Het uitzicht bij Skrins

Na de pittige wandeling lukte het nog net om de trap naar de vogelkijkhut te beklimmen. Ik was dan ook blij dat ik kon gaan zitten, toen we eenmaal in de hut waren. Daarmee heb ik meteen het grootste voordeel van deze vogelkijkhut bij Skrins genoemd. De hut is een stuk kleiner, maar in tegenstelling tot de hut bij Skrok, kun je hier perfect voor de kijkopeningen zitten …

En dan komen we ook meteen bij het grootste nadeel van deze hut. Als je naar buiten kijkt, is meteen duidelijk dat de plas met de vogels wel erg ver weg is. Gelukkig hebben we de grutto’s, en vooral de kluten en scholeksters eerder al wat beter kunnen bekijken …

Een boer reed regelmatig achter de vogelkijkhut langs met een trekker met giertank, waarvan hij de geurende lading steeds in een weiland verderop dumpte …

Tussen Skrok en Skrins

Na verloop van tijd hadden we het eerst wel bekeken in de vogelkijkhut bij Skrok (OpenStreepMap). Het was voor ons allebei een aangename kennismaking geweest. Best kans dat we hier nog eens terugkomen ….

Bij het verlaten van de hut stonden we meteen recht tegenover een mooie wandelpad, het Swynzerpaad, dat door de weilanden in de richting van Easterein (OpenStreetMap) loopt. In de verte is de kerktoren van dat dorp te zien. Naast het pad is mooi te zien hoe hoog het water hier in de sloten staat. Dat zorgt een stukje verderop al voor wat plasdrasland, waar veel weidevogels van houden …

Nadat we hier voldoende foto’s hadden gemaakt, zijn we in de auto gestapt om verder wat rond te kijken in het weidelandschap Skrok en Skrins. Uiteindelijk kwamen we bij de vogelkijkhut ‘Skrins’ (OpenStreetMap). Ter plekke herkende Jetske de hut als de plaats waar ze vorig jaar ook eens was geweest. Deze vogelkijkhut is voor mij wat minder handig te bereiken dan die bij Skrok …

Bij Skrok konden we de auto bij wijze van spreken voor de deur parkeren. Hier moesten we eerst een flinke kuier van bijna 200 m maken om bij de hut te komen. Morgen neem ik jullie mee naar binnen …

Knobbelzwanen bij Skrok

Nadat ik gisteren de blik vooral maar het westen had gericht, kijken we hieronder uit over de plas Swyns en het uitgestrekte weidelandschap aan de noordkant van de vogelkijkhut Skrok (OpenStreepMap) …

Daar dreven verschillende groepjes knobbelzwanen op het water. Verder stapten ook hier in de verte o.a. nog wat kluten en grutto’s rond …

Terwijl ik naar de zwanen zat te kijken, klonk plotseling het zoevende geluid van een wolkje passerende vogels. Ik kon de camera nog net op het groepje richten om er een paar foto’s te maken. Jetske en ik waren het er niet over eens wat het waren. Thuis bracht Obsidentify uitkomst: het was een vlucht smienten

Ik had mijn blik net weer op de zwanen gericht, toen een deel van de grote vogels het luchtruim koos. Om ze te kunnen volgen, moest ik even naar een kijkopening aan de andere kant van de hut. Ze waren net los van het water, toen ik ze weer op kon pikken. Korte tijd later zag ik ze verdwijnen boven de bebouwing van Wommels. Het zwiepende geluid bleef nog lang klinken, omdat ze in een ruime boog achter de hut langs vlogen …

Bij de vogelkijkhut ‘Skrok’

Voorgaande jaren gingen Jetske en ik in het vroege voorjaar meestal naar de Ryptsjerksterpolder of de Surhuizumermieden om de eerste teruggekeerde weidevogels te fotograferen. Omdat ik die dag slechte benen had en omdat het me bij de Mieden wat was tegengevallen, opteerde ik voor een rustig ritje elders door het Friese weidegebied. Jetske stelde daarop voor om naar Skrok en Skrins te gaan. In die omgeving had ze vorig jaar goede ervaringen opgedaan …

We begonnen bij de vogelkijkhut Skrok (OpenStreepMap) aan de oever van de kunstmatige plas Swyns in het Friese oude weidegebied ten oosten van Wommels. Er staat een mooie ruime vogelkijkhut van Natuurmonumenten. Meerdere kijkopeningen op verschillende hoogten bieden aan de west- en noordkant mooi zicht op de plas …

Een eerste rondblik in westelijke richting leerde, dat de grutto’s ook hier (nog) ver van de hut bij elkaar in het water stonden. Verder waren er o.a. een paar scholeksters, maar de grootste schoonheden paradeerden op niet te lange afstand voor de hut heen en weer …

