Even nazomeren

Als de weersverwachting klopt, kunnen we vandaag even wat nazomeren. Dat staat me wel aan, want er staat weer een dagje met mijn fotomaatje op het programma. Lekker om aan het eind van deze herfstachtige week even op pad te kunnen en de zon op te zoeken.

Een vrolijke vrijdag gewenst!

Een bemoste dode boom

Bij het punt waar het blauwgrasland begint, maakte ik rechtsomkeert om terug te lopen naar de parkeerplaats. Waar ik op de heenweg mijn blik vooral op de noordkant van het Weinterper Skar had gericht, keek ik nu meer naar de zuidkant …

Of het een kwestie is van verzuring of vernatting, weet ik niet, maar er staan verschillende dode bomen in het terrein. Van het meest fotogenieke exemplaar heb ik de onderstaande serie gemaakt …

Het was een korte, maar mooie wandeling, maar na deze fotosessie werd het echt tijd om naar de auto te gaan.

Een laat lammerseizoen?

Het mooie herfstweer lokte me weer eens terug naar een oude liefde, het Weinterper Skar. Ik besloot nu eens een keer te starten op de parkeerplaats aan de Nije Heawei aan de westkant van het gebied …

Ik was nog maar net op weg, toen ik aan de rechterkant van het pad een in plastic verpakt affiche zag hangen. Benieuwd naar de tekst boog ik me voorover om de tekst te kunnen lezen. Hmmm … kennelijk was er in het Weinterper Skar sprake van een laat lammerseizoen … 😉

Bij gebrek aan dartele lammetjes vervolgde ik mijn weg. Al snel was ik bij de slagboom aan het eind van de verharde weg. Vanaf dit punt is in november 2016 de weg weggehaald. Sindsdien ben ik maar een paar keer voorbij deze slagboom geweest …

Het was geen straf om er te lopen. Om te beginnen vond ik er de eerste paddenstoelen van het jaar. Maar nog mooier vond ik de twee blauwe knopen, die vlak langs het pad stonden te bloeien …

Aan het begin van het blauwgrasland aan de linkerkant van het pad merkte ik dat het genoeg was geweest. Het tweede bankje, dat eind 2016 ter compensatie van het verwijderen van de weg is geplaatst, stond nog ruim 200 m verder. Dat ging ‘m niet meer worden, ik moest tenslotte ook weer terug naar de auto …

– wordt vervolgd

Zelfde bankje, andere libel

“Kijk, de dieren zochten je toen al op …,” schreef Sjoerd gisteren in reactie op de foto van de libel op het bankje. Nou leest Sjoerd hier al sinds ongeveer 2006 mee, dus enige voorkennis kan hem niet worden ontzegd. Hij heeft dus ook wel gelijk, want er kwam ook meerdere keren een hagedisje bij me zitten …

In de periode 2005-2015 maakte ik gemiddeld twee keer per week een fotokuier in het Wijnjeterper Schar, in het Fries: Weinterper Skar. Dit is een klein Natura 2000-gebied ten zuidoosten van Drachten. Wanneer ik daar op één van de bankjes neerstreek, kwam er regelmatig een libel of waterjuffer bij me zitten. Deze bruinrode heidelibel kwam er in september 2007 even gezellig bij …

Op een rugleuning

Aanhoudende vermoeidheid en krachteloze onderdanen weerhouden me er nog steeds van om regelmatig even een fotokuiertje te maken. Om de fleur er toch wat in te houden, doe ik voorlopig zo nu en dan een greep in mijn archief. Deze libel kwam in september 2008 naast me zitten op rugleuning van een bankje in het Weinterper Skar …

Pas uitgeslopen libellen

Vandaag even wat foto’s uit de oude doos. Maandag had Bushcrafter een paar foto’s van de larvehuid van een uitgeslopen libel op zijn blog staan. Omdat dit een nieuw fenomeen voor hem was, heb ik even wat foto’s opgezocht uit mei 2008.

Jetske en ik – ja, zo lang en nog langer gaan wij als fotomaatjes door het leven – waren die dag samen in het Weinterper Skar op pad. Daar vonden we bij de dobbe een paar libellen die echt nog maar net waren uitgeslopen …

De meeste soorten libellen leven hooguit een paar maanden als volwassen insect. Voordat de libel zo’n mooi gevleugeld insect is, leeft hij eerst geruime tijd onder water als larve. Bij sommige soorten duurt dat stadium één tot twee jaar, bij andere soorten kan het wel vijf jaar duren. Al die tijd vervelt hij verschillende keren en gaat de larve als een geduchte jager en vreetmachine door het leven. Hij lust zo ongeveer alles van zoetwaterpissebedden en dikkopjes tot kleine stekelbaarsjes. Tegen het eind van de larvetijd kruipt hij omhoog langs een water- of oeverplant …

Als de larve een geschikte uitsluipplek heeft gevonden, houdt hij zich stevig vast en vervelt voor de laatste keer. De huid van kop en borststuk barsten open en heel langzaam komt de volwassen libel eruit. Wanneer kop, borststuk en poten eruit zijn, grijpt de libel zich vast en trekt zijn achterlijf uit de larvenhuid …

Als de libel uit de larvehuid is gekropen, pompt hij zijn achterlijf en vleugels op. Daarna moeten de vleugels nog drogen en uitharden, dat kan nog enige tijd duren. Uiteindelijk kiest de libel het luchtruim, waarna hij enkele weken of een paar maanden door het leven gaat als een geduchte vliegende jager …

We vonden die dag een paar verschillende soorten uitsluipende libellen. Op de eerste 4 foto’s is de smaragdlibel te zien, op de 5-delige serie hierboven staat een viervlek libel. Wil je alles weten over het uitsluipen, dan kun je hier terecht: de levenscyclus van libellen.

Kortom: het was een topdag voor het laag-bij-de-grondse werk. Dat kon toen nog. Tegenwoordig waag ik me daar maar zelden meer aan. Zo diep als Jetske ben ik dankzij het kantelbare schermpje van mijn camera nooit hoeven gaan. Door de knieën zakken lukt nu ook nog wel, maar ik moet vervolgens ook weer omhoog, en dat wordt met de week moeilijker. Gelukkig heb ik de foto’s nog …

Foeragerende ooievaars in de wei

Gisteren vertelde ik hier al, dat ik op weg terug naar huis langs een weiland kwam, waar een tiental ooievaars liepen te foerageren. Dit is geen uitzonderlijk beeld in deze contreien, want onder andere bij Beetsterzwaag en bij Earnewâld zijn talloze ooievaarsnesten te vinden …

Ook de ooievaar die over kwam vliegen, toen ik een uurtje daarvoor in het Weinterper Skar op het bankje zat, was waarschijnlijk naar dit weiland onderweg. Best kans dat hij nu ergens tussen de andere ooievaars stond …

Gelukkig liepen er dichter bij ook een paar ooievaars. Ik zocht een plekje waar ik ze – niet gehinderd door het struikgewas langs de weg – kon portretteren, terwijl ze zij aan zij door het weiland liepen. Nu eens ving de één een klein hapje, dan weer de ander …