Al grote jonge ooievaars

Omdat ik in de Jan Durkspolder al snel was uitgekeken, ben ik even doorgereden naar Earnewâld om te kijken hoe het er met de ooievaars gesteld was. Terwijl het voor veel weidevogels een heel goed voorjaar was, zijn op diverse plaatsen in het land jonge ooievaars dit voorjaar slachtoffer geworden van regen en kou. Bij een paar van de nesten die vanaf de weg goed te zien zijn, lijkt dat hier bij Earnewâld gelukkig wat mee te vallen …

Op het paalnest tegenover de gaswinlocatie aan de Dominee Bollema van der Veenweg stond één de ouders met twee al grote jongen, die speciaal voor de fotograaf wel even een grappige pose wilden aannemen …

Ongeveer driehonderd meter verder naar het noorden stonden drie jongen op een paalnest …

Bij afwezigheid van de ouders leek het erop dat de al flink uit de kluiten gewassen jongen elkaar aan het voeren waren …

Witte(re) wolken

Nadat ik de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder had verlaten, ben ik nog even een stukje in de richting van de windmotor gelopen. Daarbij vielen opnieuw de grote witte wolkenmassa’s op, die ik eerder vanuit de hut weerspiegeld in het water had gefotografeerd …

Die wolken leken me aan de bovenkant zó wit, dat ze me deden denken aan stukken die ik wel heb gelezen over geo-engineering. Dat is het opzettelijk grootschalig ingrijpen in de natuurlijke systemen van de aarde, met als doel klimaatverandering, en meer specifiek de opwarming van de aarde tegen te gaan. Men denkt hierbij b.v. aan het witter maken van wolken, zodat ze het zonlicht tegenhouden kan worden door het weerkaatsen …

Het gaat hier om technieken die huiveringwekkende gevolgen kunnen hebben, want je weet niet wat je mogelijk losmaakt aan natuurkrachten. Op dit moment is het nog science fiction, maar er wordt al wel mee geëxperimenteerd. Voor meer informatie verwijs ik graag naar een 8 minuten durend gesprek bij ‘EenVandaag’ uit mei 2018 en een artikel in ‘De Tijd uit augustus 2019 …

Een slaapverwekkende vertoning

Gisteren liet ik hier het uitzicht vanuit de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder naar het oosten zien, vandaag richten we de blik even naar het westen …

Als we even inzoomen, zien we in de verte een deel van de lepelaars, die hier hun zomerse domicilie hebben. Veel leven vertoonden ze niet. En dat was met de eenden. die voor de wal in het water dobberden, al niet anders …

Ergens midden in het water lagen een paar kuifeenden te slapen. Eén van hen hief zijn kop even sierlijk op, daarna zette ook hij zijn siësta voort …

Het was kort gezegd echt een slaapverwekkende vertoning. Daar kon die ene wakkere lepelaar ook niets aan veranderen, toen hij besloot in zuidelijke richting weg te vliegen …

Zwarte sterns en naderend onweer

De vreemde vogel liet zijn riedeltje nog steeds regelmatig horen vanuit de boom in het rietland. Hij liet zich echter niet zien, daarom besloten we door te lopen naar de vogelkijkhut met de toepasselijke naam ‘Blaustirns’. Het is de Friese benaming voor de zwarte stern, en dat is precies de vogel waarvoor we hier naar toe waren gekomen …

De zwarte stern is een trekvogel die als bedreigd op de Rode lijst staat. Die indruk kregen we zaterdagmiddag gelukkig geenszins. Vanaf het eerste moment dat we in de kijkhut zaten, vlogen er talloze malen zwarte sterns aan ons voorbij. Ik heb er nu eens een keer meer foto’s van kunnen maken dan ik hier nu kan laten zien …

Intussen kwam de bui die we eerder al boven Eastermar zagen hangen, langzaam maar zeker onze kant op. Na enige tijd hoorden we de donder in de verte over de Leijen rollen …

Wat ik niet goed begrijp, is dat sommige watersporters er desondanks voor kozen om het water op te gaan, zoals het motorbootje, of om er op te blijven zoals de kanoërs …

Jetske en ik hadden onze fotografische buit na een half uurtje wel binnen. Een echte duikvlucht om een visje te vangen en het voeren van bedelende jongen hadden we niet te zien gekregen, maar verder was ik zeer content over de medewerking die we hadden gekregen van de sterns. Daar besloten we op te stappen. Misschien konden we nog net voor de bui los zou barsten bij de auto zijn. …

Op de terugweg troffen we halverwege het pad door het riet een paar mensen aan. De man van het stel stond met de fiets aan de hand(!?) naar de boom te kijken. Daar klonk nog steeds het riedeltje dat we op de heenweg ook al hadden gehoord. De in een blauwe trui geklede man dacht dat het om een blauwborst ging.

Hij had hem alleen nog niet kunnen zien, daar bracht hij echter verandering. Behalve een fiets had hij ook een verrekijker meegenomen. Daarmee wist hij de vogel te lokaliseren, vertelde hij even later. Maar hoe goed hij ook zijn best deed om ons het juiste takje aan te wijzen, Jetske en ik kregen hem niet te zien …

Tot slot: hoewel we net niet helemaal droog bleven, waren we mooi op tijd bij de auto voordat de hemelsluizen echt open gingen. 🙂

Tussen de rollen hooi

Nadat ik het veld met de orchissen achter me had gelaten, kwam ik enkele honderden meters verderop aan de zuidkant van het Weinterper Skar langs een weiland met rollen hooi. Waar de boer aan het werk is (geweest), daar valt wat te smikkelen. En dus was er een groepje ooievaars aan het foerageren …

Ze lieten zich niet hinderen of storen door passerende fietsers en voorbij razende tractoren. Deftig voortstappend en zorgvuldig om zich heen spiedend, werden vooral de laagste stroken van het weiland gescand op kikkers en ander lekkers …

Nummer vijf!

Nadat ik het voorjaar de kievit, de grutto, de tureluur en de scholekster al had kunnen fotograferen, kreeg ik vorige week zondag onderweg van Wirdum naar huis ineens een wulp voor de lens. Hij gaf me maar één kans om een foto te maken, meteen daarna ging hij op de wiek.

Maar ik ben er blij mee, want met die ene foto van de wulp heb ik dit jaar de ‘grutte fiif fan de Fryske greiden’, oftwel debig five van de Friese weilanden’, compleet. En dat overkomt me niet zo vaak, want de wulp laat zich in mijn rayon maar weinig zien …

De mussencreche

De uitgebreide daksessie, die ik hier gisteren liet zien, heeft een mooi nestje tot gevolg gehad. Dat werd een maand later duidelijk. Eind mei, begin juni leek onze tuin af en toe wel een mussencreche …

De jongen voelden zich duidelijk meteen thuis in onze tuin. Ze maakten dartel gebruik van de speeltoestellen, zoals hieronder de oude druivenstam. Daar leek al meteen het musje over te worden geoefend …

Het voederhoekje was favoriet. Al dat spelen maakt hongerig, en dan is het fijn als je af en toe een extra hapje krijgt toegestopt van pa of ma …

En dat bijvoeren ging door tot op de speeltoestellen. Het tweetal hieronder voerde een steile wand act op, terwijl ze zich vastklampten aan de lisdoddes van cortenstaal …

Maar al snel gingen de jongen ook zelf op zoek naar voedsel. Nu de grote muur bijna is uitgebloeid, lijken de musjes die uitgebloeide bloemetjes wel lekker te vinden …