We begonnen en we eindigden die mooie vrijdag in maart bij Jetske in de tuin. Om half elf ’s ochtends zaten we aan de rand van de vijver aan de koffie met verse cake. Rond vier uur ’s middags deden we dat nog eens, alsof het zomer was …
De ‘harige’ kikker dobberde rustig in het water, aan de andere kant van de vijver en de pomp kakelden de kippen ons vrolijk toe en de prachtige bloemen van de magnolia wuifden zachtjes met gesloten kelken heen en weer. Het was een passende afsluiting van een mooie dag, zoals we die ook ruim 15 jaar geleden ijs en weder dienende al vaak hadden. In dat opzicht is er nog weinig veranderd. Dankjewel, fotomaatje …
Nadat we de nodige foto’s hadden gemaakt van de ooievaars in het bosachtige deel van ‘de Lokkerij’ zijn Jetske en ik enige tijd bij het veld met de paalnesten gaan zitten …
Vooral het geklepper, dat regelmatig opklonk van één of meerdere nesten was fascinerend. Het geklepper begint vaak al, wanneer een partner naar het nest komt vliegen. Na de landing wordt er niet alleen geklepperd, maar ook stijlvol gedanst. Met de snavels dicht bij elkaar tonen de geliefden elkaar hun genegenheid. Het is niet voor niks dat ooievaars monogame partners zijn, die elkaar in principe hun leven lang trouw blijven …
Dat alles bij elkaar vroeg niet alleen om beeld, maar ook om geluid. Tijd voor een actiefilmpje …
Daarmee kom ik aan het eind van dit verrassende bezoek aan ‘de Lokkerij’. Met dank aan mijn fotomaatje!
Tijdens mijn reguliere ritjes zie ik vooral rondom Earnewâld regelmatig ooievaars, maar in zo’n bosrijke omgeving als hier bij ‘de Lokkerij’ zag ik ze niet eerder. De naam ‘Lokkerij’ betekent trouwens niet dat de ooievaars hier naar toe werden gelokt. De naam houdt verband met de familie Lokken, die in de boerderij waarin nu het ooievaarsstation gevestigd is, generaties lang het boerenbedrijf uitoefende. Lokkerij betekent dus: ‘de boerderij van Lokken’ …
Ik vond het fascinerend om te zien hoe de ooievaars daar in het bos bouwmateriaal bijeen sprokkelen om hun boomnesten te bouwen. Dat sprokkelen is één ding, maar dan moet het spul vervolgens ook nog naar huis worden gebracht. Dat betekent in dit geval opstijgen tussen de bomen door, daarna wordt buiten het bos met een wijde boog hoogte gemaakt …
Eenmaal op de juiste hoogte keert de ooievaar met zijn vracht terug naar het bos. Vervolgens is het de kunst om strak tussen de bomen door te manoeuvreren om het bouwmateriaal uiteindelijk netjes af te leveren bij moeder de vrouw op het nest in aanbouw. Er is nog wel het nodige werk aan de winkel voor dit koppel, want meer dan een paar takjes liggen er zo te zien nog niet. Maar ze vliegen af en aan, dus ze doen wel hun best …
De meeste ooievaars op boom- en paalnesten rondom hebben het er beter voor staan. Vooral veel van de oude boomnesten zijn indrukwekkend. Aan veel van die nesten wordt al jarenlang gewerkt, en daar zijn ook al vele generaties uit voortgekomen …
Maar niet iedereen maakt zich even druk om een nest. Dit koppel stond lekker rustig naast elkaar in de zon. Het fundament ligt er, en daar lijkt het nog even bij te blijven. Misschien zijn ze ook nog simpelweg te jong om al aan broeden te beginnen. Je weet ’t niet …
Vorige week woensdag zweefden er een tijdlang twee ooievaars boven onze woonwijk. Daar valt niet veel voor ze te halen, het zal dus wel een verkenningsmissie geweest zijn om t.z.t. ergens wat te brengen. Daar naar kijkend, nam me ik voor om deze week weer eens een ritje langs de ooievaars bij Earnewâld te maken. Het zou er echter niet van komen, maar ik ging wel naar de ooievaars …
