De grauwe dirigent

Zoals ik gisteren al schreef, was het vrijdag heerlijk rustig en haast onwerkelijk stil op en rond de plas bij de grote kijkhut in de Jan Durkspolder. Bijna surreëel in die wereld van grijstinten …

Alleen door flink in te zoomen, kon ik zien dat er aan uiterste zuidkant onnoemlijk veel eenden ronddobberden …

Vanuit een ooghoek ontwaarde ik na enige tijd dat er dichterbij, aan oostkant van de hut ineens iets gebeurde. Eén van de twee grauwe ganzen die daar al een tijdlang zij aan zij in het water stonden, begon omstandig met zijn vleugels te slaan …

Zodra hij in de gaten leek te hebben dat ik de camera op hem had gericht, wisselde hij van plaats met zijn partner. Parmantig ging hij recht voor me staan, waarna hij opnieuw met zijn vleugels begon te gesticuleren alsof hij dirigent was. Gelukkig bleef het bijbehorende gegak van een gans ganzenkoor uit. Dat zou ik pas later op de dag horen  …

 

Tussen Ciara en Dennis

Gisteren ben ik weer eens in de auto gestapt om een ritje naar de Jan Durkspolder te maken …

Het was bewolkt, maar vrijwel windstil en ik had de grote vogelkijkhut een half uur lang helemaal voor mezelf …

Nauwelijks zichtbare golfjes lieten de weerspiegeling van een struikje soepel heen en weer bewegen …

Een pluizig veertje dat in de verte geruisloos op de rimpelingen op en weer deinde, liet zich geruime tijd volgen …

Het was een lekker rustig half uurtje tussen Ciara en Dennis in de Jan Durkspolder.    🙂

Na de mist

Nadat de mist van de jaarwisseling was opgetrokken, zijn wij weer voor een paar dagen afgereisd naar het huis van de kinderen aan de Bonke. Pa en ma wilden er graag samen even een paar dagen tussenuit. Aan ons de schone taak om een paar dagen op huis, hond en kleinzoons te passen …

Dat vinden wij normaal gesproken helemaal geen straf. Tijdens diverse ‘oppasdiensten’ heb ik daar de laatste jaren al heel wat mooie foto’s kunnen maken zonder dat ik er veel voor hoefde te doen. Hoewel het er begin dit jaar af en toe flink waaide, kwamen de foto’s me er ditmaal vanwege de aanhoudende regen bepaald niet aanwaaien …

Nat landschap

Het begint zo langzamerhand een natte boel te worden. Op de plek waar deze foto’s zijn gemaakt niet zo erg niet zo erg, want dit is het ondergelopen polderland langs de Wolwarren tussen Oudega en de Headammen …

’s Zomers sta je hier op de noordelijke oever van de Wijde Ee, die op de achtergrond zichtbaar is. ’s Winters staat het hier vrijwel elke winter onder water. En als ik nu wat uitzoom, dan zien we ook nog weer een hek verschijnen …

Wat zou het mooi zijn om hier over een paar weken weer schaatsers hun eerste streken te zien zetten, zoals dat ook in januari 2016 het geval was. Voorlopig ziet het daar helaas echter niet naar uit …

Glanzend nat

Een bijna verdronken blad toont zijn laatste tinten glanzend nat.

Nog even, en hij is voorgoed verdwenen in ’t zuigend zwarte gat …

De ljip is werom!

Terwijl enige honderden voornamelijk brandganzen zich op nogal luidruchtige wijze ophielden in het noordelijk deel van de Jan Durkspolder, was het aan de zuidkant rustig. Heel rustig …

Niet zo ver van de vogelkijkhut dobberden wat eenden op het water, verder viel er in eerste instantie weinig te zien. Heel in de verte zaten de eerste lepelaars weer op hun vertrouwde nestplaats. Die zijn dus ook al heel vroeg terug …

Terwijl ik zo wat over het water zat te turen, hoorde ik aan de oostkant van de vogelkijkhut ineens een wel heel bekend vogelgeluid. En jawel, daar zat hij … “De ljip is werom – de kievit is terug …”

Nu eens kwamen er een paar smienten langs, dan weer dobberde er een slobeend voorbij. Het maakte de kievit niks uit. Het was een genot om te zien hoe hij ruim 20 minuten heen en weer trippelde op zijn kleine drassige eilandje. En voor wie altijd heeft gedacht, dat de kievit enkel zwart-wit gekleurd is … Kijk eens wat voor mooie, kleurrijke glans er over zijn verendek ligt …

Tot slot, onder ons gezegd en gezwegen …
Het kan natuurlijk ook heel goed zo zijn dat deze kievit de afgelopen maanden in onze contreien is gebleven, want in zachte winters vliegen niet alle kieviten duizenden kilometers naar het zuiden. Voor zover ik weet, schuiven sommige exemplaren hooguit mee met de sneeuw- of vorstgrens.