De kikker en de heidelibel

Om maar te beginnen waar ik gisteren was gebleven: nee, ik zat niet helemaal alleen bij de Witte Mar. Maar van het zwarte monster dat de wal op probeerde te kruipen, had ik niets te vrezen. En verder was ik omringd door ‘goed volk’. Om te beginnen hield ’n kikker in het voorbij gaan even halt vlak voor het bankje waar ik lekker in de zon zat …


Terwijl de kikker zijn weg langs het water vervolgde, werd het gezelschap zowaar nog wat mooier. Een minuut of wat later streek er een zwarte heidelibel bij me op het bankje neer. Nadat ik hem even aan mijn aanwezigheid had laten wennen, kon ik voorzichtig bewegend een paar foto’s van hem maken …

Het was toch weer een kleine overwinning om in mijn eentje naar de Wite Mar te lopen. Om dat te vieren, kan de laatste foto van de zwarte heidelibel worden vergroot tot 1920×1200 pixels door erop te klikken …


Fijne zondag verder!

IJsbaan de Wite Mar

Nog zo’n plekje waar ik al enige tijd niet meer in mijn uppie naar toe gewandeld ben, is de Wite Mar (Google Maps) tussen Olterterp en Beetsterzwaag. Het Witte Meer, zoals de naam in het Nederlands luidt, is een bosmeertje dat zijn naam te denken heeft aan de witte zandlaag die de bodem bedekt …


Het grootste deel van het jaar is het er lekker rustig. Als je er in voorjaar of zomer op een bankje gaat zitten, hoor je rondom vooral het gekwinkelier van vogels en het gekwaak van de vele kikkers die zich in en rond het water ophouden. Ook komen er ca 20 verschillende soorten libellen en waterjuffers voor rond het meertje. Maar de Wite Mar is veel meer, het is vooral ook de mooiste ijsbaan van Fryslân


De Wite Mar is bij hoog water amper een meter diep en heeft een lengte van ongeveer 250 m en een breedte van 150 m. De bomen die aan alle kant rondom het ven staan, maakt er in echte winters een prachtige ijsbaan van, waar je als schaatser maar zelden last hebt van tegenwind. En ik kan het weten, want ik heb er meerdere rondjes geschaatst …

‘IJsclub iisnocht’ uit Beetsterzwaag werd al in 1875 opgericht. Bij de oprichting telde de vereniging 47 leden die ieder één gulden en zestig cent contributie afdroegen. Nu, bijna 150 jaar later, telt de vereniging ruim 700 leden …


In 2019 heeft de ijsclub het initiatief genomen om een 160 m lang vlonderpad aan te leggen langs de westelijke over. Dat maakt het voor de schaatsers makkelijker om op het ijs te komen, zonder dat het ijs langs de kant wordt vertrapt. Voor wandelaars is er daarmee een mooie nieuwe wandelroute ontstaan …

Terwijl ik er vorige week lekker op een zonnig bankje wat zat te mijmeren, trok er op enig moment een rilling over mijn rug. Het hondje en de wandelaars waren al lang weer uit zicht verdwenen. Ik was weer helemaal alleen bij de Wite Mar. Maar was ik wel alleen …?

Een ontsnapt hapje

Vandaag nog eens een serie van een meeuw bij de Leijen. Dit is echter al een wat oudere serie uit juni 2019. Wat sfeer en weer betreft passen deze foto’s uitstekend bij het weerbeeld van gisteren en vandaag in Fryslân …


Deze meeuw wist vlak voor de vogelkijkhut een visje te vangen. Toen hij de vis eenmaal boven water had, leek het een flink maaltje te zijn. Dat stond de vis duidelijk niet aan. Nadat hij zich even voor dood had gehouden, sloeg hij een paar maal met kop en staart heen en weer, waarna hij in de diepte verdween. De meeuw bleef alleen en hongerig achter …

Aan de andere kant van de Leijen blies de grasdrogerij in Opeinde intussen weer een wit wolkenspoor langs het verder donkere wolkendek …

Een meeuw op een paaltje

Gebruik makend van het feit dat ik dankzij de nieuwe medicatie een stuk steviger en stabieler liep, heb ik begin oktober weer eens een fotokuiertje naar de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen gemaakt. Daar had ik me alleen een tijdje niet meer aan gewaagd, omdat je er over een smal, vaak tamelijk glibberig paadje langs het water moet lopen. Nu durfde ik het aan om er weer eens op eigen gelegenheid naar toe te gaan …


Er zaten twee echte vogelaars met grote toeters op hun camera’s geschroefd in de kijkhut. Eén van hen vertelde dat ik net te laat kwam, omdat er een paar maal een ijsvogeltje op één van de palen had gezeten. Ik kreeg niet meer te zien dan een meeuw, die het plekje op de paal had overgenomen. Maar daar was ik ook al blij mee, temeer daar ik blij was om te horen dat er recentelijk regelmatig een ijsvogeltje bij de hut te zien was. Dat biedt binnenkort hopelijk weer nieuwe kansen …

