Nadat ik me een tijdlang had vermaakt met de schaatsenrijders vlak voor de vlonder, liet ik mijn blik langs de oever van het ven glijden …
Na enige tijd kreeg ik een vogel in beeld, zodra ik hem dichterbij had gehaal met behulp van de zoomlens, was duidelijk dat het om een dodaars ging. De dodaars is een kleine, schuwe watervogel, ’t is onze kleinste futensoort. …
En hij was niet alleen. Al snel verscheen er een tweede dodaars in beeld die met razende vaart in de richting van nummer één zwom. Die razende vaart was maar tijdelijk, want al snel dobberden ze heel bedaard samen op ’t ven …
En zo snel als ze verschenen, waren ze even later ook weer verdwenen. Je beleeft wat op zo’n vlonder bij een idyllisch gelegen ven …
Vissen doe ik niet, maar ik heb op dit soort dagen graag mijn visserskrukje bij me. Dat krukje klapte ik meteen na onze begroeting open, want na deze wandeling konden mijn onderdanen wel weer even wat rust gebruikten …
Terwijl we wat bijpraatten nam ik het omringende landschap op, het ven was rondom omgeven door bomen en lag er vrijwel spiegelglad bij …
We richtten de blik op het wateroppervlak, want daar zouden we ringslangen voorbij zien komen, vertelde Jetske. Bijna hypnotiserend bracht een zuchtje wind het water af en toe lichtjes in beweging …
Maar dat was niet de enige beweging die er te zien was. Een handvol grote schaatsenrijders flitste vlak voor de vlonder over het water heen en weer. Een aantal momenten van stilstand heb ik benut om wat foto’s te maken …
Op die zonnige maandag 1 mei stapte ik rond tien uur ’s ochtends in de auto om een fotokuier te maken bij de Delleboersterheide. Daar ben ik in september 2006 al eens geweest, en dat liep toen maar net goed af. Mijn fotomaatje had me onlangs echter een kortere route ingefluisterd, en dit leek me een uitgelezen dag om te kijken of ik die kuier aan zou kunnen …
Nadat ik mijn wandeling was begonnen vanaf de parkeerplaats tussen het Diakonievene en de Delleboersterheide, kwam ik ongeveer halverwege het pad langs een schattig klein huisje met een enorme achtertuin. Je zult daar toch mogen wonen, midden in de natuur met op enkele honderden meters de dichtstbij zijnde landweg …
Nadat ik even halt had gehouden, vervolgde ik mijn weg. Al snel passeerde ik de borden van It Fryske Gea, dat viel me niet tegen. ‘So far so good,‘ zoals de Fransen plegen te zeggen …
En niet veel later bereikte ik ook het paadje naar de libellenvlonder in de Catspoele, zoals het ven heet. Dit moest het plekje zijn waar Jetske onlangs parende ringslangen wist vast te leggen …
‘Als je het over de duvel hebt, trap je hem op zijn staart,‘ hoor je wel eens. Wel, hier was dat in zeker zin ook het geval. Wie ik daar ook verwacht had, toch zeker mijn fotomaatje niet, want ik leefde in de veronderstelling dat zij aan het werk was in het ziekenhuis. Toch stond ze daar met zoekende blik op de vlonder. Toen ik probeerde haar op mijn beurt te verrassen met mijn komst, mislukte dat faliekant, want al na drie stappen kraakte het gaas op de vlonder onbehoorlijk luid onder mijn voeten …
Met het oog op de Nationale Dodenherdenking op 4 mei hebben mijn fotomaatje Jetske en ik in april een bezoek gebracht aan het monument en de restanten het strafkamp ‘It Petgat’ bij Blesdijke, op de grens van Fryslân en Overijssel. Het kamp, dat door de Nederlandse regering van origine was aangelegd in het kader van de werkverschaffing, lag in een moerassig gebied vlak bij het riviertje De Linde. Vanaf de weg loopt een lang zandpad naar het kamp …
Aan de Nijksweg (Google Maps) staat nu een monument, bestaande uit twee palen, die lijken op te rijzen uit een Davidster van straatstenen. Tussen de palen hangt een glazen plaat waar prikkeldraad en een gedicht van Jacqueline van der Waals en de geschiedenis van het kamp in gegraveerd zijn:
‘GEEF MIJ DE MOED OM ONRECHT TE ONDERKENNEN OOK WAAR ‘T DOOR EEUWEN VAN GEBRUIK GEWETTIGD WORDT, DE VASTE WIL AAN ONRECHT NOOIT TE WENNEN, OOK WAAR DE MACHT, HET WEG TE NEMEN, SCHORT.’
