Een hoopvol wintertje

Zoals ik aan het begin van het wintertje een tussenstop aan de Wolwarren maakte, nadat ik de eerste schaatsers bij de Hooidammen had gezien, zo deed ik dat ook aan het eind van het wintertje …


Schaatsers waren hier niet meer te zien, maar dat had ik ook niet verwacht. Achter de Hooidammen en in de Jan Durkspolder lag nu meer en mooier ijs dan hier, en het was er nog gezelliger ook. Bij gebrek aan schaatsers liet ik nu de windmotor aan de Wolwarren en zijn veel grotere neef in de verte bij De Veenhoop figureren in het kille winterlandschap. Ook een mij welbekende boom mocht nog even meedoen …

Nog een laatste blik over de vlakte achter de wuivende rietpluimen. De glans van het ijs was onder invloed van de weersverandering al verdwenen en het KNMI beloofde weinig goeds voor de rest van het jaar. Intussen weten we maar al te goed dat die ‘belofte’ is uitgekomen. Zoals het nu lijkt, hebben we rond de jaarwisseling temperaturen in de dubbele cijfers. En de vooruitzichten stemmen somber, in de eerste helft van januari lijken we winterweer wel te kunnen vergeten nu de westelijke stroming stevig in het zadel zit …


En toch wil ik ook wat dit betreft maar weer optimistisch en hoopvol afsluiten. Dit vijfdaagse decemberwintertje heeft er in ieder geval voor gezorgd dat er in 2022 nog even op natuurijs geschaatst kon worden, want dat zat er in de winter van 2021-’22 niet in. En hoewel het er voor de eerstkomende twee weken niet goed uitziet, duurt de winter daarna nog tot eind februari. Dus we mogen in ieder geval blijven dromen …

Het kon nog net even

De dooi was in grote delen van ons land al ingetreden, maar op het ondergelopen land bij de Hooidammen ten westen van Drachten kon zondag 14 december nog geschaatst worden. Aan het begin van de middag werd de lokroep van het ijs weer zo sterk, dat ik er toch nog maar even naar toe ben gereden …


De vaarweg tussen Drachten en Earnewâld lag nog helemaal open. De laatste keer dat daar ook een mooie laag ijs op lag, was in februari 2012. Maar dat kon de pret niet bederven, want voorbij de bomen lag links van de Hooidamsloot een mooie ijsvlakte …

Op die ijsvlakte, waar 4 dagen daarvoor de eerste vermetele schaatsers voorzichtig hun eerste streken zetten, lag nu van hier bijna tot Earnewâld een mooie stevige ijsvloer …


Zodra het schoeisel was verwisseld voor schaatsen, konden de eerste rondjes worden gemaakt. Nou ja, rondjes … het waren mooie ronden van naar schatting twee kilometer. Daar konden de liefhebbers die dag nog volop van profiteren en dat deden velen dan ook …

Na een paar van die rondjes was het voor menigeen wel tijd om de benen, die aan het begin van het seizoen nog niet gewend waren aan de schaatsbewegingen, even wat rust te geven. Dat was natuurlijk meteen een mooie gelegenheid om nog even iemand te bellen om te vertellen wat hij of zij miste …


Het deed me deugd om te zien, dat het niet alleen volwassenen waren die zich op de gladde ijzers waren. Er waren ook verrassend veel kinderen op het ijs. De kleinsten werden waar nodig overeind geholpen en gehouden door een van hun ouders. Wat grotere kinderen waren intussen op zichzelf aangewezen. Wie viel werd geacht al snel weer op te krabbelen om daarna gewoon verder te gaan, zoals ik dat zelf in het begin ook talloze malen had gedaan …

Luidruchtig overvliegende ganzen haalden me na verloop van tijd uit mijn dromerij uit de tijd toen ik zelf nog graag schaatste. Tijd om terug te gaan naar de warmte van de huiskamer …

