Eindelijk: een roerdomp

Ik zat heerlijk in de zon, uit de wind, en wachten voelde allesbehalve als een straf. Misschien zou de bruine kiekendief zich nog eens laten zien boven het rietland. Uiteindelijk werd mijn geduld beloond… maar niet zoals verwacht …

Plotseling vloog er een vogel op uit het riet. Heel even dacht ik dat het opnieuw de bruine kiekendief was. Maar toen hij mijn kant op kwam en vlak langs me vloog, zag ik meteen aan de vleugels dat dit geen kiekendief kon zijn. Nieuwsgierig bekeek ik, zodra hij uit zicht was, de foto’s die ik had gemaakt …

Dit was geen bruine kiekendief. Dit was een roerdomp. En niet zomaar één – dit was mijn allereerste roerdomp, een absolute primeur.

Al meer dan twintig jaar hoor ik in het rietland die diepe, mysterieuze hoemp-toon. Vooral vanuit de vogelkijkhut bij De Leien heb ik er vaak naar staan speuren, altijd tevergeefs. De roerdomp is een meester in camouflage en gaat volledig op in zijn omgeving. Je moet echt geluk hebben om hem te zien. En nu vloog hij, totaal onverwacht, gewoon voor me langs …

Mijn dag kon niet meer stuk toen ik een uurtje later thuis de foto’s op de pc bekeek.

Een bruine kiekendief

Hoewel er een stevige en vooral koude noordoostenwind waaide, kreeg ik dinsdagochtend toch de drang om even aan de waterkant te kijken. Vanwege de windrichting leek het me geen goed idee om naar de Leijen te gaan. Daar zou de kou vrij spel hebben door de open deur die niet dicht kon. Daarom koos ik voor de Jan Durkspolder. Eenmaal daar bleek de wind nog oostelijker dan verwacht, waardoor het ook daar allesbehalve aangenaam was. Nadat ik enkele kuifeenden had gefotografeerd die zich dapper door de woelige golven sneden, besloot ik een beschutter plekje op te zoeken …

Niet veel later zat ik uit de wind en in de zon in de berm langs de Dominee Bolleman van der Veenweg, ten noorden van Earnewâld. Het voorste deel van het rietland was gemaaid, maar verderop stond nog een brede strook riet. Vanuit de auto had ik daar een bruine kiekendief zien landen …

Al snel verscheen hij weer. Hij maakte een rustige vlucht heen en weer over het riet, om vervolgens opnieuw te verdwijnen tussen de stengels. Het duurde lang voordat hij zich weer liet zien. Ik begon me af te vragen of hij daar misschien een nest had …

Ik besloot geduldig te blijven wachten tot hij zich opnieuw zou tonen …

Langs it Swynzerpaad

Aafje bleek al een stuk dichterbij te zijn dan ik had gedacht. Toen we elkaar tegenkwamen, stelde ik voor om samen nog even terug te lopen over het Swynzerpaad (kaartje OpenStreetMaps), dat slingerend door de natte weilanden gaat. Van mijn fotomaatje Jetske wist ik al: bij het hek ligt een brede greppel en een sloot waar eigenlijk altijd wel íets te zien is …

In de verte wees de kerktoren ons richting Easterlittens. Zo ver was Aafje dus niet gelopen, vertelde ze. Terwijl we daar stonden, waggelde er iets verderop een eend met zeven donkere, pluizige kuikens door het gras. Vanaf mijn lage standpunt zag ik ze ineens één voor één verdwijnen—alsof ze gewoon oplosten. Pas toen ik weer opstond, snapte ik het: ze waren in de greppel beland. Tijd voor hun eerste zwemles …

Achter ons kwamen ondertussen een paar zwanen rustig onze kant op drijven. Tegen de tijd dat ze dichtbij genoeg waren, zag ik al hoe laat het was: voorjaar in de kop. En niet alleen daar …

– maar goed, dat verhaal komt nog. Eerst de echte primeurtjes …

Met Aafje naar Skrok

Na mijn uitgebreide verslag over het trip naar het Lauwersmeer en het Wad, loop ik weer wat achter op dit moment. En dat is wel jammer, want ik heb de afgelopen week een paar mooie primeurtjes gehad. Zo zijn Aafje en ik weer eens een middagje samen op pad geweest. Laat ik daar maar mee beginnen …

Vorige week maakte ik samen met Aafje een ritje naar de vogelkijkhut Skrok (kaart OpenStreetMaps) bij Wommels. Dat is op zich al een soort van primeur. Eigenlijk wilde Aafje die middag gewoon een wandeling maken in onze eigen wijk, maar echt enthousiast was ze daar niet over. Daarom stelde ik voor om samen naar Skrok te rijden. Terwijl ik in de vogelkijkhut zou zitten, kon Aafje lekker haar eigen wandeling maken over een mooi pad door de weilanden richting Easterlittens. Bijkomend voordeel voor mij was dat Aafje dan terug zou kunnen rijden. Gelukkig zag ze dat wel zitten …

