Een chagrijnige spreeuw

Vorige week donderdagochtend zat ik op het terras, toen er een spreeuw neerstreek op het landingsplatform van de pindakaaspot. Terwijl we oog in oog tegenover elkaar zaten, keek hij me met een chagrijnige blik aan, alsof hij wilde zeggen: “Hé lullo, wanneer krijgen we eens een nieuwe pot pindakaas …”

Daar vond ik het nog te vroeg voor. “Je wacht nog maar even,” seinde ik terug. Daarna keurde hij me geen blik meer waardig …

Een buizerd en twee reigers

Vorige week maandag heb ik het er voor het eerst sinds mijn blessure aan rug en linkerbeen op gewaagd om in mijn uppie een kuier naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder te maken. Het was grijs en veel viel er niet te beleven, maar aan de westkant van de hut zaten van links naar rechts een buizerd, een blauwe reiger en een grote zilverreiger waar ik me even mee heb kunnen vermaken …

De grote zilverreiger paradeerde ongedurige heen en weer …

De blauwe reiger deed verwoede pogingen om een maaltje vis te vangen …

En de buizerd … de buizerd bleef onverstoorbaar in zijn boomtop zitten …

de buizerd bleef overstoorbaar in de top van zijn boom zitten ...

Zicht op de horizon

Je hebt een fotomaatje of niet, en ik heb er één!

Nadat we vrijdagochtend onder het genot van koffie en koek hadden bijgepraat, vroeg Jetske of ik het zag zit om een ritje te maken. Onder de voorwaarde dat ze drempels en andere verkeersremmers extra voorzichtig zou passeren om mijn onderrug niet nodeloos te belasten, leek dat me wel wat …

De zon scheen en er dreven vriendelijke wolken langs het zwerk. Daar komt nog bij dat ik eigenlijk toch wel minstens 1 of 2 keer per week de horizon moet kunnen zien. Ik stelde voor om even naar de Jan Durkspolder te rijden. Daar is rondom horizon te zien en met een beetje geluk zou ik, gewapend met mijn kruk, zelfs de grote vogelkijkhut kunnen bereiken. Kortom: dat aanbod kon ik niet afslaan …

150 meter krukken bleek toch nog een flinke afstand te zijn, maar het lukte. En het was de moeite waard. Erg veel was er niet te zien, maar een paar wandelaars met een hond en een groep ganzen in de verte boden toch enige afleiding. En verder was er vooral veel horizon te zien en daar was het om begonnen …

De mussen en het pimpeltje

Het was al gezellig druk in de tuin, toen ik maandagochtend met een bakje koffie het terras op scharrelde. Ik was nog maar net gaan zitten, toen er een groepje mussen bij het vogelbadje neerstreek. Gezellig tjilpend, kwetterend en fladderend vermaakten ze zich daar een tijdlang …

Vlak nadat de mussen te water waren gegaan, verscheen er een pimpelmeesje. Zoals ik wel vaker had gezien en gefotografeerd, maakte het pimpeltje het zich gemakkelijk op een cortenstaal lisdodde. Daar wachtte ze rustig tot het haar beurt was …

Toen de mussen enkele minuten later en masse vertrokken, vloog het pimpelmeesje van de lisdodde naar het badje. Op de rand staand keek ze even om zich heen, daarna nam ook het pimpeltje haar verkwikkende ochtendbad …

Kieviten in de regen

Van de kijkhut bij de Leijen reden we naar de hut in de Jan Durkspolder. Daar was het zo mogelijk nog stiller dan op en rond de Leijen. En de wolken waren er nog wat donkerder …

Helemaal tegen de oostelijke oever van de plas stonden een paar grote groepen kieviten. De vogels verzamelen zich in deze tijd van het jaar om op te vetten en daarna samen de trek naar zonniger oorden aan te vangen. Een paar maal vlogen de kieviten massaal op. Vaak is dat een teken dat er een grote roofvogel in de buurt is, maar die hebben we niet kunnen ontwaren …

Zodra de vogels weer in het water stonden, keerde de rust in en om de plas terug. Er vloog nog een blauwe reiger voorbij, die een stukje verderop in het water landde. Als in een poging om een naderende bui te ontwijken, trok hij zich terug achter een klein bosje dat aan de westkant van de hut in het water staat. Die poging om droog te blijven is jammerlijk mislukt, vrees ik. Amper een minuut later begon het zachtjes te regenen, en die zachte regen ging al snel over in een hele stevige regenbui …

Zodra het even droog werd, besloten Jetske en ik onze biezen te pakken. Vlak voordat een volgende bui losbarstte, waren we weer bij de auto. Pas toen we ons huis naderden werd het weer droog. We lijken hier een soort abonnement op te hebben, want ons vorige bezoek aan de Jan Durkspolder eindigde op 1 augustus op dezelfde manier

Een visarend en twee roeken

De zon scheen nog flauwtjes, toen Jetske en ik op de laatste vrijdag van augustus in de auto stapten om even een ritje te maken. Omdat er regen in de lucht hing, besloten we er een vogelkijkhut-dagje van te maken. De eerste stop was bij de vogelkijkhut bij de Leijen …

Terwijl we onze blik over het meertje lieten glijden, viel ons in eerste instantie niets bijzonders op. De enige andere fotograaf die in de hut zat, wees ons echter op het rechterdeel van de laatste restanten van het eilandje. Daar zat een visarend in de boom …

Tijd om even in te zoomen, want de visarend ontbrak tot dat moment nog in mijn foto-archief. Voor onze komst zat er nog een tweede visarend in de boom, maar die was net weggevlogen, vertelde de andere fotograaf. ‘Opgestaan plaatsje vergaan’, zo leek het, want nu verschenen er twee roeken of kraaien in de boom …

Door hinderlijk heen en weer te vliegen en te wisselen van tak, leken de zwarte vogels met hun pesterige gedrag een reactie van de visarend uit te lokken …

De enige reactie die daarop kwam, was dat de visarend een paar maal zijn vleugels uitsloeg. Dat gaf even een mooi beeld van het formaat van de visarend. Wat een vleugels heeft die vogel, hij is duidelijk groter en slanker dan de gemiddelde buizerd …

Omdat deze status quo voorlopig in stand leek te blijven, en er verder weinig te beleven was op de Leijen, besloten wij eens elders te kijken.

Even een visje wegwerken

In de Jan Durkspolder zag ik een visdiefje, dat met een gevangen visje neerstreek op één van de palen aan de zuidkant van de kijkhut. Nou ja, visje …

Het was een hele hap voor de vogel. Toen bleek dat hij de vis niet 1, 2, 3 door kon slikken, besloot hij ermee weg te vliegen. Eenmaal onderweg leek het er zowaar op, dat de vis naar binnen probeerde te zwemmen …