Mijn eerste ringslang

De ringslangen lieten het tijdens het eerste halfuur dat we op de vlonder zaten vooralsnog afweten. Daarom besloten we beurtelings eens te kijken of er verder nog wat te zien was …


Op een paar plekjes langs de vlonder zaten kikkers, Mooie kikkers met verschillende tinten groen, ik heb geen verstand van kikkers, maar het zouden poelkikkers kunnen zijn …

Nadat ik – om zo weinig mogelijk te kraken – voorzichtig mijn rondje over de vlonder had gemaakt om de bovenstaande kikkers te fotograferen, keerde ik terug naar de dromerigheid van de waterkant …


En plotseling was hij daar. Ik hoorde Jetske nog min of meer fluisterend roepen: “Jan … ringslang …,” maar op dat moment had ik mijn eerste foto al gemaakt …


Terwijl hij van rechts naar links vlak voor ons langs zwom, kon ik hem volgen tot hij aan de andere kant van de vlonder tussen de oeverbegroeiing verdween. Met een high five vierden we mijn eerste ringslang

– wordt vervolgd

Dodaars op de Catspoele

Nadat ik me een tijdlang had vermaakt met de schaatsenrijders vlak voor de vlonder, liet ik mijn blik langs de oever van het ven glijden …


Na enige tijd kreeg ik een vogel in beeld, zodra ik hem dichterbij had gehaal met behulp van de zoomlens, was duidelijk dat het om een dodaars ging. De dodaars is een kleine, schuwe watervogel, ’t is onze kleinste futensoort. …


En hij was niet alleen. Al snel verscheen er een tweede dodaars in beeld die met razende vaart in de richting van nummer één zwom. Die razende vaart was maar tijdelijk, want al snel dobberden ze heel bedaard samen op ’t ven …

En zo snel als ze verschenen, waren ze even later ook weer verdwenen. Je beleeft wat op zo’n vlonder bij een idyllisch gelegen ven …

– wordt vervolgd

Bij een vennetje

Er ontgaat Jetske maar weinig wanneer we samen op pad zijn. We waren dan ook nog niet eens uitgekeken op de oude beuken, toen ze me vroeg of het klopte dat er een stuk verderop een vlonderbrug over een glinsterend vennetje te zien was (Google Maps) ...


Ik had al ingecalculeerd dat we daar ook nog even naar toe moesten nu we hier toch waren, want dit is echt een prachtig vennetje. Maar ik voelde ook dat het langzamerhand een uitdaging begon te worden om straks terug te kunnen lopen. Ik maakte de inschatting dat het net zou kunnen …


Ik heb hier in het verleden al diverse keren gezeten om wat te spelen met de weerspiegelingen die er vanaf het bruggetje rondom te zien zijn. Wind is hier maar zelden een spelbreker. En met wat medewerking van zon en wolken is het er nog mooier …

Op de onderstaande foto is te zien dat de weerspiegelingen aan de zuidkant van het bruggetje werden gebroken door waterplanten. Maar aan de noordkant waren ze vrijwel perfect …


Nadat ik wat foto’s had gemaakt vanaf het bruggetje en vanaf de andere kant van het ven, ben ik lekker op het bankje gaan zitten, dat op de oostelijke oever van het vennetje staat. Dat gaf me de kans om ook zittend op het bankje nog even wat te spelen met de weerspiegelingen …

Jetske vermaakte zich intussen wel, zij was aan een verkenningsrondje langs de randen van het ven begonnen …

Oog in oog

Pas nadat ik de foto van de pootje badende hooglanders gisteren had gepubliceerd, herinnerde ik me dat er nog een verhaal achter die foto zit.

De foto is net als die van vandaag gemaakt op 14 september 2006. Het was een warme dag, maar desondanks besloot ik voor het eerst eens een fotokuier te maken bij de Dellebuursterheide (Google Maps). Ter plekke ontdekte ik, dat ik eerst bijna een kilometer over een lang recht pad moest lopen, voordat ik op de heide was. Dat was een tegenvaller, maar gelukkig kon ik die afstand toen nog vrij makkelijk hebben. Eenmaal op de heide bleef ik het pad langs de heide een stuk volgen, totdat ik een bankje in de schaduw vond. Daar ging ik even lekker zitten om van het uitzicht over de heide te genieten. Na enige tijd hoorde ik vlak achter me plotseling een krakend en snuivend geluid. Toen ik me omdraaide, sloeg de schrik me even om ’t hart, Ineens zat ik oog in oog met de onderstaande gedaante …

(Door op de één of andere manier op de foto te klikken, kun je hem op bijna angstwekkend groot formaat bekijken)

Het kan net zo goed 10 tellen als een volle minuut hebben geduurd, maar op enig moment besloot ik de bovenstaande foto van hem te maken. Hij snoof nog eens en daarna liep hij langs mij en het bankje om rustig sjokkend zijn weg in de richting van een ven op de heide te vervolgen.

