Bij het Tjeukemeer

Zodra we op weg naar mijn geboortegrond bij Oudehaske de A7 verlieten, begon ik de jongens de eerste verhalen uit mijn jeugd te vertellen. We reden langs het Nannewiid, één van de kleinste Friese meren, tegenwoordig vooral het domein van windsurfers. Tussen mijn 10e en 15e jaar werd het beeld er op zomerse dagen vooral bepaald door zwemmers en roeiers. In de zomervakanties heb ik daar in die periode veel geroeid in een oude houten roeiboot van een oom. In die periode logeerde ik vaak bij één van de vele ooms en tantes van mem haar kant, die vrijwel zonder uitzondering aan de noordkant van het Tjeukemeer woonden. Heit zijn familie zat van oudsher aan de zuidkant van het Tjeukemeer, daar logeerde ik tot mijn 10e het meest …

De eerste tussenstop maakten we korte tijd later op de oostelijke oever van het Tjeukemeer. Aan de Marwei is een parkeerstrook waar ik graag even aan de waterkant zit. Voor de beweeglijke Pepijn was dit een welkome gelegenheid om even de benen te strekken. Hij was meteen onder de indruk van de oppervlakte van dit grootste van de Friese meren, een plas waar het lelijk kan spoken …

Terwijl Nils, Tijmen en ik wat stonden te praten, leek Pepijn van plan te zijn om te testen hoe ver hij het water in kon lopen zonder dat het water in zijn laarzen liep …

Om te voorkomen dat hij daarbij toch net wat te ver zou gaan, besloten we onze rit zekerheidshalve maar snel weer te vervolgen, nadat deze lijvige surfer het plankhaventje was binnengelopen …

Korte tijd later parkeerde Nils zijn bolide kundig op het laatste vrije plekje op de parkeerstrook langs de Middenweg. Daar vandaan begonnen we aan onze wandeling naar het huis aan de Commissiepolle waar ik de eerste jaren van mijn leven heb doorgebracht. Vanaf de parkeerplaats was al te zien dat er het nodige veranderd is sinds mijn laatste bezoek in 2014 …

  • wordt vervolgd

Terug naar de oorsprong

Vandaag ga ik met Nils en de beide jongens terug naar mijn geboortegrond. Aan de hand van de onderstaande foto’s hoop ik ze ter plaatse wat te kunnen vertellen over hoe het leven er voor mij als opgroeiend kind eind jaren 50, begin jaren 60 uitzag op het Friese platteland …

Op mijn weblog heb ik het hele verhaal al eens uit de doeken gedaan in een 3-delige serie. Voor de gemiddelde blogger voldoet dat prima, maar voor de jongens zal een stukje ‘aanschouwelijk onderwijs’ op locatie vast beter beklijven. Voor belangstellenden die het nog niet kennen, is de driedelige serie hier terug te vinden:

> Echten – Commissiepolle <

Hitsig rennende reeën

Even leek de reegeit rust te krijgen, maar schijn bedriegt. Vanaf de andere kant van de sloot en het rietkraagje hield de reebok haar nauwlettend in de gaten …

De geit leek hem uit te dagen door strak terug te kijken, terwijl ze tussendoor een hapje gras nam …

En weg was ze weer … natuurlijk bleef hij niet lang achter …

Plotseling maakte zij een scherpe wending, waardoor de rollen speels werden omgedraaid …

Zo ging dit spel nog een tijdje door, totdat ze uiteindelijk in of achter wat struikgewas uit mijn zicht verdwenen …

Geloof me, dergelijke ontmoetingen vervelen nooit. Mij niet in ieder geval … 🙂

Overigens is dit voor reeën wel zo ongeveer de gevaarlijkste tijd van het jaar. In de bovenstaande fotoserie rennen ze zonder enig gevaar door de weilanden. Maar ook eventueel tussenliggende plattelandswegen worden zonder op- of omkijken in volle vaart overgestoken. Als automobilist kun je daar maar beter rekening mee houden door je snelheid te minderen.

Bronstige reeën in de wei

Onlangs had ik op weg naar de Jan Durkspolder opnieuw een ontmoeting op afstand met een paar reeën. Tot nu toe had ik ze iedere keer rustig ergens in een weiland zien staan grazen, ditmaal ging het anders. Het begon met een reebok, die bij een sloot ergens naar stond te kijken …

Plotseling kwam er vanuit de slootkant een tweede ree tevoorschijn. Het was een geit, die er als een hazewindhond vandoor ging, op de voet gevolgd door de reebok. Heel even bleven ze allebei staan …

Als in een soort ‘stare down’ stonden ze – ieder aan een kant van de sloot – tegenover elkaar. Dan draaide de reegeit zich met een sierlijke sprong om, waarna ze er opnieuw in volle vaart vandoor ging. Het was duidelijk: de bronsttijd was hier in volle gang …

Een stuk verderop minderde de geit vaart. Bij een dun rietkraagje bleef ze even staan …

  • morgen meer …

Zij zagen de bui hangen

Terwijl ik maandagochtend een ritje maakte, zag ik een grote groep ooievaars in een weiland neerstrijken. Net als ik hadden ze een fikse bui zien naderen …

Huiverig bleven ze staan waar ze stonden, behalve die ene … Die maakte gebruik van de tussenlanding om te kijken of er nog wat te bikken was …

Al snel sloot hij tevergeefs weer aan bij de rest van het reisgezelschap om toch eerst de bui maar uit te zitten. Lang hoefden ze niet te wachten, want daar was hij al …

Spreeuwen bezetten windmotor

De windmotor aan de Westersânning in de Jan Durkspolder dient bij rustig weer vaak als rustplaats voor vogels …

Waren het begin juli een paar kraaien, begin augustus hielden enkele spreeuwen de zaak bezet …