Vanaf dat bijzondere eco-aquaduct reden we het natuurgebied de Olde Maten in. Daarmee reden we ook de bible belt in. Dat was ook al snel te zien, toen we twee wandelaars inhaalden, waarvan er één in klederdracht liep …
Niet veel later bereikten we de vogelkijkhut Zwartewatersklooster. Ik had nog nooit van de naam gehoord, maar ik zou er een uurtje later al het één en ander over aan de weet komen …
De vogelkijkhut is een mooie, ruim opgezette hut met twee verdiepingen. Kijkgaten op beide verdiepingen bieden in oostelijke richting zicht op een langgerekt petgat …
Terwijl we op de bovenste etage stonden, liet Jetske haar technisch blik langs de houtverbindingen in het dak glijden. Tien minuten nadat we de beide wandelaars hadden ingehaald, zagen we ze voorbij de open achterkant van de hut lopen …
De zijwanden van de hut zijn op de begane grond heel toepasselijk afgewerkt met turfjes, waarvan er – kijkend naar het omliggende petgatenlandschap – hier ooit ook veel gestoken zijn …
Na de zon van de afgelopen dagen volgde al snel weer regen. Daarom begin ik de week maar met wat kleine druppels die ik vanmorgen heb gefotografeerd op de tweede hosta, die achter in de tuin staat …
Vanuit het bos liepen we terug naar ‘de Slotplaats. We liepen naar de gedeeltelijk verdiepte voortuin. Daar staat een bijzonder tuinornament, dat net zo oud is al de oudste beuken op het landgoed …
Het gaat een bijzondere zonnewijzer, die als Rijksmonument is geclassificeerd. Het is een zogenaamde polaire zonnewijzer. De zonnewijzer is rond 1750 gemaakt door of naar aanwijzingen van wetenschapper en wiskundige Johann Hermann Knoop. We kwamen de naam Knoop eerder al tegen als vermoedelijk ontwerper van de Sterrenschans. Knoop gaf indertijd als huisonderwijzer les in wiskunde, astronomie en vestingbouw aan de zoon des huizes, jonkheer Edzard van Burmania. De zonnewijzer is uit één blok zandsteen gehakt. …
De zonnewijzer raakte in 1787 bij een volksoproer zwaar beschadigd door geweerschoten. De tegenwoordige beschildering schijnt die beschadigingen te verhullen. Het tuinornament staat op het snijpunt van de hartlijnen getrokken vanuit de voordeur door de tuin en tussen de beide gemetselde trappen naar het verdiepte gedeelte van de tuin. De zonnewijzer stond van origine in de achtertuin van de eerdere buitenplaats, het zogenaamde Blauwhuis, dat in 1837 werd afgebroken …
Een polaire zonnewijzer is een type zonnewijzer dat is ontworpen om de tijd af te lezen op basis van de schaduw die wordt geworpen door de zon. In tegenstelling tot een traditionele zonnewijzer, die is ontworpen om de tijd af te lezen op basis van de schaduw die wordt geworpen door een stijl of gnomon, gebruikt een polaire zonnewijzer de schaduw die wordt geworpen door een staaf die loodrecht op een vlak staat …
Het vlak van een polaire zonnewijzer staat loodrecht op de as van de aarde, wat betekent dat het zich richt op de noordpool. De staaf van de zonnewijzer is zo geplaatst dat hij parallel loopt aan de rotatie-as van de aarde, waardoor hij de beweging van de poolster volgt terwijl deze door de dag beweegt. Wanneer de zon op de staaf van de zonnewijzer schijnt, werpt deze een schaduw op het vlak van de zonnewijzer. Door de positie van de schaduw te markeren op het vlak van de zonnewijzer op verschillende tijdstippen gedurende de dag, kan de tijd worden afgelezen …
Dit alles voor wat het waard is. De werking is mij nog niet helemaal duidelijk. Misschien moet ik er nog maar eens – gewapend met kompas, gradenboog, en rekenliniaal – op een zonnige dag een kijkje nemen. Maar voor wie het allemaal duidelijk is, zó kun je zelf een polaire zonnewijzer bouwen.
Nadat we de Burmaniazuil en de Poppestien hadden bekeken, liepen we door het bos terug in de richting van het landhuis. Ook hier troffen we monumentale, deels holle bomen aan …
Rond één van de bomen lagen grote stukken van afgebroken takken. Een van die stukken oud hout heb ik eens van dichterbij bekeken. Ik houd wel van dit soort natuurlijke stillevens …
We liepen terug in de richting van ‘de Slotplaats’. Daar wil ik jullie tot slot van deze serie nog een bijzonder tuinornament uit de 18e eeuw laten zien …
We konden de verlokking van het bos niet weerstaan en verlieten de tuin door het openstaande hekje. Bijna het hele landgoed is vormgegeven en aangelegd door Johann Hermann Knoop, die kennelijk ook landschapsarchitect was. Ook het padenpatroon in het Sterrenbos direct achter het Sterrenbos is door hem ontworpen ….