We begonnen samen in de hut, even rustig kijken. Daarna ging Aafje op pad en bleef ik achter in de hut bij de plas. Het was er opvallend rustig. Voor de grutto’s was ik te laat; die hadden zich al verspreid over de weilanden. Even voelde het alsof ik iets gemist had, maar dat duurde niet lang …

Er was namelijk nog genoeg te zien. In het ondiepe water scharrelden meerdere kluten rond. Ik blijf dat prachtige vogels vinden, dat strakke zwart-wit en die sierlijk omhoog gebogen snavel, het heeft iets elegants. Op het eilandje lagen kemphanen wat loom bij elkaar, alsof ze de tijd namen om gewoon even niets te doen. Aan de overkant was het juist levendig: tientallen oeverzwaluwen vlogen onafgebroken af en aan bij de wand. Daar kon ik me echt een tijdlang in verliezen …

Na een tijdje merkte ik dat het goed was zo. Het plaatje was wel compleet was. Net op het moment, toen ik de hut uitliep, zag ik Aafje alweer in de verte aankomen. Dat voelde bijna te mooi getimed. Ik pakte mijn wandelstokken en het viskrukje uit de auto en liep haar tegemoet, met het idee om elkaar in de buurt van het hek te treffen …

– wordt vervolgd

De earste tsjirken

Het was wat tegengevallen met de vogels tot nu toe, maar we lieten ons niet uit het veld slaan. Het Lauwersmeergebied is groot, heel groot. Daarom besloten we nog even naar Ezumakeeg Zuid te rijden, bijna twee km zuidelijker. Onderweg passeerden we voor de tweede maal die dag het naampaneel van Nationaal Park Lauwersmeer

Terwijl we stapvoets in zuidelijke richting reden, zagen we na enige tijd links van de weg een paar vogels half in het water staan. “Dat lijken me tureluurs,” zei Jetske, terwijl ze mijn camera van de achterbank pakte en me die aanreikte. Ik had de auto intussen laten uitrollen. Door het tegenlicht viel het nog niet eens mee om er een mooie foto’s van te maken, maar ik was tevreden. “Jawis,” antwoordde ik, toen ik de foto’s op het schermpje had bekeken, “dat binne myn earste tsjirken fan it jier …”

Jetske had minder geluk. Na onze vorige stop had ze haar camera’s enigszins onnadenkend allebei in de kofferruimte gelegd. Nadat ze mij mijn camera had gegeven, opende ze voorzichtig het rechter portier om gebukt naar de achterkant van de auto te kunnen lopen. Dat was echter al wat te veel van het goede. De vogels vlogen kort op om een stukje verderop tijdelijk op een zandbankje te gaan zitten. Daarna verdwenen ze uit zicht …

Dat was voor ons het sein om ook weer verder te gaan …

Ver weg, heel ver weg

Van de Eanjemumerkolken was het maar een kleine 2 km rijden naar het uitkijkpunt bij Ezumakeeg Noord (kaart OpenStreetMaps) aan de westkant van het Lauwersmeergebied. Het was er rustig. Er stonden een paar auto’s op het parkeerplaatsje, en er stonden en zaten ook maar enkele vogelliefhebbers op de uitkijkheuvel …

En dat was nog niet alles, ook op het water leek het uitgestorven te zijn. Alleen door maximaal in te zoomen waren er op grote afstand wat vogels te zien. Ook hier leken het vooral grutto’s te zijn. Dat is het nadeel van dit gebied, doordat het zo immens groot is, zitten de meeste vogels ver weg. Alleen een paar slobeenden vlak achter de rietkraag lieten zich wat beter zien …

Maar er was nog hoop …

Via de Mieden naar de Kolken

Nadat we ons de koffie met appeltaart hadden laten smaken en Aafje ons had uitgewuifd, besloten Jetske en ik vorige week dinsdag weer eens een ritje in noordoostelijke richting te maken. Het zou zonde zijn om daarbij niet even te stoppen in de Surhuizumermieden …

De grutto’s stonden nog steeds hoofdzakelijk in een grote groep bij elkaar in en aan het water. Dankzij het heldere zonnige weer waren de grutto’s al een stuk mooier en beter te zien dan bij mijn vorige bezoek. Maar actie viel er verder niet te bespeuren …

Van de Surhuizumermieden zetten we koers naar het Lauwersmeergebied. Nadat we onderweg een afslag hadden gemist en rechtsomkeert hadden gemaakt, kwamen we per ongeluk terecht bij de Eanjumerkolken ten westen van het Lauwersmeergebied …

De Eanjumerkolken is een kleinschalig natuurgebied van 141 hectare bij het dorp Anjum. Het gebied wordt beheerd door It Fryske Gea, de provinciale vereniging voor natuurbescherming. Met twee cultuurhistorische elementen in de vorm van eendenkooien en de verspreid liggende drinkdobben, is het een uniek gebied. De Eanjumerkolken is niet vrij toegankelijk, maar laat zich goed bewonderen vanaf de omringende wegen …

Omdat wij niet meer te zien kregen dan grote groepen brandganzen die de omringende hooilanden bevolkten, besloten we verder te gaan …