Terug naar voren

Een kuier naar het achterste deel van de Ecokathedraal zat er die dag niet in. Maar ik kon het niet laten om nog een klein stukje verder te lopen, zodat ik nog even een blik kon werpen op één van de oudste stukjes van de Ecokathedraal in het voorste deel …


Kijk nou eens wat een mooie tafereeltjes er ontstaan, wanneer weer en wind jarenlang hun gang kunnen gaan met wat gestapelde stenen tussen een paar oude bomen …

Daarmee had ik voor die dag het verste punt bereikt. Het was tijd om via de makkelijkste route terug te keren, over het hoofdpad, langs de muur met de schaduwen en de deels gele stenen en langs ‘het clowntje’. Het is bijna een cultuurshock om ineens van de met mos bedekte oude stapelwerken terug te keren in het strakke nieuwere deel van de Ecokathedraal …

Vlak voor de ‘Porta Celi’ kon ik het toch niet laten om nog even een zijpaadje te nemen. Zo kon ik ook nog even een blik werpen op de manshoge koepel en het sierlijke muurtje ernaast …

Nadat ik tot slot nog even een foto van de ‘Porta Celi had gemaakt, heb ik nog even een kwartiertje in ‘het zitje’ in het voorportaal gezeten. Hopelijk lukt het in april om weer eens tot achterin te komen. En als het niet in april lukt, dan maar ergens begin mei …

We dalen weer af

Zodra je ergens op een hoogste punt bent aangekomen, volgt er vervolgens uiteindelijk weer een afdaling. Zo ook hier, na mijn korte pauze bij de tempel op het hoogste punt voor in de Ecokathedraal, ben ik via de onderstaande trap aan de andere kant van de heuvel weer afgedaald …


Ook hier dalen we eerst weer af naar een tussenniveau. Daar treffen we onder andere het torentje met de ronde top op de foto linksonder aan, op de foto rechtsonder lijken we een deel van de basis van een oud vestingwerk te zien …

Terwijl ik verder afdaal, vallen de schaduwen op de lange muur met de deels geelgroene stenen op. Terug op de bosbodem rijzen er aan alle kant weer stukken steen en beton omgeven met mos op …

Het zal duidelijk zijn, aan mos viel in dit al wat oudere deel van de Ecokathedraal niet te ontkomen. Het veelal frisgroene mos was kleurbepalend tussen het verder overheersende grijs en bruin van stenen en oud gebladerte op de grond …

De weg naar boven

Ik pak de draad weer op waar ik hem gisteren heb laten liggen, bij de vrijwel altijd natte, en daardoor vaak wat gladde trap naar een tussenniveau in het voorste deel van de Ecokathedraal …


Het is meteen duidelijk dat we in een al wat ouder deel van de Ecokathedraal terecht komen. Hier is duidelijk al meer mos en andere begroeiing tussen de stenen tot leven gekomen dan in het nieuwste deel, dat hier gisteren te zien was. Wat verder opvalt in de onderstaande foto is het brede scala aan materiaal waarmee de Ecokathedraal in de loop der jaren is opgebouwd. Dat varieert van trottoirbanden, stoeptegels en straatstenen tot oudere metselstenen tot ruw, ongepolijst beton …


Aan mos, robertskruid en andere kleine plantjes die zich in de kieren tussen de stenen nestelen, is hier geen gebrek. Die planten laten zich zien, de vele kleine spinnen en insecten die ongetwijfeld ook tussen de kieren zitten, blijven verborgen in de donkere kieren en spleten …

Via het tussenniveau zijn we intussen aangekomen op het hoogste deel voor in de Ecokathedraal. Ik schat dat je hier ca. 4 m boven het maaiveld staat …


Op de bovenstaande foto net niet zichtbaar, nestel ik me sinds een aantal jaren bij mooi weer graag even naast de tempel in de zon. Daar heb ik ook ditmaal even lekker gezeten, met zicht op bloeiende katjes niet ver voor me …

Groeten uit de Ecokathedraal

Na ruim anderhalve week gehoest en geproest wordt het tijd om het reguliere leven weer op te pakken. Helemaal klachtenvrij ben ik nog niet, maar dat kan nog wel een paar weken duren. Daarom wil ik toch maar kijken of ik het machientje onder het motto ‘Kalm aan, dan breekt het lijntje niet’ weer voorzichtig onder stoom kan brengen …


In de week voordat dat vervelende virus me begon te plagen, ben ik op een mooie ochtend weer eens naar de Ecokathedraal bij Mildam gereden. Het was alweer enige tijd geleden, dat ik er voor het laatst was, en dat was te zien ook, want vooral in het voorportaal was weer flink wat bijgebouwd …


Voordat ik jullie meeneem langs ‘de nieuwbouw’ in het voorste deel van de Ecokathedraal, wil ik eerst lezers die nu voor het eerst van de Ecokathedraal horen, even verwijzen naar een ouder logje: ‘Die Ecokathedraal, wat is dat eigenlijk …?’