Op een kruispunt van paden in het bos midden op de zichtlijn staat de zogenaamde Burmaniazuil. Zo’n zuil was in de mode halverwege de achttiende eeuw. De ronde natuurstenen zuil staat op een voetstuk met leeuwenkop. Bovenop de zuil staat een loden haan. De zuil speelde een rol in de Bakkeveenster folklore als zijnde de plaats waar de kinderen vandaan zouden komen. De zuil staat daarom plaatselijk bekend als ‘de Poppestien’. ‘Poppe’ is Fries voor baby. De legende heet het dat wanneer de loden haan kraait, de onderste steen kantelt en de vader zijn pasgeboren baby onder de steen vandaan kan halen …
De originele loden haan is in de loop der tijd spoorloos verdwenen. In het kader van het grootscheepse herstelproject dat Natuurmonumenten in 2019-2020 uitvoerde in het bos op het landgoed, werd de loden haan begin 2021 teruggeplaatst op de Burmaniazuil. Daarmee is er weer een stukje cultuurhistorie van de Slotplaats in ere hersteld. Misschien komen hiermee de legendes ook weer tot leven. Want de oude zuil met de vroegere haan is nog steeds met raadsels omhuld. Waarom werd de zuil opgericht en waarvoor stond de haan symbool? Waar is de authentieke loden haan gebleven? Maar de belangrijkste: wat is er waar van de oude legende van de poppestien …?
Een stukje voorbij de Poppestien probeerde een bruggetje ons te verleiden om nog verder het bos in het gaan. Zo ver heb ik het niet laten komen. Het werd tijd terug te gaan, daarbij viel er onderweg ook nog wel het een en ander te bekijken, had ik op de heenweg al gezien …
Na de omzwervingen met Jetske in het bos bij Bakkeveen heb ik ’t min of meer noodgedwongen een paar dagen rustig aan gedaan. Maar dat was geen straf, het was nog steeds bewolkt en kil weer en bovendien had ik voldoende materiaal om over te bloggen …
Woensdag ben ik weer eens naar de Jan Durkspolder gereden. Nadat ik daar een kort kuiertje over het zandpad had gemaakt, heb ik me teruggetrokken in de vogelkijkhut. Ik was er alleen en nadat ik de luiken aan de zuid- en westkant dicht had gedaan, was het er goed uit te houden. Behalve dat de lepelaars terug waren, viel er weinig te beleven en de lepelaars zaten te ver weg voor goeie foto’s. Gelukkig bracht een drietal ganzen na enige tijd even wat leven in de brouwerij …
Nadat ze vanaf de windmotor aan de Westersânning aan kwamen vliegen, maakten ze een ruime bocht naar links om aan de oostkant voor de kijkhut langs te vliegen. De derde gans zette boven het eilandje de landing in, maar de andere twee vlogen door. Gans nummer twee kreeg vervolgens nummer één te pakken. Samen raakten ze te water, daar werd de achtervolging voortgezet …
Uiteindelijk hield de achtervolger in, waarna ook de achtervolgde gans zich in het water liet zakken. Daarna keerde de rust – tijdelijk – weer. Het voorjaar lijkt weer heel wat onrust los te maken in de vogelwereld …
Nadat we de Sterrenschans hadden bekeken, was het de hoogste tijd om een eind aan onze fotokuier te maken. Het waren steeds betrekkelijk korte stukjes geweest, maar vele kleintjes maken ook hier één grote. En dat was nu vooral goed te voelen in mijn bovenbenen. Ik was dan ook blij om al snel even te kunnen zitten op het bankje waar we op de heenweg aan voorbij waren gelopen …
Terwijl Jetske haar camera nog regelmatig liet klikken langs de bosrand, droomde ik even weg bij de weerspiegelingen op het grote ven. Terwijl ik bezig was met de boomstammen, dook er plotseling een vogel op uit het water. Zo te zien was het een dodaars, die even snel weer verdween als hij eerder verscheen. Een boomstronk in het water zette me nog even op het verkeerde been. En toch kreeg ik de dodaars nog even weer te zien …
Gelukkig had ik mijn fotomaatje de laatste etappe aan mijn zijde. Stevig gearmd was het nog een flinke klus om weer bij de auto te komen. Nadat ik mezelf in de auto had gehesen en Jetske haar uitrusting had opgeborgen, toerden we richting Drachten. Onderweg waren we het erover eens dat het ondanks het saaie grijze toch weer een mooie dag was geworden …