‘VANAF BEGIN 1942 -TIJDENS DE TWEEDE WERELDOORLOG- WERDEN JOODSE LANDGENOTEN IN WERKKAMPEN ONDERGEBRACHT OM DWANGARBEID TE VERRICHTEN. OP 2 OKTOBER VAN DATZELFDE JAAR WERDEN ZIJ ALLEN NAAR KAMP WESTERBORK EN VAN DAAR NAAR DUITSE VERNIETIGINGSKAMPEN GEDEPORTEERD. SLECHTS WEINIGEN KEERDEN TERUG.’
Aan de voet van de palen staan een paar klompen, geflankeerd door een paar beschilderde kiezelstenen …
Aan het begin van het 400 meter lange pad naar het kamp staat een bord met daarop een foto van de onthulling van het monument door Sjaak Stibbe in 2003. Stibbe was één van de weinige inwoners van het kamp die niet in de gaskamers zijn geëindigd …
Het was een flinke kuier, maar we bereikten het kamp (Google Maps) toch nog vrij gemakkelijk. Van het kamp is overigens niet veel meer over dan de resten van de fundamenten, waarop de barakken en andere bouwwerken rustten. Het is een wonder dat deze restanten de ruilverkaveling overleefd hebben, maar geen enkele boer zag er brood in om de fundamenten uit de bodem te halen om het daarna bij zijn land te trekken. We hebben er een tijdlang stilletjes rond gestapt …
De bezetter maakte gebruik van een infrastructuur die er al lag. In de jaren dertig had de Nederlandse regering kampen laten bouwen in het kader van de werkverschaffing. Om ophef te voorkomen, deed de bezetter er alles aan om het samendrijven van joodse mannen op iets soortgelijks te laten lijken. De mannen moesten heide omspitten of wegen aanleggen onder leiding van dezelfde organisatie als voor de oorlog: de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Het toezicht op het werk was in handen van de Nederlandsche Heidemaatschappij en ook in het kamp zelf hadden Nederlanders het voor het zeggen. Er werd voor het kamp extra bewaking ingesteld. Een groep Nederlandse mariniers en marechaussees nam die taak op zich. De leiding van het kamp kwam op 10 juni 1942 in handen van sergeant marinier Christiaan Overweg …
Er verbleven 150-200 gestrafte joodse dwangarbeiders tussen 18 en 65 jaar in het kamp. Sjaak Stibbe behoorde tot de eerste gestraften. Wegens het nemen van ongeoorloofd verlof werd hij na terugkeer door de commandant van Kamp Kremboong in Drenthe naar It Petgat gestuurd. “De ontvangst in Blesdijke was strenger dan in Kremboong. Commandant Overweg begon meteen dreigen. Als we nou weer de benen namen, kwamen we in Ommen of Amersfoort terecht en dan was het met ons gebeurd,” vertelde Stibbe later. “En er was meer intimidatie. Op de zondag daarna gaven de wachten een demonstratie met de honden. De demonstratie vond plaats op een veldje in het kamp. De mannen hadden leren handschoenen aan en dan die honden maar bijten. Het boezemde ontzag in. Dat was ook de bedoeling …”
Het Blesdijker werkkamp heeft maar vier maanden bestaan. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 (tijdens Jom Kipoer) moesten de mannen van alle vijftig kampen – veelal gelegen op afgelegen plekken in het noorden en oosten van ons land – halsoverkop weg. Op hetzelfde moment werden hun vrouwen en kinderen uit huis gehaald. Zo belandden in één nacht ruim tienduizend joden in Westerbork. Volgens Duitse voorlichting was het doel hiervan om de gezinnen weer te herenigen. Vervolgens werden zij omgebracht in de gaskamers van Auschwitz en Sobibor …
