Een beschonken wesp

Om het verschil tussen de zweefvlieg en de wesp nog eens te laten zien, heb ik een fotoserie uit september 2012 uit het archief getrokken. Zoals dat vandaag nog steeds het geval is, was het ook toen al zo dat er regelmatig even een merel langs kwam om wat van de druiven te snoepen. Daarbij werden er dan ook vaak druiven losgetrokken die op het terras achterbleven …

Terwijl ik met mijn camera op het terras zat, zag ik op een bepaald moment dat de plaatselijke reinigingsdienst aan het werk ging. Een wesp had een overrijpe druif gevonden, en dat was duidelijk een spekkie naar zijn bekkie. Hij dook er letterlijk en figuurlijk op de kop in. Toen hij na enige tijd kennelijk genoeg had gehad, richtte hij zich wankelend op om zijn lange antennes te poetsen …

Vervolgens draaide hij zich om. Even lekker het erop dat hij het slecht met me voor had, maar àls dat al zo was, dan kreeg hij er de kans niet voor. Hij sperde zijn grote kaken wagenwijd open en stak zijn tong naar me uit. Een paar stappen zette hij nog in mijn richting, daarna stortte hij ineen, op zijn minst tijdelijk uitgeschakeld door een overdosis alcohol …

Dit alles zul je een zweefvlieg niet zien doen. Die lust geen druiven of ander fruit. Die heeft geen lange antennes om te poetsen en ook geen grote kaken zoals deze gewone wesp of limonadewesp. De zweefvlieg heeft zelfs geen angel om mee te steken. Maar hoe lastig wespen soms ook zijn, als opruimers verdienen zij ook hun plekje in de natuur. En zo lang je een wesp niet in de verdrukking brengt door naar hem te slaan, zal een wesp zelden steken.

Een paar zweefvliegen

Zweefvliegen zijn er in allerlei soorten en maten. In ons land komen ruim 300 zweefvliegsoorten voor. Het zijn mooie en onschuldige insecten. De snorzweefvlieg is daar een mooi en veel voorkomend voorbeeld van …

Veel zweefvliegen hebben de pech dat ze vaak worden aangezien voor wespen. Sommige mensen beginnen al heftig te molenwieken, wanneer ze op een meter afstand een vermeende wesp spotten. Dat zou best ook wel eens het geval kunnen zijn bij de onderstaande gewone pendelzweefvlieg, die ik half augustus op de klimop fotografeerde. Hij ziet er misschien gevaarlijk uit, maar hij doet geen vlieg kwaad. Een angel om eens flink mee te steken heeft hij niet en bijten doen ze ook niet …

Zweefvliegen danken hun naam aan de manier waarop ze zich door de lucht bewegen. Ze vliegen korte stukjes om dan plotseling te stoppen en ter plaatse in de lucht te blijven zweven. Als je dan een plotselinge beweging maakt, schieten ze ineens weg. In tegenstelling tot wespen hebben zweefvliegen korte en onbeweeglijke antennes. Zweefvliegen leven vooral van nectar en stuifmeel. Ze zijn dan ook vaak op bloemen terug te vinden en zijn niet geïnteresseerd in limonade.

    Voor de laatste foto van vandaag keren we terug naar de vijver. Daar zat een andere snorzweefvlieg op één van de bloeiende waterlelies …

    Aan de ketting

    Het heeft er alle schijn van, dat ik een soort van abonnement heb op chronische en pijnlijke kwalen. Om te beginnen was daar in 2004 de diagnose MS. Niks aan te doen, gewoon mee leren leven. Toen ik dat laatste aardig in de vingers had gekregen, kwam daar in 2017 de diagnose Acnes bij. Een jarenlange zoektocht langs pijnbestrijders volgde. Om het leven met acnes leefbaar te houden, slik ik nog steeds drie maal daags een cocktail van stevige pijnstillers …

    De huisarts bevestigde gistermiddag wat wij al dachten. Ik heb er weer een nieuwe kwaal bij, ditmaal luidt de diagnose Ischias. En de pijn doet me helaas terugdenken aan de gruwelijke pijnen die ik in de eerste jaren met Acnesklachten heb moeten doorstaan. Naast wat ik al aan pijnstillers slik, kon de huisarts me ditmaal eigenlijk alleen maar opiaten in de zwaardere categorie bieden, zoals b.v. morfine en oxycodon. Daar heb ik echter vriendelijk voor bedankt. Nadat ik hem had herinnerd aan de huiveringwekkende ervaringen die ik daar in 2017 mee heb opgedaan, was hij het wel met me eens. Wel mag ik naast mijn reguliere medicatie nog vier maal daags twee paracetamols hebben. Het is *@#$%^&, maar het is niet anders …

    Voorlopig lig ik aan de ketting en zal ik de ergste pijn weer moeten verbijten. De periode met de meeste heftige pijn kan 6 tot 12 weken duren, aldus de huisarts. In deze periode is het belangrijk om niet geforceerd te bewegen. Meer dan rusten en regelmatig licht bewegen (lees: oefeningen, fietsen op de hometrainer en kleine stukjes lopen met stok) kan ik niet doen. Fladderend als een vlinder op mijn iLark door het Friese land trekken, zit er voorlopig dus niet meer in. Over dat alles zou ik me kwaad of verdrietig kunnen maken, maar daar wordt de situatie niet anders van. Van ritjes en kuiertjes zal voorlopig niks komen, maar het bloggen gaat gewoon door, want ik heb een goed gevuld fotoarchief waar ik voorlopig nog wel even mee vooruit kan …

    De ervaring heeft me geleerd dat ontspanning en afleiding nog de beste pijnbestrijding zijn. Zodra je aan pijn gaat denken, dan voel je die pijn ook. Daarom richt ik mijn aandacht voorlopig liever op mijn fotoarchief en jullie blogs. De pijn probeer ik zoveel mogelijk buiten te sluiten, daarom gaan we het daar na vandaag eerst ook niet meer over hebben.

