Kieviten in de regen

Van de kijkhut bij de Leijen reden we naar de hut in de Jan Durkspolder. Daar was het zo mogelijk nog stiller dan op en rond de Leijen. En de wolken waren er nog wat donkerder …

Helemaal tegen de oostelijke oever van de plas stonden een paar grote groepen kieviten. De vogels verzamelen zich in deze tijd van het jaar om op te vetten en daarna samen de trek naar zonniger oorden aan te vangen. Een paar maal vlogen de kieviten massaal op. Vaak is dat een teken dat er een grote roofvogel in de buurt is, maar die hebben we niet kunnen ontwaren …

Zodra de vogels weer in het water stonden, keerde de rust in en om de plas terug. Er vloog nog een blauwe reiger voorbij, die een stukje verderop in het water landde. Als in een poging om een naderende bui te ontwijken, trok hij zich terug achter een klein bosje dat aan de westkant van de hut in het water staat. Die poging om droog te blijven is jammerlijk mislukt, vrees ik. Amper een minuut later begon het zachtjes te regenen, en die zachte regen ging al snel over in een hele stevige regenbui …

Zodra het even droog werd, besloten Jetske en ik onze biezen te pakken. Vlak voordat een volgende bui losbarstte, waren we weer bij de auto. Pas toen we ons huis naderden werd het weer droog. We lijken hier een soort abonnement op te hebben, want ons vorige bezoek aan de Jan Durkspolder eindigde op 1 augustus op dezelfde manier

Een visarend en twee roeken

De zon scheen nog flauwtjes, toen Jetske en ik op de laatste vrijdag van augustus in de auto stapten om even een ritje te maken. Omdat er regen in de lucht hing, besloten we er een vogelkijkhut-dagje van te maken. De eerste stop was bij de vogelkijkhut bij de Leijen …

Terwijl we onze blik over het meertje lieten glijden, viel ons in eerste instantie niets bijzonders op. De enige andere fotograaf die in de hut zat, wees ons echter op het rechterdeel van de laatste restanten van het eilandje. Daar zat een visarend in de boom …

Tijd om even in te zoomen, want de visarend ontbrak tot dat moment nog in mijn foto-archief. Voor onze komst zat er nog een tweede visarend in de boom, maar die was net weggevlogen, vertelde de andere fotograaf. ‘Opgestaan plaatsje vergaan’, zo leek het, want nu verschenen er twee roeken of kraaien in de boom …

Door hinderlijk heen en weer te vliegen en te wisselen van tak, leken de zwarte vogels met hun pesterige gedrag een reactie van de visarend uit te lokken …

De enige reactie die daarop kwam, was dat de visarend een paar maal zijn vleugels uitsloeg. Dat gaf even een mooi beeld van het formaat van de visarend. Wat een vleugels heeft die vogel, hij is duidelijk groter en slanker dan de gemiddelde buizerd …

Omdat deze status quo voorlopig in stand leek te blijven, en er verder weinig te beleven was op de Leijen, besloten wij eens elders te kijken.

De oogjes van ’n schildwants

Hoewel het karig gesteld is met veel insecten, weten groene schildwantsen onze tuin dit jaar goed te vinden. Het is ’t enige insect dat ik met een zekere regelmaat ergens in de tuin aantref …

Vorige week kroop er eentje over de rand van een van de terrastafeltjes. Het beestje leek net zo nieuwsgierig naar mij als ik naar hem. Dat gaf mij de kans om een aantal fijne detailfoto’s van hem te maken …

Zelfs de facetjes van zijn toch bepaald niet grote ogen zijn haarscherp te zien. Toen hij nog een klein beetje naar me toe draaide, stond ik plotseling oog in oog met een zee aan oogjes …

Een warm weerzien

Aafje en ik besloten dinsdagmiddag op tijd naar het Zuiderend te rijden. Ik had het bankje bij het informatiebord over ‘de Forten’ (Google Maps) gekozen als ontmoetingsplek met Matroos Beek. Het eerste wat me ter plekke opviel, was dat er vanwege een andere windrichting meer geluid van de A7 naar het bankje werd geblazen dan de vorige keer dat ik hier was …

’s Ochtends had de zon volop geschenen, maar rond het middaguur verschenen er langzaam maar zeker meer wolken aan de lucht. De weerapps die ik gebruik lieten allebei zien dat een buienlijn, die vanuit Zeeland in noordoostelijke over het land trok, rakelings ten zuiden van ons langs trok. En dat was ook tijdelijk merkbaar aan een wel erg frisse wind en een dreigende lucht. Aafje keek met een zorgelijke blik naar de naderende wolken …

