Aan het eind van de buiige ochtend besloot ik gebruik te maken van een drogere periode tussen twee buienfronten om even een frisse neus te halen …
Omdat het hard waaide, koos ik voor de beschutting van het bos. Via Siegerswoude reed ik naar het bos achter ‘de Slotpleats’ bij Bakkeveen. Ik was er al jarenlang niet meer geweest en ontdekte dat de parkeerplaats was verwijderd. Parkeren moest nu aan de kant van de weg …
Over het alleen voor voetgangers en fietsers doorgaande pad liep ik in de richting van het bos. Nadat ik het Koningsdiep of Alddjip(Google Maps) was overgestoken, bevond ik me aan de bosrand …
Voorbij het hekwerk liep ik rechtsaf over het fietspad het bos in. Het kon nooit lang meer duren, voordat ik mijn doel zou bereiken …
Dirk publiceerde op zijn weblog deze week een foto van een paar verliefde bomen. Nu houd ik op zijn tijd wel van een geintje. Ik vond dat de bomen op Dirk zijn foto eigenlijk weinig verder kwamen dan onschuldig wat met blozende wangen tegen elkaar aan leunen. Het doet me aan de eerste ‘kealleleafde’ of ‘kalverliefde’ denken. Wel lief hoor, maar het stelt weinig voor en erg lang duurt het vaak niet …
Maar ze deden me wel denken aan een paar andere bomen. Het was maart 2006, toen ik dit stel ergens langs de Beakendyk in het bos tussen Siegerswoude en Bakkeveen zag staan. Ik was meteen gefascineerd door dit koppel. Innig verstrengeld stonden ze daar vlak naast het fietspad. Nadat ik deze fotoserie van ze had gemaakt, vervolgde ik mijn wandeling. Ik was nog maar nauwelijks op weg, of er liep een rilling over mijn rug. Ik wendde mijn hoofd nog eens in hun richting … ze leken echt te dansen …
Ze waren in 2006 duidelijk al op leeftijd. Weer, wind en natuur knaagden al flink aan hun bestaan als stel. Ik weet waar ze 17 jaar geleden ongeveer stonden. Zouden ze er nog steeds staan? Ik vrees het ergste, maar misschien ga ik binnenkort ter plekke eens op verkenning …
In deze fotoserie van de sperwer, die ik vorige week vrijdag bij Jetske in de tuin kon maken, heb ik wat gespeeld met de chronologie. Gisteren liet ik hier al foto’s zien van een sperwer, die in een boom in de tuin van mijn fotomaatje Jetske zat. Daar begon het echter niet mee. Toen Jetskes’ man ons waarschuwde dat er een roofvogel in de tuin zat, zat de sperwer in eerste instantie op de grond. Toen ik even later mijn camera in de aanslag had, vloog hij kort op om achter het voederhokje op de coniferenheg te landen …
Tot mijn geluk bleef hij niet achter het hokje zitten, maar schoof hij een half metertje naar rechts. Daar bleef hij ruim een halve minuut zitten. Mede dankzij Jetskes’ smetteloos schone ramen kon ik hem van korte afstand prachtig in beeld vangen …
Het was een bijzondere ervaring om even oog in oog te zitten met deze prachtige vogel. Echt een geweldig moment. Zoals bij alle roofvogels het geval is, heeft ook de sperwer fascinerende ogen om naar te kijken. Maar ook zijn tekening is van dichtbij de moeite waard …
Pas na zo’n 40 seconden vond hij het welletjes. Hij vloog opnieuw op en landde ditmaal een paar meter hogerop in de boom. Hoewel dat ook mooie foto’s opleverde, vond ik de foto’s op de heg toch net wat mooier. Dat alles bij elkaar was voor mij voldoende reden om de volgorde maar even aan te passen. Het is als met eten, zeg maar, ik bewaar graag het lekkerste hapje voor het laatst …
Zo werd het ziekenbezoek toch nog een gezamenlijke fotodag, want natuurlijk heeft ook Jetske deze kans aangegrepen om een serie van de sperwer te maken: ‘Sperwer.’