Voor het oog goeddeels verborgen voor bezoekers, werd al een tijdlang gewerkt aan nieuwe stapelwerken in het gedeelte rechtsvoor in de Ecokathedraal. Daarmee is er naast de ‘Porta Celi’, die sinds 2014 de hoofdingang vormde, in zekere zin een tweede ingang ontstaan …

We laten hierbij het oude hoofdpad links liggen en lopen tussen de nieuwe bouwwerken door naar rechts. Het eerste wat opvalt is dat er een straatje tussen de nieuwe stapelwerken is gelegd. Die nieuwe bouwwerken staan er goeddeels schoon en strak bij. Maar wie er oog voor heeft, ziet dat aan de basis hier en daar de eerste mosaangroei te zien is …

Maar goed, genoeg over de grond gekropen, verderop valt nog wel meer mos te zien. Voor nu is het tijd om weer op te krabbelen en nog even wat rond te kijken langs de onlangs opgetrokken muren …

Aan het eind van het pad gaan we linksaf om daar een niveautje hoger te klimmen …

Rondcirkelende buizerds

Zodra ik bij Doktersheide uit de auto was gestapt, hoorde ik de kenmerkende roep van de buizerd door de lucht klinken … kieeeuw … kieeeuw …


Omhoog kijkend, zag ik dat er twee buizerds boven me rond cirkelden. Tegen de auto leunend, kreeg ik ze een paar maal dicht bij elkaar in beeld. Terwijl ze hun cirkels draaiden, verdwenen ze rondje na rondje meer uit beeld in noordwestelijke richting. Je zult begrijpen, dat mijn dag al geslaagd was vóórdat ik bij de vogelkijkhut was …

Een 15-koppige sprong reeën

Vorige week maandag, 13 maart, trok de eerste officiële storm van 2023 over ons land. Nadat ik een halfuurtje met mijn mond open had gezeten bij de mondhygiëniste, besloot ik rond het middaguur nog even een ritje naar de Jan Durkspolder te maken. Aan die polder ben ik niet toegekomen, omdat ik onderweg werd opgehouden …


Ik trof namelijk een grote sprong reeën aan, in totaal heb ik er 15 geteld. Het lijkt me een typische wintersprong, die binnenkort uiteen zal vallen wanneer het echt voorjaar is. De reeën gaan dan solitair of in kleine gezinsverbanden de zomer tegemoet. Het was aan de opwaaiende vacht goed te zien hoe hard het waaide. Op de donkere plekken strijkt de wind tegen de richting van de haren in. Ze leken bijna uit hun jasje te waaien. En er waaiden ook nogal eens wat takjes voor de lens van mijn camera langs …

Maar terug naar de wintersprong. Aan het eind van de herfst zoeken de kleine gezinsverbanden en meer solitair levende reeën elkaar op. In grotere groepen is het ’s winters veiliger om op zoek te gaan naar het dan toch wat schaarsere voedsel. Terwijl ze in hun sprong staan te grazen, zijn er altijd andere groepsleden, die spiedend in het rond kijken of er mogelijk gevaar dreigt …

Ik kreeg de indruk dat de reeën al grazend langzaam in de richting van hun vermoedelijke beschutte rustplek liepen. Daarom nam ik na een minuut of tien een andere positie in, zodat ik ze het bosje in kon zien gaan …

Ik sluit af met de mooiste, waarschijnlijk de dominante reebok van de sprong. Als enige had hij zijn volgroeide gewei zo te zien al goeddeels kaal geborsteld aan boompjes en takken. Echt een prachtig dier …


Tot slot: voor wie nog eens een uurtje over heeft, dit is een mooie informatieve, 50 minuten durende film over het ree: “Capreolus Capreolus, reeënsprongen in Nederland”…