Toen ik even later langs het ven liep, heb ik een serie foto’s van de hooglanders in het verkoelende water gemaakt. Op dat moment zag ik ook de auto van It Fryske Gea naderen, waarvan de medewerker bezig was geweest met het opnemen van de waterstand op diverse plaatsen in het gebied. Omdat onze paden elkaar een stuk verderop zouden kruisen, zette ik de stap er even goed in om hem een lift naar de weg te kunnen vragen.

Het ritje naar de weg was mijn geluk die dag. Ruim een kilometer naar de parkeerplaats lopen zou een enorme klus geworden zijn. Voor zover ik me herinner was het de eerste keer sinds de diagnose MS twee jaar eerder, dat ik mezelf flink tegen ben gekomen bij warm weer. Sindsdien ben ik een stuk voorzichtiger geworden. Bij temperaturen van 25°C of hoger begin ik niet meer aan fotokuiertjes, zeker niet in mijn eentje.

Bij de Dellebuursterheide ben ik sindsdien niet meer geweest, het is een prachtig gebied, maar dat lange rechte pad van bijna een kilometer is tegenwoordig ook zonder warmte al een onoverkomelijke hindernis.

Lekker pootje baaien

Het ziet er naar uit dat het vandaag ook hier in het noorden weer tropisch warm zal worden. Ik hoop van harte, dat het ook de laatste tropische dag van het jaar wordt, want mijn benen verliezen deze week weer met de dag meer kracht. Ik stel voor dat we vandaag maar lekker wat blijven pootje baaien, dan zien we morgen wel weer. Hou ’t hoofd koel en maak er een mooie dag van.

Door op de één of andere manier op de foto te klikken, kun je hem op groter formaat bekijken. …

Aan een vijver

Een week of twee geleden heb ik weer eens een fotokuier in het Weinterper Skar (Google Maps) gemaakt. Nadat ik een tijdje op het intussen welbekende ‘Afanja-bankje’ had gezeten, besloot ik de uitdaging aan te gaan om nog wat verder te lopen …

Even heb ik overwogen om het nieuwe zandpad naar rechts te nemen. Misschien zou het zelfs kunnen lukken om langs de schapen lopend het tweede ‘Afanja-bankje’ te bereiken. Maar nee, hoogmoed komt voor de val. Ik was alleen, bij plotselinge dienstweigering van mijn onderdanen was er niemand om me er op de terugweg doorheen te slepen. Proberen om weer eens tot bij het oude bankje bij de vennetjes te komen leek me een beter plan …

En zo zat ik enige tijd later voor het eerst sinds toch wel vrij lange tijd weer eens op dat bankje aan het water. Bij het vennetje aan de westkant van het pad, dat onderdeel uitmaakt van de poëzieroute door het Weinterper Skar, staat een bordje met een gedicht van Rutger Kopland …

Nadat ik er wat plaatjes had geschoten en een tijdje lekker had zitten mijmeren, besloot ik de terugweg te aanvaarden. Ditmaal langs het schaap dat met haar lam op enige afstand van haar soortgenoten stond …

Ook bij het eerste bankje heb ik vervolgens weer even lekker in de zon gezeten. Terwijl ik daar zat, zag ik ineens dat het pad, waar diepe sporen doorheen liepen toen ik hier de vorige keer met Jetske was, keurig was hersteld. Ik zat er opnieuw lekker, maar het werd nu toch wel tijd om mezelf ertoe te zetten om te beginnen aan het laatste stuk(je) terug naar de auto. Iedere stap begon zwaarder te wegen, maar uiteindelijk ben ik toch weer tot bij de auto gekomen …

Weerzien met It Skar

Op weg terug van het Witte Meer naar de auto, had ik Jetskes’ sterke schouder op het laatste stuk toch weer even nodig. En eerlijk is eerlijk, de auto had ook niet veel verder weg moeten staan …

Onder het genot van een broodje overlegden we in de auto kort over het vervolg van de dag. Er restten in feite twee mogelijkheden: 1. linea recta terug naar de thuisbasis; 2. met een kleine omweg via het Weinterper Skar terug naar huis …

We kozen ervoor om via het Weinterper Skar te rijden. Als mijn onderdanen daar nog dienst zouden weigeren, konden we ons altijd beperken tot het eerste deel van het gebied, vlak naast de parkeerplaats …

Toen we daar enige tijd later wat rond scharrelden, viel het gelukkig weer alleszins mee met mijn benen. Terwijl Jetske een stukje het veld in liep, bleef ik rustig op het pad om mijn plaatjes te schieten …

Bij de poel met riet en lisdodden waar binnenkort hopelijk weer melodieuze kikkerconcerten opklinken, voegden we ons weer bij elkaar …

Toch nog maar even een stukje verder …?