Mijn fotomaatje is sinds de jaarwisseling aan huis gebonden vanwege rugproblemen. Omdat onze veertiendaagse fotokuier niet door kon gaan, ben ik vrijdagochtend even met een bloemetje bij haar op bezoek geweest. Terwijl we rustig zaten bij te praten, zei Jetskes’ eega op een bepaald moment: “Jongens, er zit een roofvogel in de boom …”
Zoiets hoef je tegen Jetske en mij maar één keer te zeggen. Meestal spat Jetske in een dergelijke situatie meteen bliksemsnel overeind om haar camera te grijpen en in actie te komen. Omdat ze vanwege haar blessure nu wat voorzichtiger en daardoor trager reageerde, stond ik ditmaal net wat eerder met de camera in de aanslag dan Jetske. Maar wees gerust, zoals we dat al jaren gewoon zijn, hebben we ook dit prachtige onderwerp weer netjes gedeeld …
Het was in één oogopslag duidelijk dat we hier te maken hadden met een sperwer, die even kwam kijken of er nog iets te smikkelen viel bij de voederplekjes in de tuin. De kleine vogeltjes waren echter al lang gevlogen. In onze eigen tuin heb ik in maart 2012 eens een sperwer kunnen betrappen op het plukken van een gevangen prooi, maar die ging er al na twee foto’s vandoor. Deze sperwer gaf ons alle gelegenheid om hem tamelijk deftig te portretteren …
morgen nog meer (en mooiere) foto’s van de sperwer
Zoals ik aan het begin van het wintertje een tussenstop aan de Wolwarren maakte, nadat ik de eerste schaatsers bij de Hooidammen had gezien, zo deed ik dat ook aan het eind van het wintertje …
Schaatsers waren hier niet meer te zien, maar dat had ik ook niet verwacht. Achter de Hooidammen en in de Jan Durkspolder lag nu meer en mooier ijs dan hier, en het was er nog gezelliger ook. Bij gebrek aan schaatsers liet ik nu de windmotor aan de Wolwarren en zijn veel grotere neef in de verte bij De Veenhoop figureren in het kille winterlandschap. Ook een mij welbekende boom mocht nog even meedoen …
Nog een laatste blik over de vlakte achter de wuivende rietpluimen. De glans van het ijs was onder invloed van de weersverandering al verdwenen en het KNMI beloofde weinig goeds voor de rest van het jaar. Intussen weten we maar al te goed dat die ‘belofte’ is uitgekomen. Zoals het nu lijkt, hebben we rond de jaarwisseling temperaturen in de dubbele cijfers. En de vooruitzichten stemmen somber, in de eerste helft van januari lijken we winterweer wel te kunnen vergeten nu de westelijke stroming stevig in het zadel zit …
En toch wil ik ook wat dit betreft maar weer optimistisch en hoopvol afsluiten. Dit vijfdaagse decemberwintertje heeft er in ieder geval voor gezorgd dat er in 2022 nog even op natuurijs geschaatst kon worden, want dat zat er in de winter van 2021-’22 niet in. En hoewel het er voor de eerstkomende twee weken niet goed uitziet, duurt de winter daarna nog tot eind februari. Dus we mogen in ieder geval blijven dromen …
We zetten onze rit voort en kwamen na ons bezoek aan Boazum al snel aan in Jorwert, Jorwerd in het Nederlands (Google Maps). “Het eerste het beste parkeerplekje in het centrum van het dorp is voor ons,” besloot Jetske. En zo was het ook, scheef tegenover ‘het Wapen van Baarderadeel’ zette ze de auto aan de kant …
Jorwert ligt in het hart van het vroegst bewoonde terpengebied van Fryslân. Het is één van de kenmerkende terpdorpjes die vaak met hulp van monniken gebouwd werden langs de Middelzee, die Fryslân tot de 16e eeuw in tweeën spleet. Jorwert zelf lag op veilige afstand van de veranderlijke kuststrook en raakte in verval toen de Middelzee werd ingepolderd. Dat is tegenwoordig niet meer aan het dorp af te zien …
We passeren ‘het Wapen van Baarderadeel’ met daarvoor het beeld ‘de Foardrager’ van kunstenares Hanneke Roelofsen. Het beeld legt een verbinding met het al 50 jaar bestaande ‘Iepenloftspul Jorwert’. Ik kom hier later nog op terug.
‘De Foardrager vertelt van poëzie, van al die verhalen die wij in ons dragen. Onder zijn voeten, op de sokkel, staan regels uit gedichten, speciaal gemaakt voor die gelegenheid. Door Jorwerters van de jongste tot de oudste, gekrast in tabletten natte klei. Geglazuurd en gebakken bij Tichelaar. Als verbinding, over al die tegels lees je regels uit Slauerhof, uit Shakespeare, uit scripten van 50 jaar Iepenloft. Regels, speciaal in het Fries, voorgedragen in de Notaristún …’
We vervolgen onze weg en komen langs een fraai optrekje met in de tuin een grote oude boom die last van zijn voet lijkt te hebben …
En dan zijn we uitgekomen bij de op een terp gebouwde, uit de 12e eeuw daterende Sint-Radboudkerk of Redbadtsjerke …
Zwart/wit past voor mijn gevoel wel bij het huidige weerbeeld. Daarom deze foto, die ik vorige week woensdag in het rietland bij de Leijen heb gemaakt …