Terwijl we twee dagen later aan het begin van een gezamenlijke fotodag bij Jetske op het terras aan de koffie zaten, vroeg Jetske of het een idee was om naar ooievaarsstation ‘de Lokkerij’ te gaan. Ze was daar enkele dagen eerder al samen met haar zoon geweest, maar van foto’s maken was toen niet veel gekomen. Afgaand op de foto’s die ze ervan had getoond op haar blog, leek het me een prima plan …
En zo stonden we een uur later bij ooievaarsstation ‘de Lokkerij’. Het is prachtig gelegen in het Reestdal, op de grens van de provincies Overijssel en Drenthe (Google Maps). Het is net als ‘It Eibertshiem’ bij Earnewâld één van de eerste 12 ooievaars-buitenstations die eind jaren ’70 in het leven zijn geroepen …
Nadat in de jaren 60 de ooievaar in ons land was uitgestorven, werd er in 1969 in het Liesvelt in Groot-Ammers een fokprogramma gestart. Ooievaars die daaruit zijn voorgekomen kregen na verloop van tijd op deze buitenstations de kans om te wennen aan een meer natuurlijk leven …
Het fokprogramma en de buitenstations zijn een groot succes gebleken. Nadat de ooievaars eind jaren 60 uitgestorven waren, telt ons land momenteel weer 1200-1300 broedparen. Zoals hier had ik ze echter nog niet gezien. ‘De Lokkerij’ telt op en rondom huize ‘de Luttike Havixhorst’ momenteel ca. 50 broedparen, die nestelen op palen en daken, maar ook in de bomen …
We besloten nog even door te lopen naar het ‘Afanja-bankje’. Bij de splitsing van de paden bleef ik even op de uitkijk staan, zodat Jetske het bloed weer even kon laten kruipen waar het eigenlijk niet kan gaan …
Ook het blauwgrasland in het Weinterper Skar was flink nat. De slenk had het er maar druk mee om alle overtollige nattigheid af te voeren. Precies zoals het met de herinrichting in 2015 was bedacht. Vóór die herinrichting was het een mooi, gevarieerd insectenrijk gebied, waar ik wekelijks te vinden was. Voor mij heeft het gebied als gevolg van de herinrichting zijn glans helaas verloren …
Tegenwoordig kom ik er nog slechts een paar maal per jaar. En dan zit ik toch graag even op ‘mijn bankje’. Ik blijf zeggen dat het 20 meter noordelijker bij de splitsing van de paden mooier en beter had gestaan. Maar goed, op momenten zoals vorige week vrijdag ben ik al blij, dàt er tegenwoordig überhaupt een bankje staat …
Het pad was in de natte periode overigens mooi kapot gejakkerd. Dat kan maar door een klein aantal mensen gedaan zijn, omdat er maar enkele mensen zijn die de slagboom open kunnen doen. Dus ik zou zeggen: er achteraan SBB! Want dit is nog wel wat anders dan even voorzichtig een paar stappen naast het pad zetten. Het lijkt verdorie wel een loopgraaf …
Makkelijker dan gedacht liepen we enige tijd later terug naar de parkeerplaats. Ik kon het hele stuk met losse handjes lopen. Maar het was fijn dat Jetske me daarna weer veilig thuis afzette … 🙂
Zoals ik gisteren al vertelde, had ik gehoopt even lekker in de zon op één van de vele bankjes langs de ijsbaan te kunnen zitten, maar dat viel even lelijk tegen. Alle bankjes stonden met hun pootjes in het water. Het eerste bankje viel meteen al af …
Er was overigens ook wat nieuws te zien: er lag een vlonderpad langs de rechteroever van het Witte Meer. Hoe lang het er ligt, weet ik niet, want zo vaak kom ik hier tegenwoordig niet meer …
Terwijl ik mijn zoektocht naar een rustpuntje voortzette, liet Jetske met haar opwaaiende blonde kuif mooi zien, dat we hier voor de luwte niet naar toe hadden hoeven gaan …
Gelukkig had ik mijn hoge wandelschoenen aangetrokken ’s ochtends. Stapje voor stapje waadde ik na enige tijd toch maar voorzichtig naar een bankje. Daar kon ik, met het hoofd lekker in de zon en mijn voeten in het koele water, vooral mijn bovenbenen even tot rust laten komen …
Nadat ik voor mezelf een notitie had vastgelegd om in de loop van voorjaar of zomer nog eens terug te komen om het vlonderpad te verkennen, maakten we ons op voor de kuier terug naar de auto.