnlijk klusje om de kastanjes uit hun ruwe bolster te halen. Maar dat leed was alweer vergeten, zodra ik de eerste gepofte kastanjes had geproefd. Ditmaal had ik helaas geen plastictas bij me, daarom heb ik nu eens alleen wat foto’s gemaakt van de kastanjes. Toch jammer dat ik er niet wat van mee kon nemen …

Omdat ik na mijn gymnastische oefeningen om de kastanjes te fotograferen weer redelijke makkelijk overeind kwam en de benen nog goed aanvoelden, besloot ik nog even door te lopen tot voorbij de rij boompjes links van het pad …

Mooi dat ik weer aan het berkje op de oever van de Waskmar toe kon komen. Daar heb ik nog even genoten van het uitzicht over het ven en de leegte van de overwoekerde heide daarachter. Daarna was het tijd om terug te gaan …

Bij de Poel van Dien

De paddenstoelen waren niet dik gezaaid in de parktuin bij Huis Westerbeek. Jetske heeft er vermoedelijk nog wel wat mooie foto’s kunnen maken, het viel ons echter allebei tegen wat er aan paddenstoelen te vinden was. Daarom zetten we niet veel later koers naar het volgende plekje dat Jetske van tevoren had uitgezocht: de Poel van Dien in het Vledderveld …

Daar maakten we een kuiertje over het smalle paadje dat langs de poel naar het achterliggende bos- en heidegebied voerde. Het viel me op dat er aan een deel van de bomen nestkastjes hingen …

Rechts van het paadje was de poel te zien met daarachter diverse bomen die langzaam maar zeker mooiere herfsttinten kregen …

Langs het paadje waren meer paddenstoelen te zien dan bij het Huis Westerbeek waar we eerder die ochtend waren. Hieronder een paar van de paddenstoelen die ik er heb gefotografeerd. Dat laag-bij-de-grondse eiste al snel zijn tol. Daarom liet ik Jetske weten, dat ik alvast terug ging naar het bankje dat we kort daarvoor hadden zien staan …

– wordt vervolgd

Weerspiegelingen in het bos

We hebben er even op moeten wachten, maar ineens is het dan toch echt zomer. De temperaturen schieten omhoog. Geniet er maar van, want het kan ook zomaar weer voorbij zijn …

Ik ben deze warme week begonnen met een ritje op de iLark naar mem in het verzorgingshuis. Voor vanmiddag lijkt het me ’t best om maar een plekje in de schaduw aan de waterkant te zoeken …

Ik wens jullie een fijne dag. Hou ’t hoofd koel … ♥

Schoorvoetend naderende schapen

Na het eerste deel van mijn fotokuier nestelde ik me op het bankje bij het middelste vennetje in het Weinterper Skar. Het water lag erbij als een spiegel. Als onderdeel van de poëzieroute die door het gebied loopt, staat er aan de rand van het vennetje een bordje met daarop het gedicht ‘Aan een vijver’ van Rutger Kopland …

Intussen hoorde ik hoe er in de verte cijfers werden opgenoemd. De schapen waren kennelijk samengedreven om te ze kunnen controleren en inventariseren. Toen de hekken enige tijd later werd opengezet, kwam de kleine kudde schoorvoetend dichterbij. Ze vertrouwden me duidelijk niet en verzonnen een list. Door de droge greppel en over de daarachter liggende wal langs de boskant liepen ze zekerheidshalve met een wijde boog om me heen …

Terwijl grijze wolken intussen langzaam weer de overhand kregen in de lucht, begaf ik me op weg terug naar de auto. Bijna op de helft heb ik bij het zuidelijke ven nog even weer halt gehouden om nog even te genieten van het roerloze wateroppervlak. Een kwartiertje later was ik terug bij de auto. Blij toe, want langer had deze kuier ook niet moeten zijn …

Vreemd volk in it Skar

Aan het eind van het eerste, wel erg korte flitswintertje, neem ik jullie weer mee naar vorige week dinsdag. Het leek een mooie, licht bewolkte dag te worden. Na de koffie ben ik op pad gegaan en heb ik gewapend met mijn trekkingstokken voor het eerst sinds langere tijd weer eens een fotokuier gemaakt aan de zuidkant van het Weinterper Skar (Google Maps). Al terwijl ik over het fietspad liep, zag ik vreemd volk door het woeste heideland aan de kant van de N381 lopen …

Terwijl ik even later het fietspad verliet om over het zandpad het gebied in te lopen, verdwenen ze in het bosje iets verderop in het Weinterper Skar in. Halverwege het meest zuidelijke ven klom ik even over de wal tussen pad en ven om even aan de waterkant te kijken. Het wateroppervlak lag er als een spiegel bij.

Er stond water genoeg, ook verderop in het heideland links van het pad was het erg nat. Aan de rechterkant van het pad trof ik nog een spannende scène aan. Nadat ik daar met een wijde boog omheen was gelopen, kreeg ik het bankje tussen de twee vennetjes in zicht. Daarmee had ik mijn doel voor die dag bereikt. Daar begon het me ook te dagen wat voor volk er door het land struinde. Maar dat is voor later …