Twee merels scharrelden onlangs tussen de buien door bij de vijver rond …
Ze waren duidelijk op zoek naar iets eetbaars. Een lekkere vette huisjesslak leek uitkomst te brengen …
Mevrouw merel nam hem in haar snavel en gooide hem omhoog …
Na een zachte landing in het mos, was de schaal na de eerste worp echter nog niet gebarsten …
Opnieuw nam ma merel de slak in haar snavel. Hongerig en gespannen keek haar jong toe …
Met een sierlijk boogje wierp ze het slakkenhuisje voor de tweede keer omhoog …
Waarna het met een subtiel plonsje in de vijver belandde …, de jonge merel keek beteuterd toe…
“Kom jongen, we gaan weer eens gezellig samen wormen zoeken …,” meende ik ma merel nog te horen fluiten, terwijl ze over het paadje naar achteren liep …
Vorige week dinsdag reed ik richting Jan Durkspolder via de Swartewei, een smal landweggetje met links en rechts een uitwijkstrook van gravel …
Op zich niets bijzonders, ware het niet dat ik er tot mijn verrassing klaprozen in de berm zag staan. Die had ik hier nog niet eerder gezien, en dus zette ik de auto even aan de kant voor een korte fotosessie …
De aanblik van rode klappers stemt me eigenlijk altijd wel vrolijk, samen met de kamille vormde het best een mooi boeket. Maar ook als enkelingen mochten ze gezien worden …
Toen ik even later weer rechtop ging staan, werd ik echter verrast door een nog mooier tafereeltje, dat zich achter de klappertjes afspeelde. Maar zoals wel vaker …, dat is voor morgen …
De eerste baggelmachines werden rond 1900 in gebruik genomen. De machine die hier in De Deelen staat is hier naartoe gehaald door de in deze serie al eerder genoemde firma De Leeuw. Voordat het apparaat naar De Deelen kwam, werd het nog tot 1933 gebruikt in de Rottige Meenthe. Dat laatste was een leuke twist in het verhaal voor mijn fotomaatje, want de Rottige Meenthe behoort meer tot haar rayon. 🙂
In totaal stonden er drie van dergelijke machines in De Deelen. Tegenwoordig is daar nog één exemplaar van over. ,,De familie De Leeuw wilde de laatst overgebleven baggelmachine als oud ijzer verkopen. Ze konden het alleen met de opkoper niet eens worden over de prijs”, vertelde boswachter Roel Vriesema in mei 2019 in de Heerenveense Courant. Nadat deze baggelmachine in 1968 de laatste vracht veen naar boven gehaald om er turf van te maken, bleef de machine hier liggen en zakte hij steeds schever in het petgat …
Toen Staatsbosbeheer in de jaren zeventig eigenaar werd van De Deelen, kreeg ze er ook deze oude machine bij. Sindsdien is er veel gedacht, gepiekerd en gebrainstormd over de vraag wat er met het gevaarte moest gebeuren, zoals het weer rechtop zetten en/of er een kunstwerk van maken. Omdat het apparaat inmiddels in te slechte staat verkeerde, kon het niet meer gerestaureerd worden. Daarom is in 2019 besloten om de baggelmachine op te takelen en hem dan weer rechtop te zetten en te verankeren in een ijzeren corset …
En nu rust dat machtige stuk industrieel erfgoed hier als een grote bonk roest in een verborgen petgat in De Deelen. Roemloos en statusloos, want het ding is praktisch onvindbaar en heeft geen enkele monumentale status. Eigenlijk is dat natuurlijk heel raar. Hier in Fryslân en in de Kop van Overijssel zijn naar schatting tientallen baggelmachines in bedrijf geweest. Samen zijn ze gezichtsbepalend geweest voor het landschap dat we er tegenwoordig aan overgehouden hebben. Treurig dat SBB zelfs nog geen eenvoudige, goed zichtbaar bordje langs het fietspad heeft geplaatst. Je zou bijna denken, dat ze niet willen dat het gezien wordt …
Ik heb altijd gedacht dat dit de laatste baggelmachine van ons land was, maar er schijnt nog een (in werkende staat verkerende) baggelmachine in museum De Ronde Venen in het Utrechtse Vinkeveen te staan. Daar heb ik op internet echter geen enkel bewijs voor gevonden. De laatste mij bekende baggelmachine is daarom de ruïne van dit exemplaar in De Deelen. Hij heeft zijn werk gedaan en mag verder in alle rust wegroesten …