Een gevallen das

Afgelopen woensdag ben ik voor het eerst sinds tientallen jaren weer in een bijzonder stukje bos geweest. Het werd een wonderlijke tocht, waarbij ik gelukkig niet alleen was …

Lopen is met warm weer toch al niet mijn sterkste kant, om over op de tast lopen nog maar te zwijgen …

Het eerste wat we onderweg aantroffen was een gevallen das …

– wordt vervolgd –

 

Bij de vijver van mijn fotomaatje

Wie hier al wat langer meeleest, weet dat ik bij mooi weer altijd veel plezier beleef aan de vijver in onze tuin. Klein maar fijn, zeg ik altijd maar. Want veel groter dan 1 bij 1,5 meter is onze vijver niet …

In april heb ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens koffie gedronken bij mijn fotomaatje in de tuin. Daar ligt pas echt een vijver in, en hij is werkelijk prachtig …

Maar ja … verschil moet er zijn, zeg ik altijd maar. Bovendien weet ik hoeveel werk zo’n grote tuin en vijver vergen …

Maar wij hebben salamanders in de vijver, en die heb ik bij Jetske nog niet kunnen ontdekken …    😉

 

Bloemen in de Ecokathedraal

Terugblikkend op de afgelopen periode, ontdekte ik nog een fotoserie die ik begin april in de Ecokathedraal bij Mildam heb gemaakt. Daar heb ik me in de eerste weken van de corona-lockdown een paar maal teruggetrokken om in alle rust buiten te kunnen zijn …

Normaal gesproken staan vooral de bouwwerken van los op elkaar gestapelde stenen, tegels en stoepranden centraal in mijn fotoseries over de Ecokathedraal. In deze serie wijk ik eens van dat patroon af om jullie te laten zien hoe mooi wilde voorjaarsbloeiers de Ecokathedraal momenteel kleur geven. Loop maar even mee

In de oudere delen ligt op verschillende plaatsen een kleurige en fleurige deken langs het pad en rond de bouwwerken. Je kunt er o.a. bosanemonen (boskanemoanen), speenkruid (bûtergieltsjes), grote sneeuwroem (grutte stjerblom) en gele dovenetel (giele dôvenettel) vinden …

Een zweefvlieg op de dotter

Veel insecten laten zich tot dusver nog niet zien in onze tuin. Maar als ze er zijn, verwen ik ze graag …

Toen er onlangs een zweefvlieg op de dotterbloem ging zitten, heb ik die beloond met een kleine portretserie …

 

Bevrijdingsdag in beperkte vrijheid

Alles is raar dit jaar. Zelfs onze 75e Nationale Bevrijdingsdag zullen we dit jaar zoveel mogelijk in eigen huis en tuin moeten vieren. Het wordt een viering in beperkte vrijheid. Geen festivals, geen optochten met oude legervoertuigen en geen vuurwerk. Van alle evenementen die dit jaar niet door kunnen gaan, steekt dit eigenlijk nog het meest. Niet zozeer omdat dit voor mij persoonlijk de belangrijkste feestdag van het jaar is, maar vooral vanwege het feit dat het mogelijk/waarschijnlijk een definitieve streep door de rekening is voor de laatste geallieerde veteranen die nogmaals over zouden komen voor de feestelijke viering van de vrijheid …

Ik vier Bevrijdingsdag hier vandaag op bescheiden wijze met een paar vrolijke oranje bloemen. De foto’s van de goudsbloemen hierboven heb ik onlangs in de tuin van mijn fotomaatje gemaakt. De klappertjes hieronder staan momenteel zachtjes wiegend in de wind in onze tuin te pronken …

Ondanks alle beperkingen wens ik jullie allen een fijne Bevrijdingsdag. Laten we het op waardige wijze vieren. En wat mij betreft doen we allemaal mee met het initiatief van Claudia de Breij, dat intussen ook is omarmd door het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Om 16:55 uur (vijf voor vijf) laten we met ramen en deuren open allemaal ‘Zing, Vecht, Huil, Bid, Lach, Werk en Bewonder’ van Ramses Shaffy uit de luidsprekers klinken …

De achttien dooden

Vandaag, 4 mei, is de Nationale Dodenherdenking in Nederland. Alle burgers en militairen die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (10 mei 1940) in oorlogssituaties of bij vredesoperaties in Nederland of waar ook ter wereld zijn omgekomen worden vandaag herdacht. De herdenking zal er als gevolg van de Coronamaatregelen anders en vooral leeg uitzien. Maar ook in deze Coronatijd nemen we om 20:00 uur twee minuten stilte in acht.

Het lied ‘De achttien dooden’ is een gedicht dat Jan Campert (1902-1943) schreef naar aanleiding van de executie van achttien verzetsstrijders die op 13 maart 1941 plaatsvond op de Waalsdorpervlakte. Het is een bekend gedicht geworden over het Nederlands verzet in de Tweede Wereldoorlog …

Bij het voormalig kamp Westerbork staat een monument ter nagedachtenis aan de journalist, dichter, schrijver en verzetsman Jan Campert. Campert heeft rond de twintig joden naar België helpen ontsnappen. Op 21 juli 1942 werd hij samen met zijn helper, de Bredase journalist Martien Nijkamp, vlak over de grens bij Baarle-Nassau gearresteerd, toen ze de 21-jarige jood Frans van Raalte naar België probeerden te smokkelen. Van Raalte pleegde nog dezelfde dag in gevangenschap zelfmoord …

Campert zat enige tijd gevangen in Breda, in kamp Haaren en in kamp Amersfoort. Uiteindelijk kwam hij via concentratiekamp Buchenwald in november 1942 in het Duitse concentratiekamp Neuengamme terecht. Volgens de officiële verklaring in zijn medische dossier is hij daar op 12 januari van dat jaar op veertigjarige leeftijd overleden aan borstvliesontsteking …

‘De achttien dooden’ werd in maart of april 1943 door de Utrechtse student scheikunde Geert Lubberhuizen uitgebracht als rijmprent met een tekening van Fedde Weidema. Het pamflet werd in ruime kring verspreid en verkocht, en kreeg tijdens kort na de Tweede Wereldoorlog grote bekendheid. Weidema tekende onder het pseudoniem Coen van Hart een compositie van een dode te midden van de symbolen van Nederland. Een vlinder, bloemen, de zon en het silhouet van een stad; met de ruïnes van de oorlog en het prikkeldraad van de onderdrukking …

De bovenstaande prent heeft in mijn tienerjaren lang op mijn slaapkamer op zolder gehangen.