In de Catspoolder

In 2009 is de Catspoolder ingericht als natuurgebied en is de bemaling stopgezet. Het waterpeil gaat er nu op en neer met dat van het riviertje de Lende, dat er langs loopt. De polder dient nu ook als waterberging. In de zomer wordt het gebied losgekoppeld van de Lende, waardoor het waterpeil zakt en de grond deels kan indrogen. Om de vallei nat te houden, is een ingenieus systeem van sloten, stuwen en kleppen uitgedacht dat moet voorkomen dat het gebied helemaal verdroogt. Het gebied trekt vooral water- en moerasvogels …


Hoe mooi een vogelkijkhut ook is, het gaat erom wat je er te zien kunt krijgen. En dat valt bij de ‘Catskieker’ niet tegen. Je hebt er een mooi uitzicht over een flinke plas. Recht voor de hut staat een rijtje dode bomen en boomstronken. In de top van de hoogste boom zat een gestaag toenemend aantal aalscholvers te vergaderen. Op een strookje droge grond scheef voor de hut zaten vogels van diverse pluimage, waaronder meeuwen, kieviten, verschillende ganzen en ook hier enkele aalscholvers. Het was allemaal niet spectaculair, maar we hebben ons er bij heerlijk najaarsweer een uurtje prima vermaakt …

Bij de Catskieker

Na ons bezoek aan de ‘Wolvenroep’ stelde ik voor om naar een bepaalde vogelkijkhut te gaan die mijn fotomaatje al eens op haar blog had getoond, en waarvan ik wist dat hij ergens hier in de Lendevallei moest staan. Jetske wist meteen dat ik de vogelkijkhut de ‘Catskieker’ in de Catspoolder (Google Maps) bedoelde. Na een ritje van amper 10 minuten waren we ter plekke …


Daarna volgden nog een korte kuier en de beklimming van een dijklichaam dat het wandelpad scheidde aan de waterkant. Ook hier had Jetske weer een juiste inschatting van de loopafstand gemaakt, zodat we al snel de vogelkijkhut de ‘Catskieker’ betreden. Het belangrijkste deel is een ronde, deels open hut van cortenstaal met daarnaast en deels ervoor een eenvoudig scherm …


De Catspoolder was dankzij de vervening in de 18 en 19e eeuw ooit een petgatengebied. In de twintiger jaren van de vorige eeuw is het gebied geschikt gemaakt voor de landbouw. Om de polder droog te houden voor de landbouw, moest hij sterk worden bemalen …

  • wordt vervolgd

In ’t spoor van de wolf

Vorige week vrijdag stond er weer een fotokuier met Jetske op het programma. Op haar vraag of ik nog iets bepaalds in gedachten had, stelde ik voor om een kuier naar het wolvenmonument in de Lendevallei te gaan. Lachend antwoordde ze, dat ze daar al min of meer op had gerekend …


Mijn fotomaatje had er zelfs al een verkennende wandeling gemaakt om de afstand tussen de parkeerplaats en het monument in te schatten. Het moet gezegd, ze had weer een juiste schatting van de afstand gemaakt. Juist toen ik vroeg: “Hoe ver is het nog?” wees Jetske naar de eerste van een rijtje grote eiken een klein stukje verderop …


En jawel, daar lag het tweede deel van het monument ‘Wolvenroep’. De eerste roep heb ik hier enkele weken geleden al getoond in het logje ‘Een ode aan de wolf. Je zou kunnen zeggen dat op deze steen het antwoord op de eerste roep vanuit de parktuin van Huize Olterterp is weergegeven. Zo interpreteer ik het zelf in ieder geval. In tegenstelling tot de steen in Olterterp stond er hier een klein bordje bij …

Terwijl we enige tijd later met zicht op Wolvega terugliepen naar de auto, bespraken we hoe we de dag verder zouden invullen. We hadden nu twee van de drie delen van de ‘Wolvenroep’ van Anne Woudwijk kunnen lokaliseren en fotograferen. Nu wachtte nummer drie nog. Ik weet dat het derde beeld in het Ketliker Skar staat, want ik heb het al eens gefotografeerd …


Dat was echter voordat ik de diagnose MS kreeg. Toen kon ik dus aanzienlijk verder lopen dan nu. Het probleem is dat ik niet meer precies weet waar dat was, terwijl dat in mijn huidige situatie eigenlijk wel noodzakelijk is. Voor die dag was het als tweede kuier in ieder geval geen verstandige optie meer. Daarom stelde ik een alternatief voor, en dat viel in goede aarde …