Ik sluit het beeldverslag van ons bezoek aan Strafkamp ‘It Petgat’ af met een foto die op één van de infopanelen in het voormalig kamp staat. We zien 14 jonge mannen, lachend staan en zitten ze voor een kampbarak, alsof ze op een reisje of op vakantie zijn. Ze lijken geen idee te hebben wat hen boven het hoofd hangt …
Eind april heb ik op een vrij donkere en kille dag weer eens een ritje door de omgeving gemaakt. Eerst heb ik even een kijkje genomen in de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen. Daar blies de wind zo venijnig naar binnen, dat ik vrijwel meteen weer rechtsomkeert heb gemaakt. Daarna ben ik even doorgereden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Daar was de situatie niet veel beter, het voordeel was dat de luiken aan de windzijde waren gesloten, maar aan de lijzijde was er geen vogel te zien. Daar was ik dus ook snel uitgekeken …
uitzicht over de Leijenuitzicht over de Jan Durkspolder
Het gevolg was dat ik al snel weer in de auto zat. Met de kachel op ‘standje hoog’ om weer wat op te warmen, reed ik met een omweg huiswaarts. Onderweg werd mijn dag in fotografische zin alsnog goedgemaakt, omdat ik een sprong reeën tussen de pinksterbloemen trof …
Zodra ik ze zag, heb ik de auto rustig laten uitrollen in de berm. Nadat ik het raampje naar beneden laten glijden, kon het genieten die dag echt beginnen. Vooral deze kleine kluwen van vier reeën vond ik erg leuk ..
Een aantal jaren achtereen zaten er in de klimop langs de schutting en boven de pergola merels te broeden. Vorig jaar hebben ze boven de pergola zelfs twee nestjes groot gebracht. Dit jaar hebben ze kennelijk een ander plekje voor hun nest gezocht, vermoedelijk zitten ze bij de buurvrouw Negen in een struik …
Ik hoor ze ’s ochtends vroeg en tegen de avond gelukkig nog wel vrijwel dagelijks zingen. En ze zijn onze tuin ook nog niet vergeten. Ze scharrelen hier nog regelmatig tussen het gebladerte achter in de tuin, op zoek naar wormen of ander lekkers. Maar onze tuin is vooral nog altijd geliefd vanwege de mogelijkheden die er zijn om wat te drinken of een bad te nemen …
Pa en ma merel hebben daarbij een voorkeur voor de vijver, maar een jonge merel vond het houten vogelbad iets verderop veiliger of prettiger. En de mussen waren best bereid om even ruimte voor hem te maken. Eerlijk zullen we alles delen, zo doen we dat hier …
Het is dit voorjaar een stuk rustiger in de tuin dan in voorgaande jaren. Dat komt om te beginnen natuurlijk omdat ik er dit voorjaar tot nu toe minder geweest. Met uitzondering van enkele zonnige dagen vond ik het steeds te koud om even lekker op het terras te zitten. Maar ook afgezien daarvan lijkt het rustiger te zijn. De koolmezen zijn bijvoorbeeld wel af en toe wel even te zien bij het nestkastje, maar ik vraag me af of er wel kleine koolmeesjes zullen uitvliegen dit jaar …
De enige soort die zich vrijwel dagelijks met een tiental laat zien, zijn de huismussen. Vooral het badje en de pindakaas zijn favoriet bij de mussen. Zij lijken hun vaste veilige vluchtplekje in de hulst bij de buurvrouw dit jaar te zijn kwijtgeraakt aan een paar eksters, die zich daar ook regelmatig schetterend ophouden Ze zijn nu regelmatig gezellig tsjilpend in onze bamboe en de klimop te vinden …
Ook een paar pimpelmeesjes laten zich regelmatig even zien in de hazelaar. Of zij plannen hebben om te broeden en zo ja, waar ze dat dan doen, weet ik niet. Het is van dit drietal wel mijn favoriete soort …