Nadat we gisteren een prachtig tochtje langs de Friese IJsselmeerkust hebben gemaakt, doe ik het eerst weer even vrijwillig verplicht lekker rustig aan …

Nadat we gisteren een prachtig tochtje langs de Friese IJsselmeerkust hebben gemaakt, doe ik het eerst weer even vrijwillig verplicht lekker rustig aan …

Woensdagmiddag tussen de buien door bij de Wijde Ee …

Hier en daar een boom die scherp staat afgetekend tegen de zon en de schitteringen op het water …

Onze vaartocht startte vrijdag rond 10:30 uur in Giethoorn. Daar vandaan zetten we koers naar het Bovenwijde (meestal uitgesproken als Bovenwiede), een meer van ongeveer 2 kilometer lang en 1 breed ten oosten van Giethoorn. Het is ontstaan doordat bij vervening de trekgaten te breed en de tussenliggende landstroken te smal zijn gelaten. Bij grote watersnoodrampen, zoals die van 1775 en 1825, sloeg het water die stroken land weg en ontstond het Bovenwijde …

Omdat de vakantietijd voor de meeste mensen al voorbij was, was het rustig op het Bovenwijde. Tijdens het eerste rondje dat we over het meer maakten, zagen we er vrijwel alleen punters varen …

Punter is de verzamelnaam van de diverse typen kleine open platbodem schepen die zijn ontwikkeld in de rivieren, delta’s en veengebieden van Nederland. Ze worden gekenmerkt door een nagenoeg plat lancetvormig vlak, rechte sterk hellende (vallende) stevens en hoekige spanten. Punters behoren tot de oudste nog bestaande schepen: schilderijen en aktes uit de zestiende en zeventiende eeuw vormen bewijs voor het bestaan van de huidige vorm en naam. Tegenwoordig worden er nog steeds punters gebouwd in Giethoorn e.o. in de provincie Overijssel …

De punter wordt van oorsprong voortbewogen door de wind of menskracht. In de veengebieden van Overijssel werden ze traditioneel geboomd. Bomen wordt in een punter ook wel punteren genoemd. De ondiepe sloten en meren maakten het makkelijk en efficiënt om de schepen met behulp van de bodem voort te duwen, de smalle sloten in de Wieden bemoeilijken roeien. Door zijn vorm is hij bij uitstek geschikt voor ondiepe met riet begroeide wateren …

Tegenwoordig komen punters met een buitenboordmotor veel voor. Daarnaast bestaan er zeilbare varianten. De meeste zeilpunters zijn uitgerust met het sprietzeil, maar varianten met een giek en gaffel komen ook voor. Kleinere punters hebben meestal alleen een grootzeil, op grotere varianten komt een fok ook voor. Het gebruik van meer dan twee zeilen is niet origineel, maar komt in het wedstrijdzeilen soms terug …

Kenmerkend voor de kleine zeilpunters en de vroege zeepunter was het enkele zwaard dat naar de andere zijde werd verplaatst bij het overstag gaan. Dit was smal van vorm, een zo genoemd zeezwaard. Bij gebrek aan een kiel, (de punter is immers een platbodem), dienen de zwaarden om het afdrijven (de drift) tegen te gaan. Niet alle kleine schepen hebben echter slechts één zwaard, en tegenwoordig is dit zelfs vrij zeldzaam …

Het was mooi om de punters bij een lekker briesje te zien voortdrijven op het meer, nu eens omgeven door schitteringen bij tegenlicht, dan weer mooi uitgelicht door het zonnetje …

Omdat ik Jetske -die volgens mij alles weet van punters- bij het schrijven van dit logje niet bij de hand had, heb ik mijn toevlucht genomen tot Wikipedia om wat informatie over punters te vergaren.
Blijkbaar zijn er mensen die denken dat we nog steeds op Terschelling zitten, maar niets is minder waar. We hebben maar drie dagen op dat prachtige Waddeneiland gezeten, maar daar hebben we dan ook het uiterste uit gehaald. Ik heb er zo’n 400 foto’s aan overgehouden, en daarvan heb ik er tot nu toe nog geen vijftig gepubliceerd. Daarom mijmer ik voorlopig nog maar even door over onze minivakantie, dat bevalt me zeker met het huidige herfstachtige weer heel goed. Wie intussen uitgekeken is op de plaatjes van Terschelling, die moet maar een goed boek pakken of zo, ik weet het anders ook niet …

De uren op het strand en in de duinen hadden me goed gedaan. Zo goed zelfs, dat ik het op de terugweg aandurfde om nog even een kleine omweg te maken op de fiets. Vlak voordat we weer bij ons vakantieverblijf waren, leek het me een goed plan om nog even een afslag naar links te nemen, zodat we nog even bij de Waddenzee konden kijken …

Onze bungalow stond weliswaar vlak tegen het Wad aan, maar vanaf het park konden we vanwege een hinderlijke prikkeldraadversperring niet tot op de oever komen. Nu we er toch bijna langs kwamen, kon dat stukje extra fietsen er nog wel bij …

We volgden het fietspad dat langs de oever van het Wad loopt, totdat we ter hoogte van onze bungalow waren. Daar vandaan hadden we zicht op de Brandaris, die met z’n 55 meter hoog boven West-Terschelling uittorent, en die ’s nachts zijn lichtbundel ver over land en zee laat schijnen …