Ode aan een schaatser

We blijven nog even in winterse sferen. Toen het anderhalve week geleden nog wat winterde, hebben Jetske en ik samen een ritje door de Weerribben gemaakt. Nee, niet op de schaats maar veilig en behaaglijk in de auto. Hoewel het ijs na enkele nachten met lichte tot matige vorst nog niet overal betrouwbaar kon zijn, zagen we tot onze verbazing die dag ook op diepere vaarten en sloten veel mensen het ijs op gaan, ook met kleine kinderen. Afijn, daar ga ik het hier niet over hebben, want dat verhaal is door mijn fotomaatje in woord en beeld mooi beschreven in haar logje ‘De verloren schaatsen’


Voordat we aan de kant van het ijs getuige waren van dergelijke gekkigheid, bracht Jetske ons naar het beeld ‘De schaatser’ bij Sint Jansklooster (Google Maps). Dit is een beeld van de winnaar van de Elfstedentochten van 1985 en ’86: Evert van Benthem, die op een steenworp afstand van het beeld geboren is in Sint Jansklooster. Het kunstwerk is in opdracht van Dorpsbelang gemaakt door dorpsbewoner en hout- en metaalkunstenaar Albert Weijs en op 22 april 2022 onthuld door Evert van Benthem zelf …


“Een kunstwerk van Evert van Benthem maken is natuurlijk het beeld van een schaatser voor ogen hebben, maar het liefst wel met een extra dimensie,” zo vertelt de kunstenaar zelf op een infobord op de achterkant van de sokkel …

Zeg je Evert van Benthem, dan zeg je Elfstedentocht. Zeg je Elfstedentocht, dan denk je aan een van oudsher historisch schaatsspektakel, waar vele schaatsers van droomden en nog steeds van dromen om er ooit aan mee te kunnen doen. Waar veel schaatsers zijn, daar zijn nog meer schaatsen. Een historische tocht betekent oude schaatsen, Friese doorlopers, houtjes. Het beeld van Van Benthem is daarom gemaakt van oude Friese doorlopers


Hij staat er in de pose van de schaatser die in 1986 kracht zette om weg te rijden van zijn tegenstander Rein Jonker, om daarna ruimschoots als eerste over de eindstreep op de Bonkevaart te komen. Kijk je naar Evert van Benthem zijn rechterschaats, dan zie je dat er een stukje mist uit het schaatsijzer. Dit is een knipoog naar de Elfstedentocht van 1985. Na zijn overwinning bleek dat hij met een kapotte schaats had gereden. Nummer 13 staat dus niet altijd voor kommer en kwel …

Berijpte hedera

Om op zijn minst op het scherm nog over een vleugje winter te kunnen beschikken met de kerstdagen, heb ik een paar foto’s bewaard van de berijpte hedera van half december …


Het is en blijft behelpen natuurlijk, maar we zullen het ermee moeten doen …

Gespieste herfstbladeren

De laatste bladeren van de hazelaar dwarrelden dit jaar rond 10 december naar beneden. De meesten vonden probleemloos een zacht plekje bij hun voorgangers ergens in de tuin …


Enkele bladeren waren wat minder gelukkig en kwamen pas in de koudste nachten van het jaar terecht op één van de scherpe punten van de yuca achter vijver. Daar heb ik op 10 en 13 december wat foto’s van gemaakt …

Bomijs in het bos

Van de harde rechte lijnen en scherpe hoeken van het zwarte ijs gaan over naar een deel van de plas waar bellen en bubbels te zien zijn. Aan de wit uitgeslagen delen kun je zien dat dit uiterst onbetrouwbaar ijs is. Dit is het zogenaamde ‘bomijs’


De witte delen drijven niet op het water zoals het mooie zwarte ijs elders op de plas wel doet. Dit ijs wordt gedragen door de walkant en de luchtbellen die eronder zitten. Het water dat er oorspronkelijk onder zat, is waarschijnlijk de bosbodem in gezogen. Daardoor heeft dit ijs in feite helemaal geen draagkracht. Zodra je erop stapt, hoor je ‘krak’ en heb je een wak …

Bubbels en bellen

Gisteren liet ik hier zien hoe het ijs er vanaf deze kant van de plas in tegenlicht uitzag, zwart en overdekt met strakke lijnen en patronen op het oppervlak …


Toen ik er even omheen liep, kwam het ijs op een deel van de plas ineens in een heel ander licht te staan …

  • morgen meer hiervan …