Tegen vieren begon de lucht gelukkig weer op te klaren. Donkergrijs maakte plaats voor het veel vriendelijkere lichtblauw. Het leek toch nog goed te komen, en het kwam goed …

Een directe relatie zal er waarschijnlijk niet zijn, maar tegelijk met de zon verscheen ook Matroos Beek, Bea voor intimi. Fier fietsend en vrolijk om zich heen kijkend kwam ze vanuit de donkere voetgangerstunnel onder de A7 op ons af …

Na een warm weerzien en een hartelijke kennismaking nestelden we ons op het bankje. Pratend over ieders welzijn en wedervaren vloog de tijd weer eens om. Genoeglijk pratend over van alles en nog wat, vroeg Bea na verloop van tijd hoe laat het eigenlijk was. Een blik op mijn horloge leerde dat het al tegen kwart voor zes liep. Om te voorkomen dat ze als vermist zou worden opgegeven door haar echtgenoot, die ergens aan de andere kant van de snelweg in Drachten zat, was het ineens al hoog tijd om een eind aan ons gezellige weerzien te maken …

Het eerste stuk naar en door de tunnel onder de A7 fietsten we samen op. Tussen een oude woonboerderij uit 1900 en de nieuwste uitbreiding van het ziekenhuis, hielden we even halt. Nog even de laatste aanwijzingen m.b.t. de route (drie maal rechtsaf slaan op een rotonde en dan een keer naar links). Dat zou best lukken, meefietsen was niet nodig, verzekerde Bea ons. Dat gezegd hebbend, zwaaiden we elkaar uit en gingen we ieder onze eigen weg …

Bedankt voor de gezellige uurtjes, Bea, we vonden het erg gezellig. Je bent een prachtig mens, dat ik zeker nog wel eens hoop te treffen.

Bloemetjes en bijtjes

Het is al veel vaker gezegd, maar ik blijf het toch zeggen: het gaat ook dit jaar weer bar slecht met de insecten in onze tuin. Regelmatig loop ik speurend en spiedend gewapend met de camera een rondje door de tuin. De buit is vaak maar klein en meestal zelfs nihil. Maar omdat de aanhouder zo af en toe toch wel eens wint, blijf ik mijn rondjes met de camera door de tuin maken …

Aafje heeft het me onlangs (bewust of onbewust) wat makkelijker gemaakt door een potje met kattenkruid op een van de terrastafeltjes te zetten. Zondagmiddag was het daar een komen en gaan van bijen, daarom ben ik er maar eens een kwartiertje lekker met de camera bij gaan zitten …

Een babbeltje slaan

“Ik had daar graag met jou op het platform gezeten om een babbeltje te slaan,” schreef iemand ongeveer een half jaar geleden in een reactie op een blog over dit plekje. Dit is op een mooie dag inderdaad een fijn plekje om eens even gezellig bij te praten. En dus reageerde ik meteen met: “Pas op, hè … beloofd = beloofd.” Een reactie bleef niet lang uit: “Wanneer, weet ik nog niet, maar het is beloofd.

Vier jaar geleden hebben we elkaar ook al eens ontmoet. Het was die dag zwaar bewolkt bij een maximumtemperatuur van amper 17°C. Bovendien zat ik rond die tijd met heftige acnespijn. Over koetjes en kalfjes pratend hebben toen een kuier door de Ecokathedraal gemaakt. Maar van gezellig een babbeltje slaan, is het niet gekomen, daar waren de omstandigheden niet echt naar. Nu zouden we dus een herkansing krijgen op dit plekje met dat uitzicht

Vorige week werd de date met tijd en plaats bevestigd. Omdat ik daarbij een klein logistiek probleempje ontdekte, stelde ik voor om een andere locatie te kiezen. Het wordt een lekker rustig plekje tussen schapen en koeien, en het scheelt mijn gast ruim 6 km fietsen …

Het ziet er op het oog misschien wat minder feeëriek uit, maar ik weet dat het bankje goed zit. En dat is toch de basis, wat mij betreft. Verder durf ik ’t met dit uitzicht vanaf dat bankje ook wel aan. En dus heb ik hier vanmiddag een date. Ik kijk ernaar uit …