Die zijn voor morgen …

Wat aalscholvers en ’n kievit

Nadat we uitgebreid met zijn drieën hadden bijgepraat met koffie en koek, stapte Aafje tegen het eind van de ochtend op de fiets om boodschappen te gaan doen. Fotomaatje Jetske en ik stapten in de auto om een ritje door de omgeving te maken. Jetske stelde voor om eerst maar even bij de Leijen te kijken, misschien zouden de baardmannetjes zich daar nu wel willen laten zien …

Ongeacht of we liepen of stil bleven staan, er was geen vogel te horen of te zien, terwijl we langs het rietland in de richting van de vogelkijkhut liepen. Diep in de kraag weggedoken kwamen we bij de vogelkijkhut aan. Behalve grijs was het ook echt waterkoud. Warmer dan 4°C was het zeker niet …

De enige vogels die we vanuit de hut te zien kregen, waren enkele aalscholvers die in de laatste boom zaten die nog rest van het eilandje midden in de Leijen …

We hadden het al snel bekeken in de hut. Terug bij de auto besloten we eerst onze broodjes maar eens op te eten. Meestal leven we tijdens onze tochtjes op water en (goed belegde) broodjes. Gisteren verraste Jetske me met een beker vers geperst sinaasappelsap. Daarna besloten we nog maar even naar de Jan Durkspolder te rijden. Jetske kreeg bij Earnewâld nog een zeearend in beeld …

Ik stelde me een 3 km verderop tevreden met een kievit, die in een weiland langs de Alle om Slachte stond. Het zal een noorderling zijn, die hier hoopt te kunnen overwinteren. Als je goed kijkt, kun je bij gebrek aan zon nog net iets van de glans van zijn verendek zien …

– wordt vervolgd

Mossen en korstmossen

Het was zwaar bewolkt toen ik maandagochtend na de koffie in de auto stapte om even een ritje te maken. Even weer de horizon zien en wat frisse lucht opsnuiven. Ik besloot eerst even naar de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen te rijden …

Het was stil rond de hut, heel stil. In de verte zaten een paar aalscholvers in de top van de laatste boom van het eilandje de Kninepôle, daarmee was het gezegd voor wat betref de vogels ter plekke.

Om toch wat foto’s te maken, heb ik de camera eens gericht op de rijkelijk met mossen en korstmossen begroeide zijkanten van het vlonderpad …

Nadat ik deze mosculturen in beeld had gebracht, besloot ik terug te lopen naar de auto. Ruim voorbij het vlonderpad, hoorde ik vanuit het bijna manshoge riet een groepje vogels zingen. Toen Merlin Bird ID me even later wist te vertellen, dat het baardmannetjes waren, was ik meteen attent. Hoe goed ik ook keek, ik kreeg ze niet te zien. Zodra ik in beweging kwam, begonnen zij te vliegen en te zingen …, bleef ik stilstaan, dan doken zij stil het riet in …

Dat spel hielden zij langer vol dan ik …

Teloorgang van de Kninepôle

Midden in het meertje de Leijen staat een eenzame boom. Het is het laatste restant van ‘de Kninepôle’, ook wel het Tike-eilân genoemd. Het eilandje ligt op ongeveer 230 m afstand van de vogelkijkhut de Blaustirns aan de westkant van de Leijen. Jarenlang was het een beeldbepalend landschapselement …

In de jaren 70 was het een eiland van zo’n 40 bij 60 meter. Maar door de wind en stroming waaide en dreef er meer en meer zand weg. Daardoor is er bijna niets meer van de Kninepôle over. Een aantal bewoners van De Tike heeft onlangs het plan opgevat om het eilandje te herstellen. De omwonenden krijgen er 18.000 euro voor uit het Iepen Mienskipsfûns

Om ervoor te zorgen dat het eiland na het herstel niet meteen weer ‘wegwaait’, is het plan om eerst stenen te storten. Die stenen moeten het nieuwe zand bij elkaar houden. Dat zand komt uit de Leijen zelf, van plekken in het meer die bijna droogvallen. Ook moet er ter bescherming van het eilandje meer begroeiing om het eiland heen komen. En dat is dan ook weer goed voor de biodiversiteit …

De uitbreiding van de Kninepôle is volgens de initiatiefnemers een mooi begin van het herstellen van de natuur en de biodiversiteit van de Leien. “Als wij, Wetterskip Fryslân en Staatsbosbeheer allemaal ons best doen, dan kunnen we hier echt een stuk andere natuur krijgen. Met schoner water, met meer waterdieren en andere vissen …”

Behalve waarde voor de natuur heeft het eilandje ook historische betekenis voor de dorpen eromheen, vooral voor De Tike. In de oorlog is het namelijk veelvuldig gebruikt als vluchthaven als de Duitsers een razzia hielden. De initiatiefnemers vinden het ook daarom belangrijk dat de plek blijft bestaan, helemaal omdat volgend jaar 80 jaar bevrijding wordt gevierd. “Dan willen we niet bij Doktersheide staan huilen dat het eiland weg is, maar staan te juichen dat we het hebben behouden …”

Bron: Omrop Fryslân