    Terug naar de Merskenheide

    Ik had me al enige tijd voorgenomen om eens een ritje naar de Merskenheide te maken op de iLark. Het wisselvallige weer gooide echter steeds roet in het eten. Maandagmiddag besloot ik het erop te wagen. Er koerste weliswaar nog een enkel klein buitje in onze richting, maar dat leek me geen probleem te zijn …

    Hoewel de iLark er niet echt op is gebouwd, besloot ik toch stapvoets de heide op te rijden. Ik had me ten doel gesteld om voor het eerst sinds 2015 weer eens het bankje in de verre noordoosthoek van de heide te bereiken. En dat zou me lopend zeker niet lukken. Rustig voort hobbelend met af en toe een stop om wat foto’s te maken, kwam ik uiteindelijk bij het bankje aan. Daar kreeg ik nog net de kans om even te zitten en een paar sprinkhaantjes en een pantserjuffer te fotograferen, voordat dat ene buitje toch nog de Merskenheide bereikte …

    Nadat ik nog een foto had gemaakt van het beeld van de heide vanaf het bankje, heb ik me eerst maar even teruggetrokken tot onder de bomen in de zuidoosthoek van de heide. Lang duurde de bui gelukkig niet, zodat ik al snel wat verder rond kon kijken. Aan de westkant van het gebied kleurt de heide mooi, vermoedelijk heeft daar tijdelijk een schaapskudde gegraasd. Hier aan de oostkant is van een paarse glans over de heide geen sprake. Pijpenstrootje en andere grassen floreren hier door een overtollige stikstofdepositie …

    Dit was voorlopig even het laatste ‘verhalende’ logje. Vanaf morgen ga ik me eens een tijdje bezighouden met macro’s die ik de afgelopen maanden in de tuin of ergens in de natuur heb gemaakt.

    Kieviten in de regen

    Van de kijkhut bij de Leijen reden we naar de hut in de Jan Durkspolder. Daar was het zo mogelijk nog stiller dan op en rond de Leijen. En de wolken waren er nog wat donkerder …

    Helemaal tegen de oostelijke oever van de plas stonden een paar grote groepen kieviten. De vogels verzamelen zich in deze tijd van het jaar om op te vetten en daarna samen de trek naar zonniger oorden aan te vangen. Een paar maal vlogen de kieviten massaal op. Vaak is dat een teken dat er een grote roofvogel in de buurt is, maar die hebben we niet kunnen ontwaren …

    Zodra de vogels weer in het water stonden, keerde de rust in en om de plas terug. Er vloog nog een blauwe reiger voorbij, die een stukje verderop in het water landde. Als in een poging om een naderende bui te ontwijken, trok hij zich terug achter een klein bosje dat aan de westkant van de hut in het water staat. Die poging om droog te blijven is jammerlijk mislukt, vrees ik. Amper een minuut later begon het zachtjes te regenen, en die zachte regen ging al snel over in een hele stevige regenbui …

    Zodra het even droog werd, besloten Jetske en ik onze biezen te pakken. Vlak voordat een volgende bui losbarstte, waren we weer bij de auto. Pas toen we ons huis naderden werd het weer droog. We lijken hier een soort abonnement op te hebben, want ons vorige bezoek aan de Jan Durkspolder eindigde op 1 augustus op dezelfde manier

    Een visarend en twee roeken

    De zon scheen nog flauwtjes, toen Jetske en ik op de laatste vrijdag van augustus in de auto stapten om even een ritje te maken. Omdat er regen in de lucht hing, besloten we er een vogelkijkhut-dagje van te maken. De eerste stop was bij de vogelkijkhut bij de Leijen …

    Terwijl we onze blik over het meertje lieten glijden, viel ons in eerste instantie niets bijzonders op. De enige andere fotograaf die in de hut zat, wees ons echter op het rechterdeel van de laatste restanten van het eilandje. Daar zat een visarend in de boom …

    Tijd om even in te zoomen, want de visarend ontbrak tot dat moment nog in mijn foto-archief. Voor onze komst zat er nog een tweede visarend in de boom, maar die was net weggevlogen, vertelde de andere fotograaf. ‘Opgestaan plaatsje vergaan’, zo leek het, want nu verschenen er twee roeken of kraaien in de boom …

    Door hinderlijk heen en weer te vliegen en te wisselen van tak, leken de zwarte vogels met hun pesterige gedrag een reactie van de visarend uit te lokken …

    De enige reactie die daarop kwam, was dat de visarend een paar maal zijn vleugels uitsloeg. Dat gaf even een mooi beeld van het formaat van de visarend. Wat een vleugels heeft die vogel, hij is duidelijk groter en slanker dan de gemiddelde buizerd …

    Omdat deze status quo voorlopig in stand leek te blijven, en er verder weinig te beleven was op de Leijen, besloten wij eens elders te kijken.