Boeiender was het zicht op de Waddenzee zelf, waar gladde spiegelingen, zachte rimpelingen en felle schitteringen elkaar speels afwisselden …

Ver weg en dichterbij passeerde een keur aan zeilschepen …

De schuit op de onderstaande foto stal toch wel de show met zijn kleurrijke fok. Het plaatje werd gekompleteerd met een eenzame Wadloper en de veerboot, die in de verte met een fraaie luchtspiegeling naderbij komt …

Jetske, turend over de Waddenzee …
Ja, die heeft ook wel oog voor wat mooi is, maar dat wisten we al … 🙂

Met het oog op de weersverwachting, waarin sprake was van toenemende bewolking in de loop van de dag, ben ik vanmorgen na de koffie meteen maar op pad gegaan, zodat ik nog even wat zon mee kon pakken. Met de huidige benzineprijzen is het zaak om zo mogelijk met één ritje twee fotokuiertjes te combineren. Omdat mijn benen vanochtend lekker stabiel aanvoelden, besloot ik er een noordelijk ritje van te maken met eerst een kort kuiertje naar het prieeltje aan de Leijen bij Doktersheide en vervolgens een wat langere kuier in de Alde Feanen.
Nu het riet weer is gemaaid, is het prieeltje dat met z’n voeten in de Leijen staat, al vanaf het parkeerplaatsje bij Doktersheide te zien …

Eind december kon ik vanaf het ijs foto’s maken van de voorkant van het prieeltje, nu kan ik het ook eens vanaf de achterkant laten zien …

Het was geweldig om in december over het ijs naar het eilandje te kunnen lopen, maar nu het weer is omringd door water, heeft het toch ook wel wat …

Waar op 4 januari nog schaatsers over het ijs zwierden, zwemt nu weer een fuut rond …

Terwijl ik lekker in zon en wind over het water uitkeek, passeerde er een formatie van drie soorten ganzen …

Verder was er niets dan heerlijke schitteringen op het water …

… en zacht wuivende rietpluimen …

Voorjaar aan de waterkant … heerlijk!
We beginnen waar we gisteren gebleven waren: bij de schitteringen op het IJsselmeer. Ditmaal staan ca. 2 km ten noordwesten van de plek waar de foto’s van gisteren gemaakt zijn, op het 8 tot 10 meter hoge Reaklif, het Rode Klif …

De strekdam of golfbreker aan de voet van het klif ligt er een stuk aantrekkelijker bij dan afgelopen winter, toen er wat kruiend ijs lag …

Ik kan niet weerstaan aan de lokroep van het water en klim over de railing om over de schuin afgevlakte kant van het klif af te dalen …

Eenmaal beneden moet ik natuurlijk ook nog even naar eind van de dam, dat moet goed te doen zijn, want de basaltblokken zijn dankzij het rustige weer mooi droog …

Halverwege kijk ik even in noordwestelijke richting langs de kustlijn …

Aan het eind van de dam klotst het water tegen de stenen, de golfjes slaan in kleine druppels uiteen …

Er passeert een tweemaster die op koers ligt naar de haven van Stavoren …

Als ik me tenslotte omdraai, zie ik Aafje op de top van it Reaklif staan …

Het wordt nog een hele strijd om weer tegen het klif op te klimmen …
Wordt vervolgd …
Het Mirnser Klif ligt hemelsbreed bijna vier kilometer ten noordwesten van het Oudemirdumerklif. Het klif dankt zijn naam aan het iets verderop gelegen dorpje Mirns. Mirns bestaat feitelijk uit niet meer dan een groepje woningen en enige boerderijen. Het dorpje heeft een kleine begraafplaats met een klokkenstoel. Bovenop het klif staat Paviljoen ’t Mirnserklif. Vanaf het terras heb je opnieuw een fraai uitzicht over het IJsselmeer …

We besluiten nog even te wachten met de koffie en dalen eerst af naar het strandje aan de voet van het Mirnser Klif. Aan het strandje bij het klif is het goed toeven. Het water is er zeer toegankelijk. De eerste kilometer voor de kust bestaat uit ondiep water, waardoor het een veilig dagrecreatiegebied is voor zwemmers en surfers …

Een groot informatiebord aan het begin van het strandje en een bordje in het water verwijzen de zwemmers naar rechts en de kite surfers naar links …

Op deze rustige woensdag zijn er zwemmers noch surfers te zien. Aan het weer kan het niet liggen, want de bewolking is maar van tijdelijke aard …

De enige zwemmers die we zien zijn enkele tientallen zwanen, die een stuk naar het noordwesten rond dobberen op het rimpelende water van het IJsselmeer …

De zeilschepen aan de horizon bieden vanaf het lage standpunt op het strandje ineens een heel andere aanblik, er lijken nog slechts zeilen over te zijn …

Als we zijn uitgekeken op het strand, beklimmen we het klif weer om plaats te nemen op het terras …

Terwijl we ons de lunch goed laten smaken, genieten we na van de schitteringen op het water …

Morgen gaan we verder naar het westen voor een bezoekje aan het derde en laatste klif: het Reaklif of het Rode Klif.